Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Guttatiedruppels van maïs doden de bijen

Van: Ghislain De Roeck [mailto:gderoeck bij euphonynet.be]
Verzonden: zondag 1 november 2009 11:37
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: [bijen] Guttatiedruppels van maïs doden bijen.

Dag allen,

Hierbij een nieuwe studie over de giftigheid van neonicotinoïden voor bijen, meer bepaald voor bijen die 'dauwdruppels' oogsten op jong gekiemde maïsplanten.
Een vertaling van het 'extract':
De dood van honingbijen, Apis mellifera L., en de daaruit voortvloeiende bijensterfte (CCD) veroorzaakt grote verliezen voor de bestuiving van landbouwgewassen en andere planten wereldwijd. Het verschijnsel nam de afgelopen jaar als maar toe, maar op de werkelijke oorzaken ervan blijft het nog wachten. Hoewel de systemische neonicotinoïde insecticiden, gebruikt voor de zaadomhulling van akkerbouwgewassen, verdacht werden, hebben de tot nog toe hierop uitgevoerde onderzoeken niet onmiskenbaar kunnen aantonen dat de bijen op het terrein geconfronteerd worden met dodelijke dosissen van dit gif.
In de huidige studie tonen we aan dat guttatie - druppels van alle maïsplanten waarvan het zaad met neonicotinoïden werd omhuld, permanent meer dan 10 mg/l insecticide bevat, met maxima tot 100 mg/l voor Thiamethoxam en Clothianidine en tot 200 mg/l voor Imidacloprid.
De concentratie van neonicotinoïden in de guttatiedruppels kan die van de werkzame stoffen benaderen die gewoonlijk bij besproeiing te velde worden toegepast of deze zelfs overtreffen. Als bijen op de guttatiedruppels vliegen van planten die voorkomen uit zaden die met neonicotinoïden werden omhuld, sterven ze binnen de paar minuten.

Zie ook: http://www.youtube.com/watch?v=e8Nsn4KvjwM

Beste groetjes,

Ghislain.

Van: Nico De Wee [mailto:nicodewee bij telenet.be]
Verzonden: zondag 1 november 2009 12:20
Aan: bijen bij cari.be; bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Guttatiedruppels van maïs doden bijen.

Hallo iedereen

Als je vlakbij je bijenstand zelf zorgt voor een toegankelijke drinkplaats voor de bijen, gaan ze dan nog steeds elders op zoek naar dauwdruppels, met het risico zo op die maïsplanten terecht te komen en het loodje te leggen?

Met andere woorden: verkiest een bij een nabijgelegen regenton, of een verderop gelegen plaats met dauwdruppels? Vliegen ze op die maïs op zoek naar nectar of stuifmeel, en komen ze zo per ongeluk uit op die giftige dauw? Of gaan ze er specifiek heen voor het drinkwater?

Van: Hugo Thoné [mailto:hugo.thone bij edpnet.be]
Verzonden: zondag 1 november 2009 15:19
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Guttatiedruppels van maïs doden bijen.

Beste,

In mensentaal, zie ook http://www.hthone.be/boekje/IMME09-2.pdf , p52,53 (of p.20 en 21 v/H pdf-document).

mvg,

Hugo

Van: Ludo De Clercq [mailto:ludo.de.clercq bij skynet.be]
Verzonden: zondag 1 november 2009 18:51
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] Guttatiedruppels van maïs doden bijen.

Besten,

Ik kreeg volgende Zwitserse studie binnen (origineel in Duits + Engelse vertaling).
Samengevat vinden ze inderdaad de zeer hoge concentraties in het guttatiewater gedurende 40 dagen na het kiemen, maar treedt er geen overtuigende bijensterfte op, wat erop wijst dat de bijen elders water halen als dit voorhanden is (ik meen ergens gelezen te hebben dat dit soort concentraties aan product ook afstotend werkt op de bijen).

Vertaling van de conclusies:

Diskussie en Risicoinschatting
De bijenmortaliteit werd direct aan het vlieggat van de bijenvolken gemeten door telling van het aantal dode bijen. Het gemiddelde sterftetempo voor een bijenvolk ligt in de lente rond 1500 bijen per dag. Het grootste deel van deze bijen blijft in de natuur achter, en kan dus niet bij de meting aan het vlieggat bepaald worden. Naar de ervaring van experten (Agroscope Liebefeld-Posieux ALP), en uit waarnemingen in de lente van 2008 in Zuid-Duitsland is echter geweten dat het aantal dode bijen aan het vlieggat bij acute vergiftigingsgevallen met Clothianidin sterk toeneemt. In de twee beschreven onderzoeken werd dergelijk bijensterven niet vastgesteld over de hele looptijd van het onderzoek. Voor volk 84 werd in het tijdvenster vlak na het inzaaien een kleine acute toename vastgesteld (tabel 3). Maar als deze waarden worden vergeleken met natuurlijke variaties in de dagelijkse sterfte,zijn de gemeten waarden als normaal te beschouwen. Ook werden geen residus van Clothianidin in de dode bijen aangetoond.

Over de looptijd van het onderzoek werden de volken regelmatig geinspecteerd, en was hun ontwikkeling normaal. Er werden daarbij wel geen specifieke volksterktemetingen uitgevoerd. De ontwikkeling van de zes productievolken in test 1 was in de loop van de test zelfs zo goed, dat er bijen en/of broed moest worden afgenomen om de zwermdrift in te perken.
De ontwikkeling van de afleggers die in test 2 werden ingezet was even goed, en ze kregen voortdurend meer plaats (6 raten op 1 mei, 11 raten op 24 juni).
In het stuifmeel werd op 1 uitzondering na geen residu gevonden. Direct na de uitzaai, op dag 1, gaf 1 pollenstaal een meetwaarde van 79 ppb (gewicht). Daar in de buurvolken 33 en 56 geen verhoogde sterfte, noch residu aan Clothianidin in bijen of honing werd gevonden, kan ervan uitgegaan worden dat het binnenbrengen van deze piek aan product geen effect heeft gehad op de ontwikkelijng van het bijenvolk. Het binnenbrengen van Clothianidin in stuifmeel kan ook veroorzaakt zijn doordat in proefveld 1 gelijktijdig een Maissoorten demonstratieproef doorging, die door inzaaien van maiskorrels aan de veldrand mogelijk bloeiende paardebloemen met het product in contact heeft gebracht. Daar dit in de praktijkomstandigheden niet gebeurt, kan ervan uitgegaan worden dat er normaal geen gevaar voor de bijen ontstaat.
Het toont echter wel aan dat in de buurt van bloeiende drachtplanten voorzichtig omgesprongen moet worden met Clothianidin behandeld zaaigoed.
Het guttatievocht behaalde hoge concentraties aan Clothianidin, tussen 25.000 en 39.000 µg/L(=ppb). Naarmate de maisplanten groeien daalt de concentratie aan Clothianidin in het guttatievocht.(figuur 4). Er was gedurende meerdere weken een potentieel risico voor de bijen. Vergelijkt men de gemeten concentraties met de acute dodelijke dosis bij mondelinge toepassing (LD50 oraal: 3.94 resp. 3.79 ng Clothianidin/bij na 24 en 48 u; Bayer Dossier, Weymann 1998), dan komt, aangenomen dat een waterhaalster ca. 40 µl kan opzuigen, een concentratie van 95 µg/L in het guttatievocht overeen met een akute dodelijke dosis. Tot ca. 40 dagen na het uitzaaien bevat het guttatievocht  Clothianidinconcentraties in het kritische gebied.
Daar echter gedurende het derde waarnemingsvenster geen sterfte boven de referentie optrad, en geen residus aan Clothianidin in de bijen of de honing werd gevonden, kan ervan uitgegaan worden dat het guttatievocht in de testomstandigheden niet wordt opgehaald.
Deze resultaten wijzen erop dat, in situaties waarin te weinig waterbronnen beschikbaar zijn in de directe omgeving, met een verhoogd risico voor de bijen moet gerekend worden. De goede imkerpraktijk, die de imker aanraadt op de bijenstand een waterbron beschikbaar te stellen, is in die optiek zeker ernstig te nemen.

Besluit
1. Onmiddelijk na het uitzaaien traden in geen van beide testen onnatuurlijke bijensterfte op, en konden geen residus van Clothianidin in de bijen worden aangetoond. De resultaten bevestigen, dat in praktijkomstandigheden, met middelmatige hoeveelheden bloeiende culturen in de omgeving van het zaaiveld, de huidige maatregelen voor het planten van met Clothianidin behandeld Maiszaadgoed volstaan. Het naleven van de maatregelen moet echter streng gecontroleerd worden, om de gezondheid van de bijen te garanderen.
2. Tijdens de guttatiefase van de jonge Maisplantjes trad in geen van beide testen een verhoogde bijensterfte op. Er werden geen residus van Clothianidin in bijen of honing vastgesteld. Enig risico voor de gezondheid van de bijen is onder de gekozen testomstandigheden uit te sluiten.

Beste groeten,

Ludo

Van: Erik Goris [mailto:erik.jjm.goris bij telenet.be]
Verzonden: zondag 1 november 2009 19:29
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] Guttatiedruppels van maïs doden bijen.

Wetenschappers blijven zich vergapen op het afsterven van bijen, wanneer er sprake is van de een of andere giftstof.

Intussen zijn er studies gedaan o.a. in Griekenland waarbij hele kleine hoeveelheden (in de orde van grote van nanogram) (nanogram uiterst kleine meeteenheid, één gedeeld door miljard gram) aan bijen werden toegediend.

Bijen gingen er niet aan dood, en dus leek alles in de eerste plaats in orde, zo leek het althans, maar...

De studies toonden duidelijk aan dat de bijen hun sociale en intelligente vermogens verliezen. Ze kunnen zich niet meer oriënteren, zijn hun sociale zin kwijt enz. De vergelijking werd gemaakt met een gasaanval in de eerste wereld oorlog. Veel soldaten stierven niet, maar werden toch getroffen in zo'n mate dat ze nooit meer normaal hebben kunnen functioneren in de samenleving. Om de vergelijking door te trekken, zou je kunnen zeggen dat veel gassen voor de mens onschadelijk zijn, hij gaat er toch niet aan dood. Dat hij niet meer kan spreken of dat die blind wordt of doof of dat zijn ademhaling niet meer goed functioneert, of zijn zenuwstelsel is aangetast, speelt in deze geen rol.

Mortaliteit zegt op zich niets. Aan groei van bijenvolken evenmin. Andere giftstoffen leken juist het tegenover staande effect te hebben. Er is geconstateerd dat volken die werden vergiftigd in eerste plaats goed gingen ontwikkelen om daarna in elkaar te storten. Dit is te verklaren omdat bepaalde giften in het bijenlichaam werken als een soort activator. Het worden super bijen. Maar het is als een opgefokte motor van een Speedstar, gevoed met een exotische brandstof. Gedurende korte tijden super prestaties en dan niets meer. De motor is er niet op berekend, bijen ook niet.

Zolang niet alles mee word genomen in de studies zullen er geen antwoorden komen. Voor sommige lijkt het zelfs de bedoeling te zijn. Intussen kunnen die gifstoffen verder worden gebruikt. Het is ten slotte een miljardenbusiness.

Erik