Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkerbond
Jaargang: 89

Jaar: 2003

Maand: mei

Auteurs: vertaling J. Borms, schema's R. De Crook

De Rotatiemethode deel 3

Broedafleggers uit productievolken

Het betreft een variante op de vorige methode. Broedafleggers worden gemaakt bij gelegenheid van een zwermcontrole (zie fig. 1). In die periode bezitten de volken immers een hoog aantal broedramen.

f1

Fig. 1: broedramen van verschillende volken worden in een stapelkast samengebracht.

Voor het vormen van dergelijke afleggers worden naargelang de volksterkte drie tot vijf broedramen van een volk weggenomen samen met de opzittende bijen, maar zonder de koningin. Al deze broedramen worden in een stapelkast samengebracht. Die moet dus voldoende voer bevatten en wordt best naar een andere stand gevoerd.

Na negen dagen is al het broed gesloten en kan de broedaflegger gesplitst worden. De onder­scheiden kasten worden eerst klaar gemaakt. In elke kast komt een voer- en stuifmeelraam, drie opgewerkte broedramen en een met deeg gevuld voedselraam. De broedramen worden in het midden gehangen. Eventuele redcellen worden uiteraard uitgebroken.

De sterkte van de broedafleggers hangt af van het seizoen, hun aanwending en de wijze van bemoeren. De broedafleggers krijgen een rijpe koninginnendop of een bevruchte koningin.

Zo nodig kunnen de broedafleggers tegen varroa behandeld worden met een toegelaten bestrijdingsmiddel of met een darrenvangraam. Een voldoende groot aanbod van stuifmeel en nectar bevordert de ontwikkeling van de broed­afleggers. De controle van de bevruchting van de jonge koningin volgt veertien dagen later.

Korte samenvatting:

  • een verzamelaflegger vormen met gesloten broed.
  • de voedselvoorraad bewaken.
  • de aflegger opstellen op een andere standplaats.
  • na negen dagen de broedramen verdelen over de voorbereide rompen.
  • de sterkte van een aflegger hangt af van het sei­zoen, zijn doel en de invoerwijze van de koningin.
  • de eventuele redcellen verwijderen.
  • de broedaflegger een rijpe moerdop of bevruchte koningin bezorgen.
  • de varroa's zo nodig bestrijden.
  • de leg na veertien dagen controleren.
  • het aanbod van stuifmeel en nectar verzekeren.
  • de kunstzwermen blijven verzorgen.

Uitbreiden van de kunstzwermen

De kunstzwermen zijn na vier weken normaal zo sterk ontwikkeld dat ze ruimte moeten krijgen (zie fig. 2). Alle ramen zijn dan goed bezet met bijen en tellen minstens acht broedramen segebergerformaat. Als dat niet het geval is, blijft de kunstzwerm op één romp.

f2

Fig. 2: volken die acht ramen bezetten krijgen er een hoogsel bij.

De rompen die voor de uitbreiding nodig zijn, worden op voorhand klaar gemaakt. Ze bevatten: twee bouwramen, ramen die al bebroed werden en, indien beschikbaar, een stuifmeelraam. Wasraten worden in dit seizoen niet gemakkelijk opgewerkt en brengen soms de uitbreiding van het broednest in het gedrang.

Nadat de twee broedramen in de bovenromp werden gehangen, wordt het broednest onderaan toegesloten. De twee bouwramen worden links en rechts als kantraam ingehangen. Eventuele wasbruggen worden verwijderd. Daarna kan de bovenromp worden opgezet.

Als gevolg van de verruiming breidt de koningin haar broednest naar de bovenromp uit. Ook het wintervoer wordt daar opgeslagen.

Om bij te geringe dracht de broedactiviteit op gang te houden, moeten de volken worden bijgevoerd. Hiervoor komt voederdeeg in aanmerking, maar fijn gekristalliseerde bloemen­honing of anderhalve liter suikeroplossing 1:1 één tot twee maal per week voldoen even goed. Vijf kg bloemenhoning om de veertien dagen volstaan om een onafgebroken voedselstroom te verzekeren. De honing wordt met een papiervel afgedekt om te verhinderen dat de bijen erin vast zouden lopen.

Rond einde augustus worden de kasten gewogen om te weten of er moet bijgevoerd worden. Als dat nodig is, wordt er gekozen voor een suiker­oplossing 3:2.

Korte samenvatting:

  • na vier weken kan uitbreiden noodzakelijk zijn.
  • hiertoe de rompen voorbereiden. Elke romp krijgt opgewerkte ramen en een stuifmeelraam. In het midden ruimte laten voor twee broed­ramen. 
  • geen wasraat gebruiken.
  • de twee broedramen centraal in de bovenromp schuiven, het broednest sluiten en de twee bouwramen links en rechts in de onderste romp toevoegen.
  • eventuele wasbruggen verwijderen en de tweede romp opzetten.
  • voorwaarde voor uitbreiding: alle ramen moeten bezet zijn met bijen en het volk moet acht segebergerramen broed bezitten. Als deze voorwaarden niet vervuld zijn blijft de kunst­zwerm op één romp.
  • een doorlopende voedselstroom waarborgen, met inbegrip van stuifmeel.
  • einde augustus het nog toe te dienen voedsel­gewicht bepalen.
  • inwinteringgewicht voor een segeberger-kunst­stofkast met hoge houten bodem en één romp: ± 29 kg. Twee rompen: ± 42 kg.
  • desnoods aanvullend voeren met suiker­oplossing 3:2.

Oogsten van de honing en opdoeken van de oude volken

Na de heidedracht, rond midden september, worden de volken naar de thuisstand gebracht om de honing te oogsten. Daarna worden ze opgedoekt. De vlieggaten worden voor de aanvang van de werkzaamheden met een reisrooster afgesloten om roverij te voorkomen. Tijdens de werkzaamheden kan het nodig zijn om ze even weer te openen, zodat de bijen niet gaan bruisen, bv. als terugkerende bijen de reisrooster zouden verstoppen.

De broedramen van de op te ruimen volken worden samen gebracht in één volk, de zogenaamde 'broedschuur'. Naargelang het gebruikte bijenras en de intensiteit van de voorbije dracht bevatten de volken meer of minder broedramen.

De koningin van de broedschuur wordt opgezocht en ingekooid. Alle honingramen en eventueel lege ramen van dat volk worden weggenomen en opgeborgen in een apart hoogsel. De ramen met broed en de gekooide koningin blijven in de broedschuur. Er moet voor gezorgd worden dat er voldoende voedsel aanwezig is omdat dit volk pas na drie weken opgedoekt wordt.

In de andere volken zoeken we de koningin op, kooien haar in en hangen ze in een kunstzwerm-kast. Raam na raam wordt afgeveegd. Lege ramen worden afgeklopt. De honingramen en de lege ramen worden aan het aparte hoogsel toege­voegd. De broedramen gaan naar de broedschuur.

Nadat alle volken op deze manier behandeld werden, worden de bijen die op de kunstzwerm-kastjes zitten afgeveegd. De kastjes worden ondergebracht in een koele, donkere ruimte, de broedschuur blijft ter plaatse. De nog rond­vliegende bijen moeten zich linbedelen'. Het kan enige tijd duren vooraleer de rust op de stand hersteld is. De kunstzwermen worden meteen behandeld met een systemisch middel, bv. Perizin. Daarna worden de kastjes met een zijkant op wit papier gelegd om de mijtenval te kunnen controleren. De volken moeten met suikerdeeg of gekristalliseerde honing gevoerd worden.

Korte samenvatting:

  • om roverij te voorkomen de vlieggaten afsluiten met een reisrooster vóór dat de werkzaamheden beginnen.
  • één volk van de stand omvormen tot broedschuur.
  • de broedschuur van voorraad voorzien.
  • de opgesloten koningin in de kunstzwermkast hangen.
  • de oude, afgeveegde volken in de kunstzwerm behandelen tegen varroa.
  • de kunstzwermen naar een donkere plaats overbrengen en ze voeren.
  • de kunstzwermkasten gedurende de nacht met hun zijkant op een wit papier leggen zodat de controle van de afgevallen mijten mogelijk is.

Verenigen van oude met jonge volken.

De volgende dag wordt elke kunstzwerm met een jong volk verenigd. Het is wenselijk om hierbij de volken gelijk te maken: een sterk volk krijgt een zwakkere kunstzwerm of omgekeerd.

Het verenigen gebeurt via de krantenmethode. Op het eerst te verenigen volk wordt een krant gelegd met wat kleine gaatjes erin om het contact tussen beide volken te vergemakkelijken. Daarop komt een lege romp. De bijen in de kunst­zwerm worden met water besproeid en de zwermkast wordt enkele malen gestuikt. De kooi met de koningin wordt weggenomen, de bijen worden in de lege romp gegoten waarna die wordt afgedekt. Zo wordt elk jong volk versterkt met een afgeveegd oud volk zonder de koningin.

Voor een probleemloze vereniging is het van belang dat de toegevoegde bijen vooraf gevoerd worden en dat de buitentemperatuur niet te hoog is. 's Morgens en 's avonds gaat dat het best. Enkele dagen later worden de lege rompen weggenomen en de papierresten verwijderd.

 

Om een goede winterzit te bevorderen is het nuttig om de bouwverhinderingplaat tussen de onderste broedbak en de verhoogde bodem weg te nemen. De bijentros zit dan enger en geniet van een betere verluchting. Een varroarooster is noodzakelijk om de natuurlijke mijtenval te controleren. Als onderlegger voldoet perkament­papier beter dan gewoon papier.

Zodra de volken broedvrij zijn, kunnen ze tegen varroa behandeld worden. Dit is vooral van belang als de in de zomer gemaakte kunst­zwermen geen behandeling kregen of als er in de nabije omgeving sterk besmette volken aanwezig zijn (herbesmetting).

Een regelmatige controle van de natuurlijke mijtensterfte is sterk aangeraden. Om ze te vergemakkelijken, worden de windels enkele dagen vóór het nazicht van alle mul ontdaan.

Korte samenvatting:

  • na een rustpauze de oude volken met de jonge verenigen.
  • gelijke volken nastreven.
  • verenigen met doorprikt krantenpapier om een vreedzaam onderling contact te bevorderen.
  • de gekooide koningin vr het verenigen ver­wijderen.
  • de bijen in de kunstzwermkast goed voeren om vechten bij het verenigen te vermijden.
  • de volgende dagen de lege rompen en papier­resten wegnemen.
  • de bouwverhinderingplaat uit de hoge bodem verwijderen.
  • perkamentpapier als onderlegger gebruiken.
  • de broedvrije volken tegen varroa behandelen.
  • regelmatig de natuurlijke mijtenval controleren.

Deze bedrijfsmethode kan altijd gewijzigd worden mochten er nieuwe varroabestrijdingsmiddelen beschikbaar komen.

rotatie principe0001

f3

Fig3: herhaling van de gebruikte symbolen

U kunt de film bestellen bij: Institut für den Wissenschaftlichen Film, Nonnenstieg 72, D37075 Gëttingen.