Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Nosema ceranae niet de oorzaak van bijensterfte

Van: Ghislain De Roeck [mailto:gderoeck bij euphonynet.be]
Verzonden: zondag 27 juni 2010 10:13
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: [bijen] Nosema ceranae niet geassocieerd met CCD in de Balkanlanden?

Een nieuw Servisch onderzoek betwijfelt of N. ceranae een rol speelt in de bijensterfte (CCD) nu blijkt dat N. ceranae al minstens tien jaar voorkomt in de regio's van het voormalige Joegoslavië, zonder dat de bijenvolken hierdoor drastisch verzwakten. De onderzoekers zien dit feit in contrast tot het veelvuldig gebruik door imkers daar van fumagilline, met weinig aandacht voor de mogelijke verontreiniging van de honing door dit krachtige antibiotica.

Meer hierover op: http://www.apidologie.org/index.php?option=com_article&access=doi&doi=10.1051/apido/2010034&Itemid=129.

Titel van het verslag van dit onderzoek: Dominantie van Nosema ceranae bij honingbijen in de Balkanlanden in afwezigheid van symptomen van CCD, auteurs: Jevrosima Stevanovic, Zoran Stanimirovic, Elke Genersch, et al.. 2010. Apidologie.
In het Engels:  Dominance of Nosema ceranae in honey bees in the Balkan countries in the absence of symptoms of colony collapse disorder.

Samenvatting:
De prevalentie van N. ceranae in de Balkan kon niet worden geassocieerd met een toename van nosemose of kolonieverlies met symptomen van CCD.

De resultaten van de studie toonden aan dat N. ceranae in 272 stalen voorkomt en N. apis in slechts één staal, wat de dominantie van infectie door N. ceranae suggereert in alle gecontroleerde Balkanlanden gedurende de laatste drie jaar (2006 tot 2009). De detectie van enkel N. ceranae in oudere stalen uit Servië, verzameld tussen 2000 en 2005, geeft bovendien aan dat deze soort nosema daar al aanwezig is sinds ten minste 2000.

De indrukwekkende dominantie van N. ceranae, bevestigd door de analyse van een groot aantal stalen in deze studie, met inbegrip van oudere stalen verzameld tussen 2000 en 2005, alsmede het ontbreken van een moleculair bewijs van de aanwezigheid van N. apis als een overheersende microsporidium bij de honingbijen in Servië, kan erop wijzen dat N. ceranae niet moet beschouwd worden als een nieuwe ziekteverwekker van honingbijen in Servië, althans niet gedurende de laatste 10 jaar.

In alle gecontroleerde Balkanlanden is het gebruik van fumagilline voor de bestrijding van nosemose veralgemeend en uitgebreid, ondanks het feit dat, als deze stof niet goed gebruikt wordt, ze schadelijke effecten kan hebben voor de menselijke gezondheid.


Beste groetjes,

Ghislain.


Bron: BEE-L