Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Staalname nosema in vraag

 

Van: Ghislain De Roeck [mailto:gderoeck bij euphonynet.be]
Verzonden: zaterdag 24 oktober 2009 8:09
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: [bijen] Staalname nosema in vraag.

 

Beste allen,

Het wordt stilaan winter en wellicht hebben de meesten van ons nu wat meer vrije tijd. Dat zou een gelegenheid kunnen zijn om onder elkaar af en toe wat dieper in te gaan op enkele aspecten van ons imkeren. Misschien willen de vele ‘stille’, maar erg ervaren imkers op dit forum hiertoe een steentje bijdragen. We beloven nu al dat we niet zullen overdrijven met dit soort onderwerpen!

Iedereen kan overigens zo’n onderwerp inleiden. Ik wil hierbij starten en een item voorstellen dat enige weken geleden besproken werd op BEE-L, het Amerikaanse forum: daar werd de huidige manier van het nemen van stalen voor nosemacontrole in vraag gesteld.

Een deelnemer daar schreef hierover het volgende:

-    een staalname bestaat momenteel meestal uit het verzamelen van dertig tot vijftig bijen die afgevangen worden aan de vliegplank (of ergens anders, alleszins buiten het broednest dat meestal bezet wordt door jonge bijen). Zodoende tracht men zich een idee te vormen van de gemiddelde grootte van de besmetting.

-    ik besef dat we op die manier wel ergens aan een gemiddelde komen, maar betwijfel dat het hierdoor mogelijk wordt om de ernst van de besmetting te achterhalen. Waarom? Omdat nosemose vooral voorkomt bij oudere bijen die hoe dan ook dicht bij hun levenseinde zijn en mogelijk, via vervliegen, niet eens deel uitmaken van het bemonsterde volk. De echte vraag is: ‘hoeveel jonge bijen er besmet zijn en hoe groot het risico is dat ze allemaal besmet geraken?’.

-    men neemt aan dat Nosema apis zich verspreidt via een gezamenlijke waterbron en/of door jonge bijen bij het poetsen van de cellen. Bij Nosema ceranae is de verspreidingswijze niet gekend: op de raten bijvoorbeeld worden er weinig of geen sporen ervan aangetroffen.

-    denken we even door: het is niet ongewoon dat een volk veel jonge, onbesmette bijen telt en over propere broedramen beschikt. Laat ons aannemen dat 2% van de oudere veldbijen van zo’n volk aangetast zijn en dat ze elk 50 miljoen sporen dragen. Een nosemacontrole van dat volk houdt in dat we een staal van dertig tot vijftig bijen nemen (af te vangen aan de vliegplank), hun achterlijven pletten in water en een druppel van deze vloeistof onder de microscoop brengen. -    stel dat we in het microscopisch beeld een miljoen sporen zien. Wat kunnen we daar dan uit afleiden?

-    volgens mij dit:

. het staal telt één bij met vijftig miljoen sporen of
. elke afgevangen bij draagt één miljoen sporen of
. iets daar tussen in.
-    wat moeten we dan besluiten? Elk van deze ‘interpretaties’ werpt een verschillend licht op het probleem en vereist een aangepast respons. Daarom vind ik dat deze manier van stalen nemen enkel aantoont dat er in dat volk nosema aanwezig is, maar gezien er sowieso altijd aanwezig zijn is er dus niets bewezen!

-    beter zou al zijn om van dezelfde steekproef drie subgroepen te maken van tien toe twintig bijen en de drie subgroepen onderling te vergelijken. Dat zou een beter beeld van de distributie van de sporen over de groepen geven en niet enkel aantonen dat als je maar genoeg oude bijen afvangt, zoals we nu dus doen, je zeker nosemasporen vindt.

-    de gebruikelijke controleprocedure is zinvol als een ziekte gelijkmatig over de bevolking verdeeld is, zoals bij varroa, maar ze faalt, mijn inziens, als de verdeling ongelijk is, zoals bij nosema.

Mijn vragen zijn nu:

-    heeft de man gelijk?

-    is er een betere manier om een volk op nosema te controleren?

-    en, uitbreidend, weet er iemand hoe Nosema ceranae in Vlaanderen gecontroleerd wordt?

 Ik hoop dat we uit alle reacties samen heel wat zullen kunnen leren.

Beste groetjes,

 Ghislain.