Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Vlaanderen, selectiestation?

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 16:40
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste imkers - moertelers,

Het klinkt misschien utopisch, maar theorie kan omgezet worden in praktijk;

Wat denken jullie ervan indien er in Vlaanderen op een democratische wijze één ras zou moeten geteeld worden(zowel Carnica, Zwarte bij, Buckfast etc) en dat iedereen zich daaraan moet houden. Dit kan gebeuren door na een beperkte tijd verkiezingen te houden binnen elke bond en deze door te geven aan de verantwoordelijken van de selectiewerkgroep (of andere personen welke verkozen worden).  Of vinden jullie het beter zoals we nu staan waarvan de meeste onder ons steekduivels hebben?
Zou dit niet dé oplossing kunnen zijn om onze anarchiebijenteelt ergens in een bepaalde lijn, door samenwerking te leiden?

Groeten aan iedereen,
David Van Delm

Van: roger [mailto:depuydt.roger bij skynet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 17:09
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Dag allemaal!

Vlaanderen één groot selectiestation.......... ik meen dat deze slogan 25 jaar gelden ( of is het nog langer )  gelanceerd werd!

Of zoiets kan met ons Belgen ??? Ik denk het niet! Zie wat er gebeurt rond Kreverhille, daar komen imkers in het geniep volken plaatsen om de goede werking van het station te verstoren!! Dat doet toch geen fatsoenlijk mens, maar het gebeurt!

Uw wens is edel en verstandig, graag mijn medewerking, maar dan met carnica!-- Voilà  , daar begint het al!

Vriendelijk gegroet  Roger

Van: michel.vereecken bij pihamme.be [mailto:michel.vereecken bij pihamme.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 17:06
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: [bijen] *** PROBABLY SPAM *** Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Was er ergens in de jaren veertig ook niet iemand die een superras wou. Wilde men in de jaren zestig ook niet alleen dikbillen? Boeren gebruiken nu ook de veearts i.p.v. van een goede stier.
groeten Michel

Van: achiel [mailto:achiel.dhooge bij skynet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 17:18
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

David,

Dat zal wel heel utopisch zijn.

Ik imker met buckfast,  zijn heel zachte bijen, heb regelmatig teveel honing en quasi geen zwermen.

Waarom zou ik overschakelen naar een ras dat ik minder goed ken. Elk ras heeft zo'n een beetje een eigen manier waarop je het het best behandelt.

mvg
achiel d.

http://perso.fundp.ac.be/~jvandyck/homage/elver/pedgr/ped_ADK_2007.html

Van: peter de waele [mailto:dewaele_peter bij msn.com]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 18:16
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Het komt er op neer zo zuiver mogelijk te werken ,je mag nog met één ras werken ,als je met F16 zit van dit ras zit je ook met steekduivels.

peter

Van: Mille en Wille [mailto:willy.mireille bij scarlet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 18:21
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Dag David,

Anarchiebijenteelt is een zwaar woord, maar je hebt gelijk. Op ons klein lapje Vlaanderen is het haast onmogelijk geworden om min of meer raszuivere bijen te telen. De verschillende rassen zijn hier nu eenmaal
en de geschiedenis, en reeds enkele reacties op je voorstel, leert dat dit heel moeilijk te veranderen zal zijn. Toch wil iedereen met zachtaardige bijen werken. Ik vermoed dat dit kan, zelfs met meerdere
rassen in eenzelfde gebied. Raszuiverheid in Vlaanderen zal, vrees ik, te hoog gegrepen zijn (trouwens waar in Europa, de eilanden uitgezonderd kan dat wel?), zachtaardige, productieve bijen voor iedereen kan
misschien wel een haalbaar streefdoel zijn.
Is het probleem van de steekduivels niet veel meer te wijten aan imkers die niet aan moerteelt doen en bijvoorbeeld F8 (en meer) moeren in hun kasten houden? Ik meen dat verschillende proeven hebben aangetoond dat raszuivere
carnica, bevrucht door raszuivere buckfast (of omgekeerd) prima, zachte productievolken opleveren. Als iedereen moeren zou telen met larfjes uit geselecteerde raszuivere moeren en enkel F1 moeren op zijn stand zou
dulden zouden we al heel wat verder staan. Als goede carnica-imker heb je denk ik weinig last van een goede buckfast-imker in je omgeving en omgekeerd. Als je F1 moertjes echter bevrucht worden door F zoveel
darren, dan is het al veel minder plezant.

Zelf imkerde ik vroeger met buckfast, maar omdat de meeste imkers in de buurt met carnica werkten ben ik een aantal jaren geleden uit solidariteit ook overgestapt op carnica, terwijl ik in m'n hart eigenlijk een buckfastimker ben. De kwaliteit van mijn eigen kweek moertjes is er echter niet op vooruitgegaan, wel integendeel, met dank aan de "laat maar zwermen-imkers" die, vrees ik, misschien nog wel het sterkst vertegenwoordigd zijn.

Stel dat je voorstel het ooit zou halen, ik zou er mij achter scharen hé David, welke bij het ook wordt, maar hoe krijg je ooit iedereen mee, zelfs als het bij wet verplicht zou zijn.

Groeten,

Willy

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 19:12
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste Achiel,

Dat geloof ik best van de Buckfastbij.  Elke bij heeft zijn goede en mindere eigenschappen.
Indien de meerderheid stemt op de Buckfastbij of een ander ras en iedereen dit ongeveer volgt (zoals in een democratie hedendaags)
met soms ook overtredingen dan zal de kwaliteit van onze standen op een eenvoudigere manier verbeteren.  Dit komt voor iedereen ten goede, zeker voor de beginnende imker welke we het hardst nodig hebben.

Groeten, David

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 19:27
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste Willy,

Jij bent imker, moerteler in hart en ziel. Jij bent een voorbeeld voor ons allemaal over hoe we zouden moeten zijn. Denk eerst aan de anderen alvorens jezelf.  Dit is de toekomst voor de bijenteelt! Samenwerking.
Waarom zouden we dit niet in ons beperkt imkerwereldje kunnen realiseren zoals we dat kunnen met onze huidige samenleving? De imkers kunnen kiezen; positief zijn of negatief zijn. Ik weet dat de meeste mensen positief ingesteld zijn, daarom het voorstel en stimulans. Indien dit bij wet verplicht zou zijn, dan zullen we alleszins een opmerkelijk verschil zien tegenover waar we nu staan! (Een controleorgaan is een optie als waarborg) We kunnen er alleen maar allen baat bij hebben. Met een ras samenspannen-werken maakt de zaak nog eenvoudiger dan hoe we nu bezig zijn met het overlarvingsproject.

Groeten, David

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 19:34
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste Peter,

Een goede F1 standbevruchtingis mogelijk in Vlaanderen door samenwerking.
De mensen moeten zich hiervan bewust worden.
Het komt er dus op neer zuiver te werken, en hierop verder te selecteren.

Groeten, David

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 19:40
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Dank u Roger voor uw antwoord,

Mijn wens; edel en verstandig, inderdaad maar ook sociaal verantwoord voor iedereen. Nu nog politieker vinden en overtuigen om dit project te lanceren en om uw stem op te nemen.
Waar zitten de politiekers ergens, laat wat van je horen of moeten we er zelf achter komen vragen!

Groeten, David.

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 19:53
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] *** PROBABLY SPAM *** Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste Michel,

De jaren veertig was een droevige tijd en die tijd is gelukkig voorbij. (behalve dat abortus nu de derde wereldoorlog is)
Nu, we zijn met bijen bezig en dat is anders als mensen. Bovendien leren we er zelf iets uit en zetten we als Vlamingen zelf iets op poten. Om terug te komen op kunstmatige inseminatie zoals je als voorbeeld
geeft bij koeien; Niet iedere imker is in staat zijn moeren zelf te insemineren en bovendien kost het allemaal veel geld.
Waarom zaken complex maken indien het eenvoudiger ook kan, en eenvoudig daarbij nog eens de juiste en natuurlijke weg is.
Bij juiste weg bedoel ik dat iedereen er baat bij heeft, vooral de minder begaafden onder ons, zeker de beginners.

Groeten,
David

Van: peter de waele [mailto:dewaele_peter bij msn.com]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 20:01
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] *** PROBABLY SPAM *** Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

David ,

Zo eenvoudig  gaat of zou dat zeker niet lopen gelijk u voorstelt,wat ga je doen met de imkers die  verspreid zijn over het ganse Vlaamse gedeelte die met hun bijen reizen naar Wallonië voor koolzaad,ga je de imkers van Wallonië ook wijs maken om ook met dit een zelfde ras te werken. 
Telkens brengen ze een inmenging van andere rassen mee want zwermen doe ze ook als ze ginder staan.

peter

Van: Mille en Wille [mailto:willy.mireille bij scarlet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 20:11
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Dag David,

Klein politiek probleempje toch met je voorstel. Je zou één ras democratisch laten verkiezen. In een goede democratie wordt rekening gehouden met minderheden anders ga je naar een dictatuur. Ik ken je
niet, maar weet haast zeker dat je niet met de zwarte bij imkert. Zo ja, dan zou je voorstel zou immers het einde van je geliefde ras betekenen in Vlaanderen omdat de zwarte bij duidelijk in de minderheid is, ondanks
zijn waarschijnlijk ook wel te verdedigen eigenschappen en waarden. Waarschijnlijk ben je een carnica-imker en voel je je zegezeker.

Mijn pleidooi blijft, laat ons vredig, multiraciaal samenleven en de "F zoveel" imkers overtuigen om ook met rasbijen te werken.

Groetjes,

Willy

Van: Hendrik Trappeniers [mailto:trappeniers.hendrik bij scarlet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 20:19
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: RE: [bijen] één groot selectiestation

Hello allen,

Ik denk dat één ras utopisch is of alleen in ex-communistische landen zoals mij werd verteld bijv. Slovenië Voorlopig denk ik dat we ons moeten concentreren dat we ALLE imkers ervan
overtuigen om met raszuivere bijen te werken en hun rassen niet te laten verbasteren tot F16 of F101s.  Dat zal voorlopig al een heel mooie wensdroom zijn die al veel moeite gaat kosten om dit te realiseren.

Mvg,
hendrik

Van: Dirk Cristael [mailto:dirk.cristael bij pandora.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 20:28
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste David,

Op welke wettelijke basis zou dit steunen?
Wie zal dit controleren?
Het is vrees ik een utopie om tot een standaard ras te komen.
Ga je dan binnen dit ras nog verplichten om met dezelfde linie te imkeren?
In theorie is het mooi maar zal helaas nooit in de praktijk gebracht kunnen worden.
Het zou al mooi zijn moesten we met alle imkers kunnen overeen komen wanneer we gezamelijk aan varroabestrijding doen en hier voor gans Vlaanderen een vaste datum voor afspreken onder alle imkers. Zo zouden we herbesmetting en een heleboel ellende kunnen voorkomen. David, best proberen om in jou streek iedereen te overtuigen en zo een "schutkring" van raszuivere bijen en dito darren te creëren is al mooi.

met vriendelijke groet,
Dirk

Van: Hugo Thoné [mailto:hugo.thone bij edpnet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 20:43
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

David Van Delm schreef:
.....
Indien dit bij wet verplicht zou zijn, dan zullen we alleszins een opmerkelijk verschil zien tegenover waar we nu staan! ....
En ik  vind dat iedere Belg bij wet verplicht zou moeten worden om met een  Gillet Vertigo te rijden.
We kunnen er alleen maar allen baat bij hebben.
Met een ras samenspannen-werken maakt de zaak nog eenvoudiger dan hoe we nu bezig zijn met het overlarvingsproject.
As je er voor zorgt dat je elk jaar F1-moeren op je kasten zet, zullen al veel problemen van de baan zijn.
mvg,

Hugo

Van: Hugo Thoné[mailto:hugo.thone bij edpnet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 20:46
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] *** PROBABLY SPAM *** Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

David Van Delm schreef:
... (behalve dat abortus nu de derde wereldoorlog is) ...
Beste,

Dergelijke statements doe je beter niet op een discussielijst over bijen.

mvg,

Hugo

Van: Roger De Vos [mailto:roger.devos3 bij telenet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 21:17
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

We zijn al een stap vooruit aan het gaan !
Buckfast wordt hier nu ook al een "ras" genoemd !
Goed zo David !
groetjes

roger

Van: Erik Goris [mailto:Erik.jjm.goris bij telenet.be]
Verzonden: dinsdag 7 oktober 2008 22:44
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] één groot selectiestation

Dag allen,

Toch ook eens wat tegengeluid geven. Ik lees dat iedereen zowat voor F1 koninginnen pleit. Dat is voor de imker gunstig. Maar is dat gunstig voor de bij, zeker op lange termijn?

Er zijn enkele studies geweest over de genetische diversiteit. Wat blijkt dat bijen in bepaalde oases in de Sahara, genetische meer divers zijn dan in het Europa van nu. Dat geeft te denken. Stel dat je tot een ras zou overgaan dan is het drama nog groter.

Er zijn zo'n twintig moerkwekers (ik zeg zo maar wat) waar heel europa zich gaat bevoorraden. IN Vlaanderen is dat nog minder. Alle bijen geteeld zijn afstammelingen van enkele lijnen. DE genetische diversiteit wordt dan heel smal. Catastrofes zijn dan ook dicht bij.

Bijen zijn en blijven bijen. We willen wel graag dat die dieren anders zouden zijn dan wat voor ons gemakkelijker is, maar gelukkig is en blijft de natuur niet maakbaar. Angelloze bijen zitten er voorlopig niet in.

Ik zelf heb ook F1 koninginnen, en toch blijft het bovenstaande steeds knagen bij een volgende aankoop. Een reden waarom ik verschillende standen met andere rassen bevolk.

MVG

Erik

Van: Peter Vercruysse [mailto:vercruysse_peter bij hotmail.com]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 9:42
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Besten,

vergeten we niet dat er ook zoiets bestaat als wilde of verwilderde bijen???  Gaan we eerst in de natuur alle wilde bijen en zwermen gaan doden zodat er geen verkeerde bevruchtingen zouden gebeuren?  Wat met de biodiversiteit om het met een moeilijk woord te zeggen.
Ik ben niet gestart met imkeren om kilo's honing te oogsten, maar wel omdat ik bijen zo fascinerend vind. 
Iedereen zal wel streven naar zachtaardige bijen, als er al eens een steeklustig volkje tussen zit, dan weet men weer wat gedaan en kunnen we weer een andere (reserve koningin) invoeren.
Laten we inderdaad streven naar F1 moeren.   Wie sterk is in het kweken van moeren kan misschien collega imkers aan goede moeren helpen.  Maar ik vrees dat daar een heikel punt aangeraakt wordt.  Ik heb als starter ervaren hoe moeilijk het is om op weg gezet te worden.

Met vriendelijke imkersgroeten

Peter

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 11:16
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] *** PROBABLY SPAM *** Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste Peter,

Als het lukt in Chimay met de Zwarte bij, kan het bij ons ook.  Zij hebben daar enkel de Zwarte bij en iedereen houdt zich daar min of meer aan, met ups en downs maar ze boeken vooruitgang en dat is wat telt.
Wij zijn zeker niet onbekwamer als de Walen...

groeten,
David

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 11:28
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste Willy,

Indien we allen op één ras overschakelen vermijden we problemen. Nu zijn we al een stap vooruit ivm verdelen van larfjes, maar die onderlinge kruisingen op eigen stand zijn ontoelaatbaar.
Kreverhille is goed, evenals KI en eilandbevruchtingen, maar de meeste doen er geen moeite voor. Een ras overal zouden vele van die zaken sowieso oplossen.

Ikzelf ben helaas Carnica-imker, maar ben voorstander voor de inheemse Zwarte bij. Spijtig genoeg zijn deze in ons multiraciaal gebied onhandelbaar na F1 kruising op eigen stand en moet ik dus ook niet gaan uitdelen aan omliggende imkers. Deze bij is in Wallonië beschermd en reeds geselecteerd door de mens. Daarbij heeft deze ook bij ook 10.000 jaar natuurlijke selectie ondergaan.

Hieronder terzijde een verslag van vroeger in het maandblad door Jurgen Vandebotermet (wel van jaren terug)

Naar een restauratie van Apis m. mellifera in Vlaanderen en Nederland?

door Jurgen Vandebotermet

In zijn reeks artikels "Over bijensoorten, -rassen, -stammen en -lijnen' bespreekt A. Schotanus bij zijn overzicht van de "Europese" ras­sen van de honingbij o.a. de Apis mellifera mellifera of 'donkere bij'
(Maandblad V.I.B. 1998/5, pp. 183-188). Op p. 187 van dat artikel stelt hij deze vraag: Is er in Vlaanderen belangstelling voor de restauratie van de oorspronkelijke, inheemse, 'donkere'bij??

Die pertinente vraag heeft mij sindsdien niet meer losgelaten. Na een grondige studie van de relevante literatuur (zie bibliografie) en via mijn contacten met BIBBA (zie infra) ben ik tot de conclusie gekomen dat de
"ten onrechte verstoten en jaren­lang veronachtzaamde Apis m. mellifera" (zoals A. Schotanus het treffend weet te verwoorden) heel wat te bieden heeft aan de doorsnee imker in Vlaanderen of Nederland, zeker, maar niet
noodzakelijk, na enige voor­afgaandelijke selectie. Met dit artikel wil ik de handschoen van dhr. Schotanus opnemen en opnieuw een lans breken voor de inheemse don­kere bij. Er zijn nl. heel wat argumenten die in haar voordeel
pleiten.

In de eerste plaats is de Apis m. mellifera (voortaan kortweg "mellifera" of "donkere bij" genoemd), meer dan enig ander bijenras (zonder daarbij afbreuk te willen doen aan de onbetwiste kwaliteiten van de
carnica), bij uitstek aangepast aan ons weerbarstige (winderig, kil en nat) Noordzeeklimaat. Daar hebben 10.000 jaar natuurlijke selectie sinds de laatste ijstijd voor gezorgd. Ook nu nog, alhoewel de inheemse don­kere bij
in haar zuivere vorm door ondoordacht menselijk handelen zo goed als volledig uit de Lage Landen verdwenen is, maken haar erfelijke eigenschappen nog een heel groot deel uit van de "gene pool" van onze doorsnee
bastaardbij, ondanks massale import van bodemvreemde rassen sinds de Eerste Wereldoorlog. Hoe erbarmelijker de weersomstandighe­den, hoe meer de natuurlijke selectie die eigenschappen bevoordeelt, tenzij de imker die
selectiedruk compenseert door tegen beter weten in zwakke volken kost wat kost te willen redden.

Welke zijn nu die eigenschappen? De donkere bij springt spaarzaam om met de beschikbare voedselvoorraden. Stuifmeel wordt vroeg in de lente verzameld en in grote hoeveelheden opgeslagen, zodat er steeds
voorraad is voor 2 tot 3 weken. Het inslaan van de stuifmeelvoorraad voor de winter gebeurt ook vroeger dan bij andere rassen. De broedaan­zet is altijd voorzichtig en wordt snel teruggeschroefd in periodes van verminderde
dracht. Dat geeft de mellifera in ons klimaat een duidelijk evolutionair voordeel ten opzichte van, bij voorbeeld, de ligustica. Met haar sterk expanderende volken en geringe stuifmeelvoorraden ligt de verhouding jong
broed versus adulte bijen bij dat laatste ras duidelijk veel te hoog voor onze onvoorspelbare weersomstandigheden, waardoor de im­ker al te vaak moet bijvoeren.

Het vliegbereik en lastvermogen van de mellifera zijn door haar robuuste lichaamsbouw beduidend groter dan dat van enig ander ras. Tengevolge van haar donkere pantserkleur raakt ze sneller opgewarmd dan
lichter gekleurde rassen en door haar grote lichaam en lange beha­ring houdt ze die warmte ook langer vast. Ze vliegt uit bij lagere tempe­raturen (vanaf 5,5 °C) waardoor ze zowel vroeger als later op de dag kan verzamelen.
Aanhoudende druilregen of sterke wind houden haar even­min in de kast. Bij lange periodes van aanhoudend slecht weer vindt de bruidsvlucht vaak plaats in de onmiddellijke omgeving van de bijenstand en dat al vanaf 9 °C.

Alhoewel de getalsterkte van een melliferavolk steeds beperkt tot matig blijft, leven de werksters (net als de koninginnen) opmerkelijk lang (zomerbijen tot 10 weken) en zijn er opvallend meer haalbijen dan
huisbijen, waardoor de honingopbrengst vaak nog onverwacht groot uitvalt voor zulk een bescheiden volk, vooral in magere periodes.

De donkere bij overwintert ook uitstekend. De wintertros is klein maar erg compact, waardoor de warmte goed wordt vastgehouden en de sterfte minimaal blijft. De mellifera is ook minder afhankelijk van
reini­gingsvluchten dan andere rassen omdat ze fecaliën langer in het rectum kan opslaan. Een winterzonnetje na sneeuwval zal haar niet naar buiten lokken.

Haar broednest is mooi compact en stuifmeel wordt er zo dicht mogelijk bij opgeslagen, dikwijls in een ononderbroken cirkel er rond. Honing wordt buiten de stuifmeelkring opgeslagen in een zo klein moge­lijk volume.
De verzegeling van de honingraten is exemplarisch: spierwit met convexe dekseltjes over een dun luchtlaagje zodat de honing niet kan 'wenen' en minder gemakkelijk gaat gisten.

De broedstop vindt plaats in de vroege zomer (rond half juli), waardoor de winterbijen hun eiwit-vetlichaam in de herfst niet meer aan verlate broedzorg hoeven te verkwisten en sterk de winter in kunnen. Die
vroege broedstop heeft tevens het belangrijke voordeel dat het aantal var­roamijten in een melliferakolonie niet exponentieel kan blijven groeien.

Het volume jong broed blijft ten allen tijde matig, zelfs in periodes van overvloedige dracht, zodat de broedzorg altijd optimaal blijft, ook in periodes van verminderd voedselaanbod. De werksters leven bij­gevolg
lang, waardoor de natuurlijke bevolkingspiramide in een mellifer­avolk moeiteloos in stand kan gehouden worden en alle taken steeds ver­zekerd blijven. De kans op een onvoorziene bevolkingsimplosie blijft daardoor
altijd gering, wat een gedeeltelijke verklaring zou kunnen vor­men voor de geringe zwermlust van de donkere bij, zelfs in een krappe behuizing (cf. de lezing van Herwig Ramon over een oude bedrijfsme­thode met be­perkte
broedruimte op het laatste Vlaamse Imkerscongres te Oostmalle). Zwermtrage melliferastammen vertonen bovendien niet zel­den een aanleg voor stille moerwisselingen waarbij de oude en nieuwe koningin nog een hele tijd samen
aan de leg blijven, soms zelfs overwin­teren, alvorens de oude moer wordt verwijderd. (Dit heeft dus niets te maken met het voortijdig falen van de koningin, vandaar de Engelse term "queenright supersedure".) De onterechte
reputatie van de mellifera als een ras met een grote zwermdrift is enkel het gevolg van  een doorgedre­ven selectie op die eigenschap door de korfimkers uit vroeger dagen.

Ook de reputatie van de inheemse donkere bij als rasechte steekdui­vel is beslist onverdiend. Dat bewijzen de talrijke historische bronnen die getuigen van een minimale bescherming bij het imkeren. Waar er
toch van een uitgesproken agressief gedrag sprake is (steeklustig en neiging tot achtervolgen) is er onveranderlijk sprake van bastaardvormen. Vooral de kruisingen met carnica en buckfast kunnen ongemeen agressief zijn, hoe­wel
ze een spectaculaire haaldrift ten toon spreiden (heterosiseffect). Niets wijst erop dat na zorgvuldige selectie de raszuivere mellifera niet even zachtaardig en handelbaar zou kunnen zijn als de carnica of ligustica (die
al tientallen jaren intensief "veredeld" worden), wat door de inspan­ningen van o.a. de Galtee Bee Breeding Group in Ierland (zie infra) trouwens overtuigend bewezen wordt. Bovendien zijn de diverse Melliferastammen uit de
verschillende regio's binnen haar areaal onderling goed verenigbaar, waardoor inteelt bij de selectie geen probleem mag vormen.

Wat wel klopt is dat de donkere bij over het algemeen een geringe raamvastheid vertoont. Wanneer men een raam uit de broedkamer neemt, hebben de bijen vaak de neiging om over de bovenkant te rennen, in een tros
er onderaan te gaan hangen of er zelfs af te springen. Dit nerveuze temperament is eveneens terug te voeren op een oude gewoonte uit de korfimkerij waarbij een volk vóór de honingoogst met geroffel uit de korf
werd gedreven, zodat men het niet hoefde af te zwavelen. Het ver­vangen van de koningin door een minder stressgevoelige en de ramen bij inspecties niet te bruusk hanteren kunnen deze moeilijkheid al voor een groot deel
verhelpen.

De donkere bij is beslist niet zuinig wat haar gebruik van propolis betreft. Dat maakt het inspecteren van de ramen niet altijd even makkelijk, maar heeft wel tot gevolg dat melliferavolken minder vaak te
lijden hebben van nosema-infecties (antibiotische werking van propolis). De in­heemse bij is wel tamelijk bevattelijk voor kalkbroed. Dat heeft te maken met een variabele nesttemperatuur: tijdens de nacht en in periodes van
verminderde nectargift kan de nesttemperatuur gevoelig dalen (verschillen van 17 graden tussen maxima en minima zijn niet uitzonder­lijk), waardoor de voedselreserves in mindere mate moeten aangesproken worden, wat dan weer een duidelijk overlevingsvoordeel met zich mee­brengt in een weinig toeschietelijk klimaat als het onze.

Al deze eigenschappen contrasteren duidelijk met die van de ligus­tica, die in de meeste opzichten de antipool is van de mellifera (een mild mediterraan klimaat vergt tegenovergestelde strategieën). De carnica,
die aan strenge winters aangepast is en bij ons dan ook probleemloos over­wintert, is " in zijn natuurlijke verschijningsvorm " ­ toch meer op een ononderbroken nectargift tijdens warme lentes en zomers ingesteld
(continentaal klimaat) en bijgevolg minder op overleven gericht dan de robuuste mellifera. De bucfast kunnen we in dat opzicht ergens tussen de ligustica en de carnica situeren.

De hierboven besproken karakteristieken zijn ook eerder typisch voor de melliferastammen uit Noordwest-Europa (Britse Eilanden, Lage Landen, Duitsland en Scandinavië).  Het spreekt voor zich dat de variëtei­ten in het
droge en warme klimaat van Zuid-Frankrijk of in het uitge­spro­ken continentale klimaat van Rusland een heel ander conglomeraat van ei­genschappen laten zien.

Toch geeft deze oppervlakkige schets al een aardig idee van de in­teressante mogelijkheden die de donkere bij biedt voor verdere selectie. Het lijkt ons een bijenras dat bij uitstek geschikt is voor exhaustieve
bijen­teelt, één dat ook bij een minimum aan zorg of in periodes van aanhou­dend slecht weer toch nog aanvaardbare resultaten oplevert dankzij haar grote zelfredzaamheid (in tegenstelling tot bij voorbeeld de ligustica,
die in een klimaat als het onze met alle mogelijke zorg moet vertroeteld wor­den). Dat maakt de donkere bij zeer geschikt voor de drukbezette 'weekendimker' die met een minimum aan ingrepen toch een goede
ho­ningopbrengst wil behalen. Waarmee ik geenszins wil zeggen dat de mellifera een soort wonderbij is waarnaar je als imker verder niet meer hoeft om te kijken. Niets is minder waar. Een maximum aan resultaat be­reik
je ook met dit ras alleen wanneer je de bijen met de nodige toewij­ding verzorgt. Laten we dat vooral niet vergeten.

Ten slotte is er nog een andere, zelfs dwingender reden waarom de imker vandaag de dag de mellifera niet langer straffeloos kan blijven ne­geren: die van het natuurbehoud. Steeds vaker steken allerlei
bijenziekten opnieuw de kop op. Amerikaans vuilbroed, acariose en uiteraard de Varroamijt laten zich niet meer wegcijferen. Een blijvende en afdoende oplossing voor heel wat bijenziekten zal op de lange termijn alleen te
vin­den zijn op het vlak van een grotere genetische resistentie van onze vol­ken. Dat aspect hebben we de laatste jaren in onze bijenteelt misschien wat al te vaak verwaarloosd, terwijl de natuurlijke selectie op die
eigenschap door ons imkertechnische ingrijpen zo goed als weggevallen is.

Daar komt bovenop dat de genetische diversiteit binnen de Europese honingbij de laatste decennia schrikbarend achteruit gegaan is. Het tanende aantal imkers in de meeste Europese landen, de toenemende
verschraling van de plantenrijkdom door het doorgedreven gebruik van pesticiden en de blijvende nadruk op monoculturen, de voortschrijdende vermenging, al dan niet opzettelijk, van verschillende bijenrassen tot een
soort uniforme Eurobij, en de verdwijning van de laatste wilde bijenko­lonies door toedoen van de niet te stoppen Varroamijt (die onlangs ten­slotte Ierland bereikt heeft) zijn daarvoor verantwoordelijk.

Om die genetische erosie te stoppen is het absoluut noodzakelijk dat zo veel mogelijk verschillende regionale variëteiten of ecotypes van de Apis m. mellifera voor de toekomst bewaard blijven. DNA-onderzoek heeft
immers uitgewezen dat de genetische verschillen tussen locale stammen binnen het melliferaras vaak groter zijn dan de onderlinge ver­schillen tussen verwante rassen als de italica, de carnica en de anatoliaca. Mogelijk
vertonen sommige van die melliferastammen, in mindere of meerdere mate, resistentiemechanismen tegen ziektes die bij onze 'veredelde' bijen ontbreken. Het zou een enorme verarming betekenen, moest dat waarde­volle
erfelijke materiaal voorgoed verdwijnen, aange­zien die zeldzame eigenschappen zelfs na decennia kunstmatige selectie wellicht nooit meer tevoorschijn gehaald kunnen worden.

Rabiate tegenstanders van de alom verguisde mellifera hebben altijd beweerd dat dit ras in Europa nergens meer in haar zuivere vorm te vin­den was, maar verscheidene omvangrijke morfometrische en DNA-stu­dies
hebben onomstotelijk het tegendeel bewezen (cf. het eerder geci­teerde artikel van A. Schotanus). Gelukkig is er de laatste jaren een dui­delijke kentering opgetreden in de houding van allerlei imkersorganisaties t.a.v. de
inheemse bij. Men wordt zich stilaan bewust van haar kapitale belang voor de genetische diversiteit binnen de westerse honingbij als diersoort. In verscheidene Europese landen zijn er het laatste decennium allerlei
organisaties opgericht die zich inzetten voor het behoud of de restauratie van de lokale ecotypes van de inheemse bij, zelfs in Wallonië (zie infra).

Ik denk dat ook in Vlaanderen en Nederland de tijd stilaan rijp ge­worden is om ons steentje tot die voor de imker zo belangrijke vorm van natuurbehoud bij te dragen. Ook binnen de Selectiewerkgroep van de Vlaamse
Imkersbond is men gelukkig tot dezelfde conclusie gekomen. Het bestuur heeft daarom onlangs besloten de mellifera in het vernieuwde selectieprogramma op te nemen. Daartoe werd er een Mellifera-groep opgericht waarvoor
ondergetekende als bezieler en coördinator zal fungeren. Uiteraard moet die nieuwe teeltgroep een voldoende brede basis krijgen, alleen al om het probleem van de inteelt uit te bannen. Bevruchting van koninginnen zal
noodgedwongen via kunstmatige inseminatie moeten gebeuren.

Een dergelijk " technisch moeilijk " project kan enkel kans van slagen hebben als het van bij de aanvang kan rekenen op voldoende steun van een aantal doorgewinterde koninginnentelers die enthousiast genoeg zijn om
deze uit­daging aan te gaan en vooral met veel toewijding vol te houden. Maar de deelname van minder ervaren of beginnende imkers is minstens even welkom. Ik wil dan ook van deze kans gebruik maken en een dringende oproep doen aan alle geïnteresseerden om zich bij de Selectiewerkgroep te melden op­dat het Mellifera-project snel van de grond zou kunnen komen. Als er voldoende reactie komt, zouden we al over enkele jaren bemoedigende
resultaten moeten kunnen behalen gezien de ervaringen van verscheidene groepen in het buitenland.

Hieronder volgt een lijst met organisaties die zich bezig houden met de selectie van de donkere bij in hun eigen land. Ten gevolge van plaats­gebrek vermeld ik alleen hun naam en adres. Een bespreking van hun
werking zal moeten wachten tot een andere keer. Voor wie op individuele basis met de mellifera wil experimenteren volgt daaronder een lijst met telers bij wie melliferakoninginnen besteld kunnen worden.

Bedenk wel dat geen van die imkers professionele bijentelers zijn, zodat het aantal koninginnen dat u in één keer kan bestellen noodgedwon­gen beperkt moet blijven. Vergeet niet uw bestelling ook tijdig
te plaat­sen. Aangezien nie­mand van hen koninginnen voor het geld verkoopt maar alleen uit idea­lisme teeltmateriaal tegen kostprijs ter beschikking stelt, voegt u best een begeleidend briefje bij uw bestelling waarin u
uit­legt wat u van plan bent. Een vriendelijk woord doet altijd deugd en zal uw contacten heel wat vlotter laten verlopen. Tot slot moet u er terdege rekening mee houden dat de mellifera een grote genetische variatie bin­nen
haar verspreidingsgebied vertoont en dat u een ecotype moet kiezen dat aangepast is  aan de vegetatie en klima­tologische omstandigheden van onze streken, zo niet zullen uw inspannin­gen wellicht op een teleurstelling
uitdraaien. Daarom raad ik u aan u te beperken tot de onmiddellijke buurlanden: Ierland, Groot-Brittannië, West-Duitsland, Wallonië en Noord-Frankrijk.

Wie in het door de Selectiewerkgroep gecontroleerde Mellifera-project wil stappen, raad ik aan nog even te wachten met de aanschaf van koninginnen tot er concrete wer­kingsmodaliteiten vastgelegd
zijn. Hier zal immers volgens een strikt teeltschema gewerkt moeten worden, waarbij niet alleen het teeltmateriaal gegarandeerd raszuiver moet zijn, maar waarbij er ook een voldoende aantal koninginnen van dezelfde stam
voorhanden moet zijn, zo niet kan er van enig ernstig selectiewerk niets in huis komen. Zulke relatief grote aantallen raszuiver gepaarde koninginnen kunnen slechts op enkele plaat­sen in Europa verkregen worden. Hieronder
worden er drie besproken die voor onze doeleinden het meest in aanmerking komen. Voor de adres­sen verwijs ik naar de lijst met organisaties en telers.

In County Tipperary in Ierland is de Galtee Bee Breeding Group (een 10-tal actieve leden) werkzaam in een gebied van meer dan 650 vierkante kilometer waarin uitsluitend met de mellifera geïmkerd wordt. De
klimatologische omstandigheden zijn er nagenoeg identiek aan de onze. Hun voorzitter, dhr. Micheal MacGiolla Coda, heeft al heel wat ja­ren selectiewerk aan zijn lijn verricht. Zijn 'dark Galtee queens' hebben dan
ook de reputatie heel handelbaar en zachtaardig te zijn.

In West-Bretagne in Frankrijk zet de vereniging Abeille Noire Bretonne (een 70-tal leden) zich in voor het behoud en de verdere selectie van de Bretoense donkere bij. Hun werk kadert in een ruimer project dat de
instandhouding van de inheemse biodiversiteit beoogt en dat de volle steun geniet van de plaatselijke overheid. In 1989 werd er op het eiland Ouessant voor de Bretoense kust een reservaat met paringsstation voor de lokale
melliferastam opgericht onder leiding van de voormalige voorzit­ter en enige imker aldaar, dhr. Georges Hellequin. Na diens overlijden in 1998 ging de leiding van het project over in handen van dhr. Job Pichon. Het 50-tal
kolonies op het eiland wordt door biologen beschouwd als een typevoorbeeld van de Franse donkere bij.

Middenin het Kattegat, de zee-engte tussen Zweden en Jutland, ligt het Deense eiland Laesoe. Daar vinden we de zuiverste vertegenwoordi­gers van de noordelijke variant van de Apis m. mellifera. Het
eiland van 25 bij 10 km telt zulk een groot aantal bijenkolonies dat het als een na­tuurlijke "genenbank" beschouwd mag worden, temeer daar recent DNA-onderzoek uitgewezen heeft dat de afstamming van deze bijen, tengevolge
van hun eeuwenlange isolatie, ver in het verleden moet gesitueerd wor­den. Met hun uniforme zwarte uiterlijk vormen ze een opvallende verschijning. Ze zijn opmerkelijk zachtaardig en bijzonder winterhard. Deze bijen worden zo
belangrijk geacht voor het behoud van de genetische va­riatie binnen de mellifera, dat het Europese gerechtshof, op grond van de Internationale Conventie voor Biologische Diversiteit, op 3 december 1998 geoordeeld heeft
dat er op Laesoe geen andere bijen dan de lokale stam van de noordelijke donkere bij mogen gehouden worden. De import  van bodemvreemde bijen is er dan ook definitief volledig verboden. Dhr. Carl-Johan Junge is de voorzitter van de plaatselijke imkersvereniging.

Mellifera-organisaties in Europa

Vlaanderen

Selectiewerkgroep van de Kon.V.I.B.: Mellifera-groep

c/o Jurgen Vandebotermet, Sint-Niklaasstraat 42, 1540 Herfelingen, tel.: 054/56.93.16e-mail: vandebotermet bij hotmail.com

Wallonië

Groupe Mellifica - Ecole d'apiculture du Sud-Hainaut, c/o Hubert Guerriat, Rue du tilleul 19, 5630 Daussois http://users.skynet.be/apiculture/

Rucher-Ecole de Mariemont, c/o C. Denis, Rue Drugmand 64, 7100 La Louviëre

Rucher-Ecole de Mons, c/o J-Ph. Mottoul, Rue H. Dunant 166, 7000 Mons

Groot-Brittannië

Bee Improvement and Bee Breeders Association (BIBBA), c/o Albert Knight, 11 Thomson Drive, Codnor, Ripley, Derbyshire DE5 9RU, http://www.bibba.com

Ierland

Galtee Bee Breeding Group, c/o Dennis Ryan, Mylerstown, Clonmel, Co. Tipperary, http://homepage.eircom.net/~eduard/

Duitsland

Gemeinschaft zum Erhalt der dunklen Biene (GEDB), c/o Wolfgang Kunzfeld,Grabenweg 3, 74156 Ingelfingen

Pro Mellifera, c/o Kai M. Engfer, Ostlandstr. 1, 24247 Mielkendorf, http://insel.heim/at/mainau/330017/bees.htm

Frankrijk

Abeille Noire Bretonne, c/o Job Pichon, Rue Michel Herve 4, 29200 Brest

Centre apicole régional, c/o J. Vaillant, Rue René Ruelle 25, 59222 Bousies

Denemarken

Laesoe, c/o Carl-Johan Junge, Glashusvej 4, 9950 Vester¸ Havn/ ¸

Zweden

Projekt Nordbi, c/o Ingvar Arvidsson, „ngemyrsgatan 5, 666 31 Bengtsfors

Noorwegen

Projekt Nordbi, c/o Nils Jacob Drivdal, Kvelland, 4400 Flekkefjord

Finland

Projekt Nordbi, c/o Tejia Annunen, Ojakylä, 90480 Hailuoto

Zwitserland

Verein zur Erhaltung der Schweizerischen Landrassenbiene  (SLB), SLB Geschäftsstelle, Mulihalde 50, 8484 Weisslingen

 

Telers van melliferakoninginnen in Europa

Wallonië

- Hubert Guerriat, Rue du tilleul 19, 5630 Daussois

Ierland

- Micheal MacGiolla Coda, Glengarra Wood, Burncourt, Cahir, Co. Tipperary

Groot-Brittannië

- BIBBA East Midlands Group, c/o Albert Knight, 11 Thomson Drive, Codnor, Ripley, Derbyshire DE5 9RU

- Copshaw Black Queens, Borders Honey Farm, Newcastleton, Roxburghshire TD9 0SG

- Lester Wickham, New Dunsley Bees, Brown Lane, Holmfirth, Hudderfield, West Yorkshire HD7 1RJ

- Norman Blackburn, 66 Sunnyhill Avenue, Derbyshire DE23 7JR

- Steele & Broodie Ltd., Beehive Works, Killmany Road, Wormit, Newport on Tay, Fife DD6 8PG

- Roger M. Spencer, Vine Cottage Apiary, Sandyhurst Lane, Ashford, Kent TN25 5NY

Frankrijk

- Job Pichon, Rue Michel Herve 4, 29200 Brest

- Andre Laponche, Quartier Le Peyrouas, 83490 Le Muy

- Couturier, 12440 Lescure-Jaoul

- Elevage Luisy, 31340 Villemur

- F. Pichon et H. Chambelland, La Chapel, 03300 Cusset

- Goessens, Rue Tour d'Odre, 62200 Boulogne-Sur-Mer

- Henri Koch, CCP 315599 R Lyon, 69560 Saint-Colombe

- Jean Clochard, 79380 Montigny

- La Ruche de Gatine, Pompaire, 79200 Parthenay

- Le Rucher D'oc, 49 Rue Jonas, 31200 Toulouse

- Limousin Apiculture, Route Nationale 20, 87640 Razes

- Marc Gatineau, Le Bersac, 05700 Serres

- Maurice Demling, 81 Rue de General de Gaulle, 68240 Kayersberg

- Ruchers du Boulonnais, 78 Rue Tour d'Odre, 62200 Boulogne-Sur-Mer

- Pierre Plantaz, 74460 Marnaz

Duitsland

- Roland Würsching, Amselstr. 10, 74199 Untergruppenbach

Polen

- Akademia Rolnicza, Prof. Dr. Jaroslaw Prabucki, ul. Doktora Judyma 20, 71-466 Szczecin (Pommerse, Noorse, Deense en Franse lijnen)

- Henryk Marszalek, Pasieka Reprodukcyjna, ul. 5ego marca 9B/2, 72-411 Wysoka Kamienska (Pommerse en Noorse lijnen)

-  ShiUZ (Stacja Hodowli i Unasienienia Zwierzat), Mgr. Grazyna Korpysowa, Kocierzowy, 97-545 Gomunice (Asta)

- SHiUZ, Piotr Mrowka, ul. Naramowicka 135, 61-619 Poznan

- SHiUZ, Boguslaw Bartosinski, al. Zwyciestwa 10, 19-400 Olecko (Augustowska, Mazurka)

- SHiUZ, Mgr. Joanna Troszkiewicz, ul. Sokolowska 3, 01-142 Warszawa

- SHiUZ, Mgr. Halina Sek, ul. Plazowa 7, 15-959 Bialystok (Augustowska)

- SHiUZ, Mgr. Urszula Lubkowska, ul. Montazowa 12, 20-079 Lublin

- SHiUZ, Mgr. Halina Maslowska, ul. Gen. Bema 32/34, 65-172 Zielona Gora

- SHiUZ, Mgr. Halina Kuc, ul. IX Wiekow Kielc 3, 25-955 Kielce

- Zaklad Unasieniania Zwierzat w Brzesciu, 28-400 Pinczow (Swietokrzyska)

- Zespol Laboratoriow ds. Biotechnologii i Rozrodu CSHZ w Parzniewie, ul. Przyszlosci 1, 05-800 Pruszkow (Kampinoska)

- ZZD, Siejnik, PL-19-400 Olecko

Zweden

- Gunnar Johansson, Storegardsvagen 54, 468 00 Vargan

- Gustaf Eklund, Nytorgsgatan 33, 694 00 Hallsberg

- Ingvar Arvidsson, „ngemyrsgatan 5, 666 31 Bengtsfors

- Ingvar Pettersson, Renvagen 32, 134 34 Gustavsberg

- Karl Drakenberg, Sikas 4016, 830 70 Hammerdal

- Per Ruth, Mellanbagen 14, 907 38 Umea

- Sveriges Biodlares Riksförbund, Trumpetarvagen 5, 590 19 Mantorp

- Sveriges Lantbruksuniversitet, Doktor Josef Stark, SLU Avdelningen för bin, Box 7044, 750 07 Uppsala

Noorwegen

- Nils Jacob Drivdal, Kvelland, 4400 Flekkefjord

- Norges Birkterlag, Bergerveien 15, 1361 Billingstad

Denemarken

- Carl-Johan Junge, Glashusvej 4, 9950 Vester¸ Havn/L ¸

Finland

- Teija Annunen, Projekt Nordbi, Ojakyla, 90480 Hailuoto

- Kari Pirhonen, Pirhonen Mehiläistarhat, 39820 Niskos

Litauen

- Dr. Jonas Balzekas, Parko Str. 8-14, 5051 Akademija

Oostenrijk

- Hans Trenkwalder, Leitenweg 8, 6500 Landeck (Braunelle)

- Hermann Habel, 6162 Kreith (Braunelle)

- Josef Hülzl, Thierburgweg 32, 6122 Fritzens (Braunelle)

- Josef Wurzer, Hochschwarzweg 11, 6111 Volders (Braunelle)

- Karl Strickner, Schützenstr. 30, 6060 Mils (Braunelle)

- Landeslehranstalt Imst, Postfach 147, 6460 Imst/Tirol (Braunelle)

- Landesverband für Bienenzucht in Tirol, Meraner Str. 2, 6020 Innsbruck (Braunelle)

- Manfred Farthofer, Karwendelstr. 39, 6130 Schwaz

- Peter Lettenbichler, Hugo-Wolf-Str. 4, 6020 Innsbruck (Braunelle)

- Philipp Festerer, Asten 38, 5112 Lamprechtshausen

Zwitserland (opgepast: de Zwitserse landbij of nigra is geen zuivere mellifera)

- Walter von Allmen, Engweg 5, 8006 Zürich

- Wendelin Achermann, Mythenstr. 29, 8640 Rapperswil

Selectieve bibliografie (alfabetisch op auteur gerangschikt) i.v.m. de 'donkere bij'

Titels gemarkeerd met '(!)' zijn onmisbare basiswerken voor de studie van de mellifera

1) In search of the best strains of bees and the results of the evaluations of the crosses and races / by Brother Adam. " Hebden Bridge : Northern Bee Books, 1983." 206 p. : ill. ISBN 0-907908-06-3

2) (!) The Honeybees of the British Isles / by Beowulf A. Cooper, ed. by Philip Denwood. ' S.l. : BIBBA, 1986. ' 166 p. : ill.

3) Breeding Better Bees Using Simple Modern Methods / by John E. Dews and Eric Milner. " 2nd ed. " S.l. : BIBBA, 1993. " 56 p. : ill.

4) Rasbepaling van de honingbij / door F.J. Jacobs, M. Rens en L. Podevijn. " S.l. : Vlaamse Imkersbond, s.a." 34 p. : ill.

5) (!) Biogeography and Taxonomy of Honeybees / by Friedrich Ruttner. " Heidelberg : Springer-Verlag, 1988. " ISBN 3-540-17781-7

6) (!) The Dark European Honey Bee : Apis Mellifera Mellifera Linnaeus 1758  / by Friedrich Ruttner, Eric Milner and John E. Dews. " S.l. : BIBBA, 1990. " 52 p. : ill. - ISBN 0-905369-08-4

7) "Over bijensoorten, -rassen, -stammen en -lijnen : deel 3 : Apis mellifera mellifera Linnaeus 1758, of 'De donkere bijâ' / door A. Schotanus. " In : Maandblad van de Vlaamse Imkersbond, jg. 84 (1998), nr. 5 (mei), pp. 183-188

8) Bee Improvement Magazine / ed. by Angus Stokes. " S.l. : BIBBA, 1998-. " Voortzetting van : The Bee Breeder Journal / ed. by John Phipps, Albert Knight and Ken Ibbotson." S.l. : BIBBA, 1985-1997 (tijdschrift
gewijd aan de inheemse donkere bij in de Britse Eilanden en aan de diverse projecten i.v.m. de conservatie/restauratie van de mellifera over heel Europa)

Van: peter de waele [mailto:dewaele_peter bij msn.com]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 11:39
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Waarom of met welke reden is de zwarte bij jaren geleden bij ons achterwege gebleven.

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 11:44
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] één groot selectiestation

Beste Erik,

Als je ziet hoe enkel Carnica of enkel Buckfast of eender ander ras gevarieerd is in zijn genenpool dan is het probleemloos.
Inteelt kan zonder problemen vermeden worden, daarvoor is er genoeg teeltmateriaal voorhanden, zo niet zouden er gewoon geen rasbijen zijn want voor de invoer van vreemde rassen was ieder gebied 'raszuiver', het enige wat wel moet gebeuren en wat het eenvoudiger maakt binnen een ras is nl. selectie.

groeten,
David

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 11:52
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste Willy,

Vroeger en soms ook nu was de mentaliteit anders, het gras was groener elders en het was de 'mode' om exoten in te voeren, te hebben om elk vlak.
Daarmee hebben ze meer slecht als goed gedaan en onze eigenlijke bij uitgeroeid. In Slovenië bijvoorbeeld hebben ze dat niet gedaan en zijn ze dus tientallen jaren verder intensief aan het veredelen integendeel onze zwarte bijen.
(welke door veredeling eens zo zacht kunnen worden) Carnica  (en andere exoten) is dan als vervanging gekomen en uit 'gemak' om onze zwarte bij te vervangen. Nu, deze hebben zeker ook hun voordelen, maar is het niet triestig dat onze bij in Vlaanderen in zijn zuivere vorm verdwenen is?? Er zijn wel hier en daar nog restbestanden dat door edelmoedige imkers uit Europa geteeld worden om ze van het einde te redden (zie www.nordbiene.de of www.mellifica.be)
Groeten,
David

Van: Hugo Thoné [mailto:hugo.thone bij edpnet.be]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 14:15
Aan: Jan Jespers; Paul Beullens; Laurent Ignoul; de roeck ghislain
Onderwerp: [Fwd: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation]

"Toen deze buffel aan Saïdjahs vader was afgenomen, en geslacht ...
Ik heb u gezegd, lezer, dat mijn verhaal eentonig is.
... toen deze buffel geslacht was, telde Saïdjah twaalf jaar en Adinda weefde sarongs, en batikte die met puntige kepala. Ze had reeds gedachten te brengen in de loop van haar verfschuitje, en ze tekende droefheid op haar weefsel, want ze had Saïdjah zeer treurig gezien."  (uit Max Havelaar, hst.17)
mvg,

Hugo

Van: Erik Goris [mailto:Erik.jjm.goris bij telenet.be]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 14:25
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] één groot selectiestation

Wat je schrijft klopt niet helemaal.

Je zegt:
Als je ziet hoe enkel Carnica of enkel Buckfast of eender ander ras gevarieerd is in zijn genenpool dan is het probleemloos.

Er zijn studies die het tegendeel beweren. De genenpool word alsmaar kleiner. Dit omdat in het wild levende bijen uitsterven door ziekte. En er in de bottom line maar enkele kwekers zijn waar al de koninginnen  vandaan komen.

Zelfs in het kerngebied waar de rassen vandaan komen is er door selectie een verlies aan genenpool. Daarnaast kan je vragen stellen op de wijze van selectie. Wij selecteren bijen op uiterlijke kenmerken maar zijn deze ook goed voor de bij? Resistentie tegen ziekten begint nu pas aandacht te krijgen in selectie.

Je blijft nogal positief kijken naar de dingen, wat je siert. Maar door je optimisme, mag je niet blind worden.

MVG

Erik

Van: fred berwaerts [mailto:a.berwaerts bij skynet.be]
Verzonden: woensdag 8 oktober 2008 23:03
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Naar een restauratie van de zwarte bij? Ik hoop het!
Ik heb deze bij sinds 2006 en ben er een fervent aanhanger van.
Ik heb echter nog nooit bijen bij5,5 °C zien vliegen. Bij deze temperatuur geven bloemen toch geen nectar.

groeten,

Jonathan

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: donderdag 9 oktober 2008 10:01
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] één groot selectiestation

Beste Erik,

Zoals je aanhaalt; 'Resistentie (of tolerantie wat niet hetzelfde is) tegen ziekten begint nu meer aandacht te krijgen' is zeker juist.
Men moet dit beseffen, maar dit wordt nu opgenomen in de selectie dus we kunnen zo ook verder gaan.

Nu, selectie op ziekten word hedendaags extra aan gewerkt, maar bijen in het wild worden op een natuurlijke wijze geselecteerd.  De genenpool wordt kleiner, maar deze zijn door selectie, zowel in de natuur, als door de mens beter en beter aan het worden...  voor de natuur (de bijen zelf in het wild) en voor de mens (de gedomesticeerde bij).
Daarbij, er bestaat vernieuwing in de genenpool.  Dieren passen zich aan, genen zijn veranderlijk door mutaties in de genen.

Groeten,
David

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: donderdag 9 oktober 2008 10:16
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] *** PROBABLY SPAM *** Re: [bijen] Vlaanderen één groot selectiestation

Beste Peter,

Das waar, maar percentueel gaan we wel vééél hoger scoren.
De huisimkers die dus niet reizen zijn toch wel in de meerderheid.

Een F1 heeft nog steeds goede darren na moerwissel of zwermen.
De imker zal dit na zijn reis toch wel merken.  Ook indien de meerderheid zich hieraan houdt en de imker merkt het zelf niet, zal de verbastering er sowieso terug uitgeteeld worden door darreninvloed van de rest van Vlaanderen.  Ik pleit wel voor regelmatige controles ivm. raszuiverheid in diverse provincies.  Ook regelmatig inmenging van nieuw bloed op de standen is nodig (bv uitbouw van educatieve bijenstanden waar moedervolken aanwezig zijn, en jaarlijks nieuw bloed aan de populatie wordt toegevoegd).
Daarbij een licht verbasterd ras in nog steeds beter als een F-zoveel.

Groeten,
David

Van: David Van Delm [mailto:david.van.delm bij ardelis.info]
Verzonden: vrijdag 10 oktober 2008 18:53
Aan: bijen bij cari.be
Onderwerp: Fw: [bijen] één groot selectiestation

Beste Erik,

Zoals je aanhaalt; 'Resistentie (of tolerantie wat niet hetzelfde is) tegen ziekten begint nu meer aandacht te krijgen' is zeker juist.
Men moet dit beseffen, maar dit wordt nu opgenomen in de selectie dus we kunnen zo ook verder gaan.

Nu, selectie op ziekten word hedendaags extra aan gewerkt, maar bijen in het wild worden op een natuurlijke wijze geselecteerd.  De genenpool wordt kleiner, maar deze zijn door selectie, zowel in de natuur, als door de mens beter en beter aan het worden...  voor de natuur (de bijen zelf in het wild) en voor de mens (de gedomesticeerde bij).
Daarbij, er bestaat vernieuwing in de genenpool.  Dieren passen zich aan, genen zijn veranderlijk door mutaties in de genen.

Groeten,
David

From: Gust Janssens
To: bijen bij cari.be
Sent: Saturday, October 25, 2008 10:16 PM
Subject: [bijen] david van delm

Beste David .

U spreekt altijd van een ras Carnica, ik heb Bukfast van als ik
bijen heb en deze doe ik nooit weg. U zou er een dictatuur van
maken allemaal dezelfde bij Carnica, Mijn bijen zijn zeker zo
zacht als de uwen en meer honing dan de uwen , waarom zou ik
veranderen ,LAAT ONS TOCH GERUST MAN VOORDAT BEETJE VRIJHEID DAT
WE NOG HEBBEN ALS VLAMING. 
GROETEN GUST.

From: Roger De Vos [mailto:roger.devos3 bij telenet.be]
Sent: Saturday, October 25, 2008 10:38 PM
To: bijen bij cari.be
Subject: Re: [bijen] david van delm

Beste Gust,

ook ik heb buckfastbijen en zou ze ook niet willen ruilen voor
carnica's,maar dat doet niets af tegen het voorstel dat David heeft, één ras .
Ik weet dat David evengoed de zwarte inlandse bij zou promoten ,en daar volg ik hem 100% in.
En wat betreft honingopbrengst dat mag niet je voornaamste  doelstelling zijn ,we zijn allen hobbyisten en geen handelaars .

Als dat wel zo is dan zijn we verkeerd bezig want dan is het geen hobby meer maar een beroep.

groetjes

roger

Ludo De Clercq schreef:

Dag Roger, Gust en David,

Wie heeft er gelijk? Iedereen en niemand.

Ik kan niet voor 'wij de imker' spreken, want 'wij' zijn een zeer heterogeen volkje, en hoe meer ik er ontmoet (en omdat ik vrij veel
voordrachten geef zijn dat er nogal wat), hoe meer verschillen ik zie.

Wat ons wel lijkt te verenigen is het streven naar een 'zachte bij'. Dat lijkt voor velen een soort Heilige Graal. Nochtans moet ik na
dertig jaar imkeren op eigen stand nog de eerste vliegende punaise tegenkomen (ik heb zelfs geen kapruin of handschoenen, zelfs niet om
de gebeurlijke zwerm te pakken). Ik wou dat ik hetzelfde kon zeggen van Carnica en Buckfast, ook bij mensen die ik betrouw als ze zeggen
te werken met gekend veredeld materiaal.
Ikzelf werk ook met de zwarte bij, zoals gezegd sinds 30 jaar op dezelfde plaats, midden tussen Carnica en Buckfast kwekers. Om nog
maar te zwijgen van de meerdere tientallen kasten die in het  drachtseizoen in mijn buurt worden afgezet. Toen ik ermee begon zat er
een beetje Ligustica in mijn bijen (die er door de vader van Albert Van Assche zaliger in de jaren 50 was ingekweekt omdat die 'zachter'
en vooral 'productiever' waren). Dat beetje Ligustica is er nog altijd, en de CI is nog steeds 90% beneden 2,0 en 100% beneden 2,1.
Hantalindex en Discoidaalverschuiving wijzen wel op een 60% mengvorme (deels door de Mellifera-Ligustica heterosis, maar waarschijnlijk ook
deels door wat Buckfast inmenging), maar wel zonder dat het gedrag van de bijen heterogeen wordt. Steeklust heb ik nog nooit gezien, en ik
zit beneden 1 steek per kast-jaar.
Ik meen hieruit te mogen afleiden dat de zwarte bij op een ander uur van de dag paart dan de andere rassen. Anders kan ik niet uitleggen
dat ik na 30 jaar nog zo ras(on)zuiver ben gebleven. Als dat klopt (weet iemand van wetenschappelijk onderzoek ter zake?), is pleiten
voor een raszuiver Vlaanderen niet echt belangrijk.
Als ik zie wat mij als imker vooruit gebracht heeft, dan is het in de eerste plaats rustig werken (verklaart waarschijnlijk ten dele waarom
ik weinig steken krijg). In de tweede plaats de bedrijfsmethode, die bij mij toch een factor 3 in honingopbrengst heeft gebracht. Op de
derde plaats denk ik dat raammaat en bijenras met elkaar wedijveren. Daar denk ik dat, eens de extremen van te kleine en te grote kasten,
of steekduivels en vleeskasten uit de weg geruimd, het eerder de imker is die moet leren werken met het materiaal dat hij heeft. Of men dan
met 1 bak grote of 2 bakken kleine ramen werkt als broedruimte, of met dee's of geen ras, het is telkens een uitdaging om eenbedrijfsmethode
op punt te stellen, en te leren uit Uw fouten. Uiteindelijk is het dat wat de bijenteelt boeiend maakt.

Als enige in de landbouw blijven we werken met wilde beesten, die in essentie voor zichzelf moeten kunnen blijven zorgen. Als we zoeken
onze bijen te veredelen, kunnen we nooit zover gaan als de rest van de veeteelt. We kunnen niet naar een dikbil-rund gaan dat enkel nog door
keizersnede kan geboren worden. We kunnen niet naar een vleesvarken dat enkel in een klimaatgeregelde stal tot wasdom kan komen. Wat zijn
we met een bij die een soort suikerstroop rechtstreeks in pottekes vult, als het de ware aard van de honing verkracht, en de essentiele
bestuivingsfunctie van de bij aantast? Dan blijft enkel nog een massa-productie van goedkoop zoet, en moet de fruitteler op een houtje bijten.

Natuurlijk is koninginneteelt en veredeling belangrijk, zeker in het kader van de vermeerdering van volkeren. Maar als grote toegevoegde
waarde aan een teelt- of omlarfcultuur onder de imkers, zie ik de bereidheid te leren van elkaar, en materiaal uit te wisselen. Als de
dag ooit zal komen dat er een Varroa-resistente stam komt, zal deze samenwerking toelaten het goede materiaal op enkele jaren over alle
imkers te verdelen.

Maar onafhankelijk daarvan, denk ik dat we als imker het naast elkaar bestaan van verschillende bijenrassen moeten aanvaarden. Als er een
ras werkelijk superieur was, dan was de discussie denk ik allang gesloten door de feiten. En stellen dat naast elkaar leven niet kan,
wordt denk ik tegengesproken door mijn situatie, zoals hierboven beschreven.

Beste groeten,

Ludo

Nota: deze discussie ging over in kritiek op de Kon.VIB m.b.t. het samenwerken of fusioneren van de Vlaamse Imkersverenigingen.  Zie rubriek Algemeen/Verenigingsleven 'Vlaamse imkers willen eenheid'.