Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Methode Roger De Croock

Van: Roger De Croock [mailto:rdcroock bij pandora.be]
Verzonden: woensdag 19 november 2008 18:21
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] Afzondering van de koningin in miniplusmethode.

Hallo

Met onderstaand idee en een verhaal van de heer Hubert Gorssen in verband met het verwijderen van de varroa griezels wordt het bewijs geleverd dat we er maar mee bezig zijn.
Als ik "de vaststellingen" in de miniplusmethode erop nalees zitten er nogal wat nadelen in. Meer concreet alles wat met de koningin heeft te maken (opzoeken, terugzetten enz.).
Beide methodes hebben veel gemeen met deze die ik al, en samen met mijn enkele tientallen navolgers, succesvol toepas.
Tegenwoordig wordt er met veel belangstelling gekeken naar de in Celle ontwikkelde rotatiemethode.
Deze rotatiemethode is niet direct voor de gewone imker weggelegd, laat staan voor beginners. Het idee ervan is wel bruikbaar.
Zwermen zit in de genen van de bijen om ze van nature uit gezond te houden. Wij imkers en onze omgeving hebben dat niet graag en passen dan ook allerhande methodes toe om het zwermen te verhinderen.
Eén ervan die efficiënt en zeer vlug kan uitgevoerd worden is de tussenaflegger. Een techniek die elke imker zou moeten beheersen, wat niet wil zeggen dat andere methodes niet doeltreffend zijn.
Het idee van de rotatiemethode samen met de tussenaflegger, al dan niet als zwermbeteugeling, is de basis van deze methode. Werken met broedbeperking versnelt de uitvoering.
Wat was de aanleiding?
In 1999 zag in bij het inwinteren mijn volken een voor een wegkwijnen en schreef dan een artikel "hebben we nog bijen na 2000". Ik kreeg daar veel reacties op van collega's met dezelfde problemen.
Van de 8 echt goede productievolken resten er begin 2000 nog slecht twee met een handjevol bijen en een K'. De varroa had haar werk gedaan.
Tot 1997 gebruikten ik apistan met een goede werking en zonder problemen.
Wegens resistentie is in 1998 apivar als vervangend  middel voorgesteld en verwend als we waren hoopte ik op dezelfde resultaten; niets was minder waar want de restmijten waren begin 1999 vermoedelijk zo talrijk dat ze zich in de loop van dat jaar in die mate konden vermenigvuldigen met de gekende treurige resultaten.
Dat mocht niet meer gebeuren stelde ik mezelf als doel.
Ik experimenteerde met de rotatiemethode waar er tegenwoordig nogal om te doen is. Een perfecte methode doch voor de meeste imkers nagenoeg niet uitvoerbaar.
Voor alle duidelijkheid:
- Ik werk met segeberger kasten van hetzelfde formaat (geen kleine hoogsels).
- Zwermbeheersing gebeurt met tussenaflegger.
- Ik werk ook met broedbeperking.
Na veel denkwerk en computersimulaties kwam ik tot een methode naar het idee van de rotatiemethode en gebruik makend van de tussenaflegger.
Broedbeperking is niet noodzakelijk maar het gaat wel vlugger.
Na wat experimenteren deed ik de nodige ondervinding op om een artikel te publiceren in het maandblad van maart en april 2006.
Inmiddels pas ik deze methode, mits enkele kleine praktische aanpassingen, al een 5-tal jaar succesvol toe. Inmiddels zijn al tientallen imkers die ze even succesvol toepassen en voor zover me bekent zonder enig verlies van volken voor-, tijdens en na de winter.
Bij vele imkerverenigingen was ik te gast om de methode te komen voorstellen.
De hele methode is vastgelegd op DVD die vertoond wordt na mijn uiteenzetting aan de hand van een PowerPoint presentatie.
In bijlage een bondige samenvatting van de methode gestart met bevruchte K' en gestart met rijpe dop. Gestart met zwermdop gaat eveneens en geeft zelf wat meer speelruimte voor de behandeling van de broedaflegger. De data zijn informatief.
Een 12-tal van onze beginnende imkers na de cursus 2007 zijn al direct met deze methode succesvol gestart en de meeste hebben er al direct zelf een volkje bij.
Een voorbeeld van dit jaar: gestart met 10 productievolken en een reservevolkje en geëindigd met 11 productievolken en 10 vijframer (2 per romp) + 1 op volledige romp.
Bij toepassing op 26-6-08 'ontvangst van leggende koningin (Sylt)' wordt op 17-7-08 de broedaflegger behandeld. De latere behandeling mede doordat er vermoedelijk maar zeer weinig restmijten waren bij de start van het bijenseizoen heeft er voor gezorgd dat ik geen behandeling meer toepaste en wel om volgende reden:
Er vielen slecht 33 mijten na de behandeling op 28-6 en 30-6 van de tussenaflegger. Bij ontstentenis van darrenraat (laat op het seizoen) is die ook niet gesneden.
De natuurlijke val 2 tot 12-8-08 (10 dagen) bij de 11 productievolken was nauwelijks 16 mijten.
Het tellen van mijten na behandelen van de broedaflegger is niet mogelijk omdat de separator daar geen voorziening voor heeft.
Op 29 oktober 2008 is er een eerste winterprik geweest, drie weken nadien, eind november wordt behandeld met oxaalzuur (bedruppelen).
Resultaat: Totale val bij 21 volken, kleine afleggers inbegrepen ????
Normaal zal ik nu zaterdag 22-11-09 behandelen, met oxaalzuur, bedruppelmethode en beloof tegen eind volgende week de resultaten door te sturen.
Enkele pluspunten:

  • Bij het herverenigen worden de twee broednesten samengevoegd met meestal een jonge koningin en zijn er al gauw 10 tot 12 ramen met broed. In 2008 gebeurde dat per 20 juli waarna de honing werd afgenomen en gestart met toedienen van wintervoer. Per 12 augustus was die klus geklaard. Onnodig te zeggen dat als in een zeer varroaarme omgeving die 10 tot 12 broedramen uitlopen er een massa (zomer)bijen ontstaan die kunnen instaan voor het verwerken en opslaan van het aangeboden wintervoer en de opkweek van een massa vitale, niet geïnfecteerde en goed doorvoede winterbijen; een garantie voor het volgend jaar.
  • Een eveneens sterk punt van deze methode is het aanvaardingsproces van nieuwe koninginnen. Bij de start met zwerm- of rijpe dop worden de jong uitlopende koninginnen voor 100% aanvaard. Voor het invoeren van een leggende koningin wordt een situatie gecreëerd dat het aanvaarden in de hand werkt. Even verduidelijken: de broedaflegger wordt 8 dagen voordat de jong bevruchte koningin ter beschikking komt. Na die acht dagen zijn alle georiënteerde werkster afgevlogen en rest er nog maar jonge bijen samen met het intussen uitgelopen broed. Dus wordt de jonge koningin verwelkomt door uitsluiten jonge werksters. Tenzij een redcel overgeslagen is, is de slaagkans 98% om niet 100% te zeggen.
  • Een veel voorkomende vraag: is daar veel meer werk aan? Daarop kan ik al direct NEE zeggen. Bij vroege toepassing met zwerm- of rijpe dop voorkom je verdere zwermcontrole. Bij latere toepassing gaat alles zijn normale gang (zwermcontrole en beheersing) en zou je kunnen zeggen dat er wat meer werk aan is maar als het vervangen van de oude koninginnen zich opdringt zal er zeker niet meer werk aan zijn, wel integendeel. De behandeling tijdens of na het inwinteren kan dan wegvallen.
  • En natuurlijk zijn er ook een zwak punten; de koningin moet twee maal opgezocht worden, daarom is het merken van koninginnen een meer dan handig hulpmiddel en er is een separator nodig als dat al als een nadeel kan aanzien worden. (onontbeerlijk als weekend imker - Karl weiss)

De methode in het kort. (broedbeperking)

  • Maken van een tussenaflegger. (dag 0)

Koningin en open darrenbroedraam (varroa vangraam) in onderste romp (TA).
Daarop moerrooster en honingzolder. Drie tot vier ramen bijen uit de broedbak afstoten in honingzolder (deelnemen aan honingoogst).
Daarop separator en romp (BA) met al het broed en met:

  • of een zwermdop
  • of een rijpe moerdop
  • of enkel met broed (BA). Ontvangst van bevruchte koningin.
  • Dag + 2:  in de BA zijn de vliegbijen afgevlogen en wordt, via de bodem, in de TA  1 tot 3 maal stootbehandelingen met 20 ml mierenzuur van 80 tot 85 % op schotelvod van 20 x 20 cm. toegepast.
  • Vanaf dag + 9  kan in de TA het inmiddels gesloten darrenbroed uitgesneden worden (enige invasiemogelijkheid van de varroa).

Omdat in de TA gedurende die 9 dagen alle mijten op de bijen zitten worden ze met het darrenbroed en via behandeling met mierenzuur voor het grootste deel verwijderd.

  • Dag + 8: de redcellen in de BA verwijderen en de jonge koningin via invoerkooitje invoeren. Ze moet wel 5 dagen erin blijven (die 5 dagen arrest zijn nodig om het broed van de oude K' te laten uitlopen voor het broed van de ingevoerde K' zich sluit). 8 + 5 + 9 = 22 dagen
  • Dag + 13: koningin inmiddels omgeven en gevoederd door de bijen laten inlopen.
  • Dag + 21: al het broed van de oude koningin is uitgelopen. Het broed van de jonge koningin bekomen via zwermdop, rijpe dop of bevruchte K' is dan nog niet geslopen. De mijten zitten allemaal op de bijen. Nu kan op de meest efficiënte manier die griezels verwijderd worden met oxaalzuur. Voorkeur gaat uit naar het bedruppelen.
  • Vanaf dag + 25 kan het broed van de jonge koningin geëvalueerd worden en wordt de TA herverenigd met de BA. Met één van de twee koninginnen die in de TA en BA actief waren kan een 5-ramer gestart worden. Dat volkje kan als reserve dienen. Weggeven of verkopen kan ook.

Punten 4, 5 en 6 moeten punctueel uitgevoerd worden.
Voor punten 2, 3 en 7 is er wat tijdsruimte.

Meer info?
052-222718         052-222718 en/of www.devlijtigebie.be

beste groeten
Roger De Croock