Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Parlementaire vraag over schade aan bijen door systemische insecticiden

 

VLAAMS PARLEMENT
SCHRIFTELIJKE VRAGEN


KRIS PEETERS
MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITEN-LANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID


Vraag nr. 50
van 28 oktober 2010
van DIRK PEETERS

 

Bijenteelt   -   Schadelijke gewasbeschermingsmiddelen

Bijen zijn essentieel voor de biodiversiteit en de land- en tuibouw. Bijen krijgen het echter steeds moeilijker om te overleven. De bijenverdwijnziekte zorgt er de laatste jaren voor dat in sommige streken (bijvoorbeeld  Turnhout en Sint-Niklaas) meer dan 70% van de bijenvolken de winter niet overleven. Wetenschappers als professor Frans Jacobs van de UGent wijzen als voornaamste oorzaken naar de Varroa-mijt , de afnemende biodiversiteit en het gebruik van voor bijen zeer schadelijke insecticiden.

Vooral systemische insecticiden blijken nefast voor bijenvolken. Bij systemische insecticiden worden de zaden behandeld met gewasbeschermingsmiddelen zoals neonicotinoiden. Na het zaaien wordt de werkzame stof in de hele plant (systemisch) opgenomen en biedt langdurige bescherming tegen etende en zuigende insecten. Ook nuttige insecten zoals bijen komen er via het stuifmeel echter mee in aanraking.

Verschillende studies bevestigden dat neonicotinoiden een sublethale werking hebben: bijen overlijden niet acuut, maar de blootstelling aan het product heeft neurotoxische effecten waardoor weksterbijen  hun oriëntatievermogen verliezen, hun volk minder goed van voedsel kunnen voorzien, waardoor het ondervoedde volk vatbaarder wordt voor ziekten en plagen. De huidige toxiciteitstests die voor toelating van bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, meten meestal enkel de acute sterftegraad en hebben te weinig oog voor dergelijke chronsiche en cumulatieve effecten.

Om al die redenen hebben verschillende Europese landen dergelijke producten verboden: in Frankrijk geldt een verbod op Imidacloprid, in Duitsland werd clothianidine verboden. In Italië en Slovenië geldt een verbod op beide producten.

In België is het gebruik van dergelijke systemische insecticiden wel toegelaten. Van de 194 toegelaten insecticiden zijn er 32 (16,5%)  op basis van neonicotinoiden. Daarnaast zijn er nog andere insecticiden zoals bijvoorbeeld Fipronil die eveneens een nefaste invloed hebben op de bijen.  Op de lijst op Fytoweb zijn ondermeer volgende, bij-onvriendelijke producten terug te vinden:

erkenningsnummer commerciële merknaam werkbare stof
9499/B   JANUS   CLOTHIANIDIN
9472/B   PONCHO 600 FS  CLOTHIANIDIN
9474/B   PONCHO BETA  CLOTHIANIDIN
9823/B   PONCHO MAIS  CLOTHIANIDIN
9196/B   MUNDIAL   FIPRONIL
9197/B   REGENT FS  FIPRONIL
9592/B   BAZOOKA   IMIDACLOPRID
9518/B   BELEM   IMIDACLOPRID
9658/B   CONFIDOR 200 OD  IMIDACLOPRID
8686/B   CONFIDOR 200 SL  IMIDACLOPRID
9224/B   GARDIFLOR ANTI-BLADLUIS IMIDACLOPRID
9227/B   GARDIFLOR DUO PIN IMIDACLOPRID
9213/B   GARDIFLOR PLANT SPRAY IMIDACLOPRID
8330/B   GAUCHO 70 WS  IMIDACLOPRID
8955/B   GAUCHO ORGE  IMIDACLOPRID
9363/B   GAUCHO PRIMO  IMIDACLOPRID
8396/B   GAUCHO R 70 WS  IMIDACLOPRID
9583/B   KOHINOR 200 SL  IMIDACLOPRID
9545/B   BISCAYA 240 OD  THIACLOPRID
9352/B   CALYPSO   THIACLOPRID
9678/B   DUO-STICK  ACETAMIPRID
9374/B   GAZELLE   ACETAMIPRID
9807/B   GAZELLE SG  ACETAMIPRID
9375/B   MOSPILAN  ACETAMIPRID
9663/B   MULTISECT  ACETAMIPRID
9666/B   MULTISECT AEROSOL ACETAMIPRID
9665/B   MULTISECT GEBRUIKSKLAAR ACETAMIPRID
9667/B   SUBSTRAL PLANTEN SPRAY  ACETAMIPRID
9689/B   AXORIS QUICK-GRAN THIAMETHOXAM
9660/B   AXORIS QUICK-SPRAY THIAMETHOXAM
9690/B   AXORIS QUICK-STICKS THIAMETHOXAM
9335/B   CRUISER   THIAMETHOXAM
9713/B   CRUISER 350 FS  THIAMETHOXAM
9763/B   CRUISER 600 FS  THIAMETHOXAM

1. Worden bovenvermelde producten in Vlaanderen gebruikt? Zo ja op welke schaal? Kan  de minister de cijfers uitsplitsen naar particulier en professioneel gebruik?

2. Heeft de minister er bij de federale minister bevoegd voor de toelating van bestrij-dingsmiddelen op aangedrongen om de toelating van voor bijen schadelijke producten in te trekken?

3. Zal de minister in overleg met de landbouwers en het Praktijkcentrum Bijen ervoor zorgen dat landbouwers via bijvoorbeeld infoborden bekend maken welke gewasbeschermingsmiddelen zij op hun akkers en velden gebruiken?

Dit zou de werking van imkers vergemakkelijken: nu hebben zij er geen zicht op welke bestrijdingsmiddelen er in de buurt van hun bijenkasten gebruikt worden.

 


KRIS PEETERS
MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID


 
ANTWOORD 
op vraag nr. 50 van 28 oktober 2010
van DIRK PEETERS

 

 
1. De bovenvermelde middelen worden in Vlaanderen gebruikt.
De middelen op basis van clothianidin worden uitsluitend toegepast voor zaadontsmetting van zaaizaad van granen, bieten, cichorei en maïs ter voorkoming van schade door bodeminsecten en bladluizen. Dit middel wordt uitsluitend door professionele erkende ontsmetters gebruikt in speciale installaties en de zaaizaden worden door professionele landbouwers gezaaid. Er is geen particulier gebruik. 
De middelen op basis van fipronil zijn niet meer erkend in België.
Imidacloprid is de eerste werkzame stof van de groep van de neonicotionoiden die erkend werd in België. Het middel kent een breed toepassingsterrein, zowel bij professioneel als bij particulier gebruik ter bestrijding van bladluizen. In de landbouw heeft het enerzijds een erkenning als zaadontsmettingsmiddel voor bieten, maïs, gerst en verschillende groentesoorten. De toepassing gebeurt door erkende professionele ontsmetters. Anderzijds kan imidacloprid ook toegepast worden door bespuitingen zowel door de professionele als door de particuliere gebruiker.
Thiacloprid en acetamiprid werden later ontwikkeld en in tegenstelling tot de twee voorgaande zijn ze minder toxisch voor bijen en hommels. Beide middelen hebben dan ook een uitgebreidere toepassing voor bespuitingen dan imidacloprid en worden naar voor geschoven als mogelijke vervangers voor het meer toxische imidacloprid. Acetamiprid wordt ook aangeboden in laag geconcentreerde handelsproducten voor particulier gebruik terwijl thiacloprid hoofdzakelijk bij professioneel gebruik is.
Thiamethoxam wordt voor de professionele landbouw uitsluitend gebruikt in de zaadontsmetting en is voor de particulier enkel onder laag geconcentreerde handelsproducten ter beschikking.

De federale overheidsdienst Volksgezondheid houdt jaarlijkse statistieken bij van de verkoop per actieve stof. Er zijn geen verkoops- of gebruikscijfers bekend per handelsproduct. Het is dus niet mogelijk om een exacte verdeling tussen professioneel en particulier gebruik te maken. De cijfers gelden voor België en worden niet verdeeld onder Vlaanderen en Wallonië.
Ter informatie de verkochte hoeveelheden per actieve stof in 2008, de meest recente gegevens met het voornaamste gebruik

Actieve stof     Hoeveelheid verkocht              Belangrijkste toepassing
                      in kg voor 2008 in België
acetamiprid     235,6                                     Professioneel gebruik
clothianidin      0,3                                        Professioneel gebruik, zaadontsmetting
fipronil            2575,05                                 Niet meer toegelaten in België
imidacloprid    9394,59                                  Professioneel door bespuiting, belangrijkste product van de groep voor particulier gebruik
thiacloprid      5423,28                                  Professioneel gebruik
thiametoxam  3220,27                                  Professioneel gebruik


De Afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij voorziet in een regelmatige bevraging van de land- en tuinbouwers naar het gebruik van gewasbeschermings¬middelen. In de toekomst zal het verplicht zijn om statistieken van het gebruik van gewasbe¬schermingsmiddelen voor de landbouw bij te houden. Een meer gedetailleerd overzicht zal dan mogelijk zijn.

2. Bestrijding van insecten blijft een noodzaak om voldoende kwalitatieve producten te kunnen telen en de rendabiliteit voor de landbouw te garanderen. In het verleden werden verschillende actieve stoffen ter bestrijding van insecten verboden omwille van de hoge eisen gesteld door de Europese richtlijn 91/414 voor de toelating van actieve stoffen op de Europese markt. Deze middelen, hoofdzakelijk fosforesters, carbamaten en koolwaterstoffen, werden grotendeels vervangen door de nieuwe groep, de neonicotinoiden waartoe alle vermelde middelen behoren. Deze middelen voldoen aan de strengere Europese normen en zijn opgenomen op de positieve lijst van de toegelaten middelen. Een verbod in Vlaanderen zou een concurrentieel nadeel zijn voor de Vlaamse landbouw. Om de risico’s naar het milieu en vooral naar de bijen zoveel mogelijk te beperken worden wel extra verplichtingen opgelegd bij het gebruik van deze middelen. Voor de zaadontsmettingsmiddelen op basis van clothianidin, thiametoxam, fipronil en imidacloprid werden volgende risicobeperkende maatregelen opgelegd die vermeld worden op de erkennings¬akte en het etiket van de producten:
“Bij gebruik als zaadbehandelingsmiddel:
- mag de zaadcoating alleen plaatsvinden in professionele zaadverwerkingsinstallaties. Die installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van stof tijdens de toediening op het zaad, de opslag en het vervoer tot een minimum kan worden beperkt;
- moet geschikte rijenzaaiapparatuur worden gebruikt waardoor een hoge mate van inwerking in de bodem wordt bereikt en morsen tijdens de toediening en de emissie van stof tot een minimum worden beperkt.
- moet op het etiket van het behandelde zaad worden vermeld dat het zaad met clothianidin/thiamethoxam/fipronil/ imidacloprid is behandeld en worden de in de toelating opgenomen risicobeperkende maatregelen aangegeven.”

Aan de erkenningshouders wordt gevraagd dat monitoringsprogramma’s worden opgezet om de daadwerkelijke blootstelling van honingbijen aan imidacloprid in gebieden die intensief door bijen voor het fourageren of door bijenhouders worden gebruikt te verifiëren.
Voor de toepassing van de middelen door een bespuiting wordt volgende waarschuwingszin op het etiket verplicht:
“- SPe8: Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of in de buurt van in bloei staand onkruid. Verwijder onkruid voordat het bloeit.”

Voor de particuliere sector is er een speciale erkenning nodig sinds januari 2010. De handels¬producten voor particulieren moeten voldoen aan specifieke voorwaarden i.v.m. de verpakking en formulering. Uitsluitend kleine verpakkingen voor beperkte oppervlakte en een aangepast doseringssysteem zijn mogelijk. Op deze manier moeten misbruiken voorkomen worden en moet een juiste dosering voor amateurgebruikers op kleine oppervlakten mogelijk zijn.

Deze risicobeperkende maatregelen moeten problemen met bijen voorkomen. Deze maatregelen worden regelmatig gecommuniceerd naar de gebruikers en verkopers van gewasbeschermings¬middelen. Ze worden ondersteund door Phytofar, de vereniging van de fytofarmaceutische industrie en de beroepssector.

3. Dit zou de werking van imkers vergemakkelijken: nu hebben zij er geen zicht op welke bestrijdingsmiddelen er in de buurt van hun bijenkasten gebruikt worden.

Het is praktisch onmogelijk dat land- of tuinbouwers borden in hun perceel plaatsen met vermelding van de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen. Er moet wel een goed overleg komen tussen de imker die zijn bijenvolkeren in de buurt van bloeiende landbouwgewassen zet en de betrokken land- of tuinbouwer voor de behandeling uitgevoerd wordt. De imker kan dan nog de nodige afspraken maken met de land- of tuinbouwer. In de fruitteelt gebeurt dit al. Er worden afspraken gemaakt tussen de fruitteler en de imker over de gebruikte middelen en het tijdstip van toedienen. Het is immers in beider belang dat de bijenvolken optimaal hun werk kunnen doen.