Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 95
Jaar: 2009
Maand: Juli - Augustus
Auteurs: Dr. David Aston NDB

Stille moerwisseling: een slecht begrepen natuurlijk fenomeen?

Een bijenvolk verzekert de instandhouding van zijn soort door te zwermen. Daarbij ruimt de koningin de baan voor de troonopvolgers, die de nieuwe kolonies zullen stichten. Er heerst echter een scherpe rivaliteit tussen de troonpretendenten; zij zullen elkaar het monopolie van de voortplanting betwisten. Maar er bestaat ook een andere weg: die van de stille moerwisseling. Laten we de twee opties eens van dichterbij bekijken.
A. Schotanus

1- De troonopvolging bij het zwermproces1_bio_stil

De hoge graad van samenhang en coordinatie in een bijenvolk heeft ertoe geleid een kolonie als een superorganisme te beschouwen. De koningin en de dar(ren) vertegenwoordigen daarbij respectievelijk het vrouwelijk en mannelijk orgaan. Beiden zijn de hooggespecialiseerde individuen die verantwoordelijk zijn voor de genetische karakteristieken en de potentiële mogelijkheden van het volk. De werksters daarentegen zijn belast met alle aspecten van het praktisch onderhoud van het volk en met de productie van het noodzakelijke voedsel.

2_bio_stilBij een normale stand van zaken is er slechts één koningin (zie foto 1) in de kolonie aanwezig, tot de tijd aangebroken is om voorbereidingen te treffen voor de vermenigvuldiging van het bijenvolk door de zwermacte Daarbij verstrekken de werksters alsmaar minder voedsel aan de koningin. Door een strikt dieet vermagert zij in sterke mate, zodat ze weer licht genoeg is om te kunnen vliegen. Zij zal dan samen met een belangrijk deel van haar volk, de kolonie verlaten in een voorzwerm. (zie foto 2)

Maar vooraf heeft het volk koningin­nencellen ofte zwermcellen (zie foto 3) opgetrokken, die overdadig gevoed en afdoend beschermd worden, tot het besluit is gevallen om uit te zwermen.
De nieuwe koninginnen lopen dan uit à rato van het moment dat de voedsterbijen ze als koninklijke larve promoveerden en voorzagen van koninginnenbrij.

De werksters laten niet alleen toe, dat een eerste koningin3_bio_stil uitloopt, maar zij helpen haar ook om de andere koninginnencellen op te sporen; ze assisteren de koninklijke eerstgeborene om die moercellen af te knagen, zodat de uitgelopen troonopvolgster haar rivalen kan uitschakelen, nog voor ze geboren werden. (zie foto's 4, 5, en 6)

Bij andere gelegenheden zullen de werksters elke cel beschermen, om het uitlopen van maagdelijke koninginnen te controleren, die voorbestemd zijn om op hun beurt met een deel van het volk uit te zwermen.

Rivaliteit

Indien echter twee nieuw geboren koninginnen gelijktijdig aanwezig zijn in de afgezwermde kolonie, zullen ze het onder elkaar uitvechten.
De rivaliserende koninginnen bewegen snel doorheen de kast, terwijl ze een karakteristiek 'tuut­tuut-signaal' uitzenden en op zoek gaan naar nog resterende gesloten zwermcellen.

4_bio_stil

Meestal verjagen de werksters ze van de zwermcellen. Het duurt ook een poosje vooraleer de tutende troonpretendenten in direct contact komen met elkaar. Ze kunnen in elkaars onmiddellijke nabijheid passeren, zonder te reageren. Ze kunnen zich ook gedurende meerdere uren verbergen in een werkstercel. Wanneer de koninginnen dan toch op elkaar botsen, kunnen ze na enig contact met de antennes weer hun eigen weg vervolgen, maar het behoort evengoed tot de mogelijkheden dat ze elkaar vastgrijpen met de poten en de mandibels en zich daarbij in een positie manoeuvreren, om de rivale de dodelijke steek toe te brengen.

De stimulus die het grijpcontact veroorzaakt, kennen we nog niet. Wel weten we dat hij te zoeken is in de tergieten van het abdomen van de koningin. De worstelpartij kan in vier seconden afgelopen zijn, maar ze kan net zo goed vijftien minuten in beslag nemen en ze zal meestal - maar lang niet altijd - resulteren in de dood van één van de opponenten. Het gebeurt dat twee rivalen elkaar dicht naderen, maar niet vechten; in de plaats daarvan richt één van hen de tip van het abdomen op haar tegenstander en bespuit haar met uitwerpselen.

Tijdens deze duels is er een sterke interactie van de werksters met de strijdende partijen. De verwantschap tussen de koningin en de werksters speelt mee bij de uiteindelijke uitslag van het gevecht. Zo heeft onderzoek aangetoond dat de koningin die het nauwst verwant is met de werksters, ook de grootste overlevingskans heeft.
Tot zover het verloop van de opvolging van de koningin in een zwermproces.

2- Stille moerwisseling

Maar bij stille moerwisseling is het mogelijk om in één en dezelfde kolonie, twee koninginnenvreedzaam naast elkaar te zien paraderen op dezelfde raat. Bij nader toezien is het gemakkelijk om het onderscheid te maken tussen de oude - meestal een gemerkt exemplaar - en de jonge, iets tengere koningin

Normaal verschijnsel

Bij stille moerwisseling wordt een oude, of een verzwakte, of een gebrekkige koningin vervangen door een jonge dochterkoningin. Dat is een heel normaal verschijnsel. Deze 'dubbelmonarchie' houdt echter niet stand voor onbeperkte tijd. Op een bepaald ogenblik blijkt de moederkoningin 'verdwenen' te zijn. Men veronderstelt dat de werksters haar hebben ingebald en gedood door oververhitting, en vervolgens uit de kast hebben verwijderd. De imker merkt pas wat van de stille moerwisseling in het volk, wanneer hij bij een controle geen gemerkte koningin meer vindt en er een jonge, nog ongemerkt exemplaar over de raten wandelt. Stille moerwissel kan zich voordoen gedurende het voorjaar, in de vroege en de late zomer en in de herfst.

Wezenlijk onderscheid

Een belangrijk onderscheid tussen het zwermproces en de stille moerwisseling bestaat erin dat het zwermen leidt tot een toename van het aantal kolonies, terwijl bij stille moerwisseling er geen vermeerdering van bijenkolonies plaatsvindt en de originele oude koningin vervangen wordt dooreen nieuwe.

Hoe komt ze tot stand ?             

De stille moerwisseling kan zowel van nature uit plaatsvinden, als door een tussenkomst van de imker veroor-zaakt worden. Een natuurlijke stille moer­wisseling komt er wanneer de koningin oud is geworden, ziek,of gebrekkig.
Naarmate een koningin ouder wordt, scheidt ze ook minder koninginnen-stof af, het feromoon dat bekend staat als het 9-ODA ofte 9-oxyde­ceenzuur en dat zo belangrijk is voor het behoud van de harmonie in bijenvolk.
Koninginnen die geïnfecteerd worden door nosema (zowel door Nosema apis als door Nosema ceranae) zullen ook voortijdig 'stil gewisseld' worden. Het is dus belangrijk bij de koninginnenteelt om hieraan bijzondere aandacht te schenken.

Imkers kunnen onopzettelijk een stille moerwisseling veroorzaken, wanneer ze bij het knippen van de koningin, bijv. niet alleen een vleugel knippen, maar ook een stuk van een poot of een antenne; of bij het merken, de lijm en/of de kleurstof over één van de puntogen strijken. Deze misgreep beïnvloedt het gedrag van de koningin, vooral bij de ei-afzet; de werksters zullen dat detecteren en in haar vervanging willen voorzien, door moercellen op te trekken.

Sommige lijnen van bepaalde rassen vertonen de neiging om hun moeren stil om te wisselen, ook al schijnt de voorhanden zijnde koningin geen enkele tekortkoming te vertonen, tenzij misschien de onvoldoende of ontoereikende productie van het koninginneferomoon. Imkers moeten er dus altijd op voorbereid zijn om geconfronteerd te worden met een stille moerwissel. Wanneer dit verschijnsel zich geregeld voordoet en als de imker het beschouwt als een begerenswaardige karakteristiek, kan hij overwegen hoe hij die eigenschap kan doen overerven in een doelgerichte koninginnenteelt.

Voordelig?

Maar waaruit zou het voordeel bestaan van een stille moerwissel? Wel, bij het normaal verloop van het zwermproces, verstrijkt er een periode nadat de zwerm het stamvolk heeft verlaten, vooraleer een broedproces op gang kan komen. In die tijd moet de jonge koningin op paringsvlucht gaan, mogelijk zelfs meer dan eens. Het sperma en de eitjes hebben ook enkele dagen nodig om te rijpen en dan pas kan de nieuwe koningin haar eerste eitjes afzetten.
In die tussentijd is de kolonie bijzonder kwetsbaar: de maagdelijke koningin kan verloren gaan op één van haar paringsvluchten en op dat ogenblik zijn er geen zwermcellen meer in het volk aanwezig.
In die situatie wordt het achter­gebleven restvolk hopeloos moerloon.

Excellente strategie

Bij een stille moerwissel echter, is het meestal zo, dat er twee leggende koninginnen aanwezig zijn in het volk, zelfs al is dat maar voor een beperkte7_bio_stil periode. (foto 7)

Dit is een excellente strategie om de overlevingskans van de kolonie te verzekeren en daarmee ook de overerving van haar genetische karakteristieken. Mocht de nieuwe koningin geen voldoening geven voor het volk, dan is de oude koningin nog steeds aanwezig; zij kan dan nog de eitjes produceren waarop het volk redcellen kan optrekken. In een dergelijke situatie zullen de twee koninginnen elkaar ook niet bestrijden. De reden daarvoor kennen we niet. Wel is geweten dat de werksters zowel de oude als de jonge moer 'chaperonneren' en er alles aan doen om ze uit elkaars buurt weg te houden.

Mogelijk is de gecombineerde hoeveelheid 9-ODA (= de koninginnenstof), voortgebracht doorbeide koninginnen, bevredigend genoeg voor de werksters om normaal en vreedzaam om te gaan met beide vorstinnen. Anderzijds, vormt de alsmaar afnemende productie van 9-ODA — of een ander feromoon — bij de oude koningin, geen aanleiding voor de jonge koningin om zich agressief op te stellen tegen haar moeder. Uiteraard kan die idyllische situatie niet blijven bestaan en op een gegeven moment besluiten de werksters toch om de moederkoningin te liquideren en haar buiten te werken.

Nog heel wat te leren

Precieze metingen van de prestaties van de oude koningin op het ogenblik dat het volk besluit om tot moerwisseling over te gaan, zijn niet voorhanden. Men veronderstelt dat de werksters pas dan tot vervanging van de oude moederkoningin besluiten, wanneer haar eiproductie drastisch is teruggelopen. En zelfs dan doden ze haar niet meteen, maar staan haar genadig toe om voor te doen en te co-existeren met de jonge koningin, althans voor een beperkte periode.
Er is nog heel wat te leren over de interactie van de twee koninginnen tijdens de stille moerwisseling. En het is jammer dat er zo weinig literatuur beschikbaar is over dit fascinerend aspect van het bijenleven.

 Vertaling en bewerking:
Alois Schotanus.

 (*) Bron:

'Honeybee Oneens Supersedure
- a natura( phenomen but poorly understood ?'
-
David Aston NDB in : 'The Beekeepers Quaterly' nr 95 - march 2009.

Met dank voor de reprintpermissie aan:
Dr. David Aston NDB - author; John Phipps - foto's & editor; Jeremy Burbidge - publisher.