Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 97
Jaar: 2011
Maand: maart
Auteurs: Dr. David J. Heaf
Vertaling en bewerking Alois Schotanus

Grondslagen voor duurzaam bijenhouden

Noot vooraf

In een vorig nummer brachten we een uitvoerige bespreking van The Bee-friendly Beekeeper – A sustainable approach van David Heaf (ref. 1). Daarin breekt de Britse auteur een lans voor bijenvriendelijk en duurzaam imkeren. We sloten die bespreking af met de suggestie om enkele hoofdstukken uit dat werk in vertaling te publiceren, zodat onze lezers een beter begrip zouden verwerven omtrent wat David Heaf precies bedoelt. Hierna volgt het hoofdstuk waarin de auteur zijn basisprincipes uiteenzet. Uiteraard blijven alle ingenomen standpunten, argumenten en beweringen voor zijn rekening.

Definitie

Tientallen bronnen hebben we geraadpleegd om uit te maken hoe we de term duurzaam imkeren precies zouden moeten definiëren. Maar die exacte definitie hebben we niet gevonden. Een omschrijving die er het dichtst bijkwam, troffen we aan bij een Britse organisatie die bijenhouders in ontwikkelingslanden assisteert om uit de bijenteelt een inkomen te genereren. Om als duurzaam gekwalificeerd te worden, zou elke menselijke activiteit tegemoet moeten komen aan de behoeften en de noden van het heden, zonder evenwel de mogelijkheden van de mensen elders in de wereld, of die van de komende generaties, te compromitteren.

Op een duurzame wijze in de behoeften voorzien, kan het best vergeleken worden met een stoel op drie poten. Die drie poten staan respectievelijk voor: maatschappelijke, economische en ecologische aspecten. Wanneer we één van de poten weglaten, valt de stoel tegen de vlakte. Om een bepaalde menselijke activiteit als duurzaam te omschrijven, zal ze dus moeten steunen op de drie poten tegelijk.

 

Enkel een groene kwestie?

Vaak wordt duurzaamheid enkel gezien als een ecologische of een ‘groene’ kwestie. Maar in de context van het imkeren, impliceert de term duurzaamheid, dat de activiteit ook economisch zinvol moet zijn, zodat de bijenhouder die er geheel of gedeeltelijk van moet bestaan, er een bevredigende return aan overhoudt. Zelfs voor de hobbyimker zouden de gemaakte kosten in verhouding moeten staan tot de voldoening die zijn hobby hem verschaft.

Maatschappelijk aspect

Hoe kan het bijenhouden inspelen op sociale noden? Beoefend op een bescheiden schaal, met de nodige voorzorgen om hinder t.a.v. buren en het breder publiek te vermijden, is het imkeren een bijzonder gezonde ‘outdoorsactiviteit’ die de betrokkene in nauwer contact brengt met de natuur en met het verloop van de seizoenen. Bovendien is het voornaamste eindproduct een weldadige voedselbron. Honing is tevens de meest duurzame en de meest ethisch verantwoorde zoeter (ref. 2)

Bijenhouden voorziet in een bestuivingsservice voor de plantengroei in het algemeen en dus ook op die plaatsen waar geen formele overeenkomsten in dat verband werden gemaakt. Maar om volledig tegemoet te komen aan het sociale aspect, moet in het bijenhouden de billijkheid en de rechtvaardigheid aanwezig zijn tot op de eindstreep. D.w.z. dat de bijenproducten moeten verhandeld worden volgens het principe van de fair trade, waarbij de bijenhouder een fair aandeel krijgt van de totale prijs die door de consument betaald wordt.

Ecologische footprint

Billijkheid op wereldschaal kunnen we voorstellen d.m.v. de ecologische voetafdruk. Vereenvoudigd geformuleerd, is dat de oppervlakte van de planeet aarde, waarop elke persoon beslag legt om zijn of haar levensstijl te handhaven. Een fair Aarde-aandeel voor iedereen op deze planeet, zou neerkomen op zowat 1,8 mondiale hectaren (mha) per hoofd. Gemiddeld neemt een Belg 5,1 mha per hoofd in beslag. Het betekent dat, indien iedereen op de wereld zou leven als de Belgen, er drie planeten Aarde voorhanden zouden moeten zijn om allen in die levensstijl te handhaven. Deze drie planeten zijn er uiteraard niet. Toch blijft de boel overeind, omdat de meerderheid van de bevolking in de ontwikkelingslanden moet overleven op veel minder dan één fair Aarde-aandeel. Om de verdelende rechtvaardigheid te herstellen, bestaat er maar één logische oplossing. Het komt erop neer om diegenen, die om zo te zeggen drie planeten nodig hebben, ertoe te brengen hun consumptie te verminderen. Deze optie heeft belangrijke implicaties voor het bijenhouden.

f1Het reduceren van de materialenconsumptie, is een sleutelcriterium om tot duurzaamheid te komen in de imkerij. De ecologische voetafdruk kunnen we nog verder specificeren al naar gelang het verloop van de stroom van bepaalde materialen. De CO2-voetafdruk – gevolg van het energieverbruik – is een onderdeel van onze ecologische afdruk die de laatste jaren bijzondere aandacht heeft verkregen in verband met de globale opwarming van het klimaat. De hoeveelheid CO2 die door het opzetten en de instandhouding van een bijenhouderij verwekt wordt, is een belangrijk criterium om ze al dan niet als duurzaam te klasseren. Om het op zijn duurzaamheid te beoordelen, moeten we de verbruikte energie van een bepaald materiaal in overweging nemen, of moeten we nagaan of het al dan niet afkomstig is van een gerecupereerde of hernieuwbare bron.

Ecologische duurzaamheid moet ook de impact verrekenen op andere insecten, die voor hun voedselbronnen in competitie moeten gaan met de honingbij. Het zou niet mogen kunnen, dat men een bepaalde area zo overvloedig met bijenvolken bezet, dat de diversificatie van andere insectensoorten bedreigd wordt.

Vierde factor

Omdat onze activiteiten betrekking hebben op een dier, namelijk de honingbij, ligt het voor de hand dat er nog een vierde factor meespeelt bij de omschrijving van wat we onder duurzaamheid moeten verstaan. Die vierde factor is de manier waarop we met het dier – in ons geval: de honingbij – omgaan. Toegegeven, dit onderdeel past niet meteen in het beeld van de ‘duurzame stoel op drie poten’. Maar het is al even ‘incontournable’ als de andere drie. Gaan we met de bijen om op een manier die geëigend is aan de natuurlijke essentie van de bij? Zijn onze bedrijfswijzen afgestemd op de specifieke aard van het bijenvolk? Zijn we ‘bijenvriendelijk’? Respecteren we de richtlijn van de Europese Commissie die bepaalt dat: we rekening moeten houden met de soortspecifieke noden en gedragingen van de dieren waarvan we de producten in omloop brengen (ref. 3)?

In de praktijk

In aansluiting met de vier factoren: maatschappij, economie, milieu en bijengeaardheid, is er nog een belangrijk overkoepelend principe, dat we steeds voor ogen moeten houden. Wat in praktisch opzicht als duurzaam kan gekwalificeerd worden, varieert van plaats tot plaats op onze planeet. We kunnen bijv. niet aanbevelen om kasten in geschaafd hout te gebruiken in streken waar hout schaars of gewoon niet voorhanden is.

En zo wordt het alsmaar duidelijker, dat het moeilijk is om elk van deze factoren afzonderlijk in overweging te nemen. Zij beïnvloeden elkaar, zodat we gedwongen zijn het belang van de ene factor af te wegen t.o.v. de andere. Het zou bijv. gewoon absurd overkomen bij de meeste imkers, indien we – omwille van de bijenvriendelijkheid – zouden propageren, helemaal geen honing van de bijenvolken af te nemen. Maar, we haasten ons eraan toe te voegen, dat wat minder honing oogsten, i.p.v. de volken kaal te slingeren, meer duurzaam zal blijken te zijn op langere termijn. Wij realiseren ons ten volle dat sommige bijenhouders, en speciaal dan diegenen die op de commercie ingesteld zijn, sommige van onze overwegingen gewoon als lachwekkend zullen afdoen. In dat geval zal de natuur voortgaan met hen onverbiddelijk de les te lezen. Inderdaad, ze hebben reeds kunnen kennismaken met enkele van deze lessen gegeven door de natuur, in de vorm van ‘verdwijnziekten’ en de verspreiding van dodelijke parasieten als mijten, kevers, en bacteriën. Maar in ons land en in vele andere in de wereld, wordt het overgrote deel van de bijenvolken beheerd door liefhebbers en parttime professionelen op kleine schaal. In de veronderstelling dat zij wél duurzaam met hun bijen omgaan, zullen zij het die de grootste invloed uitoefenen op het voortbestaan van de bijenvolken en het welslagen van de daarmee samenhangende activiteiten. Het is voor deze grotere groep van imkers, dat we dit ontwerp van duurzaam bijenhouden gedacht en uitgeschreven hebben.

(ref. 1) Keeping bees sustainably – Fundamental, uit The Bee-friendly Beekeeper – A sustainable approach – David Heaf, Northern Bee Books – Hebden Bridge (UK) – 2010. Rec. in MDB KonVIB. – 2011/01. Zie ook: Ethisch Imkeren, MDB KonVIB – 2009/09 en 10;

(ref. 2) Honing, duurzame en ethische zoeter – Melathopoulos, A. – MDB KonVIB 2007/01;

(ref. 3) Richtlijn nr. 889/2008 van 5 sept. 2008.