Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 100
Jaar: 2014
Maand: April
Auteurs: Marc Missotten

Verbeterde broedbeperking

De klassieke Renson-methode

11 1Voor de aanvang van de lentedracht wordt de moer in een beperkte ruimte (Renson-kamer) van ongeveer 30.000 cellen geplaatst tussen twee moerroosters (M). De kamer wordt verder aangevuld met vulramen (VR).

Deze methode behoeft geen verdere uitleg meer, haar eenvoud en vele voordelen zijn voldoende beschreven. Ik wil wel nog even de nadruk leggen op enkele voordelen, waarvoor de methode oorspronkelijk niet werd opgezet, maar die toch zeer belangrijk zijn en veel te weinig belicht worden.

• Het grote overschot aan stuifmeel in juli en de gunstige invloed ervan op de komende generaties.

• Gunstig effect op de varroaontwikkeling, wellicht te wijten aan het beperktere bijenbroed en de centrale warmere ligging van het broednest.

• In tegenvallende periodes met weinig dracht (regenweer, lente 2013 …) worden de opgebouwde voorraden veel minder snel aangesproken dan bij onbeperkte volken die dan soms zelfs bijgevoederd moeten worden.

Verder lees je regelmatig dat de Renson-methode enkel nuttig zou zijn voor de lentedrachten en nadelig werkt voor de zomerdrachten. Tijdens de lindedracht is het Renson-effect, met meer en langer levende haalbijen, inderdaad over zijn hoogtepunt. Maar het eigen verbruik van een Renson-volk (veel minder bijen en broed) blijft veel lager dan het verbruik van een onbeperkt volk, dat op dat ogenblik piekt in aantal bijen en broed. In het netto te slingeren volume zomerhoning zit daarom weinig verschil.

Verbeteren?

In de loop der jaren ondervonden we toch enkele terugkerende ongemakken bij de Renson-methode:

• De darren kunnen niet ontsnappen uit de Rensonruimte en door een kleine nooduitgang voor hen te voorzien, kunnen we ook de moer kwijtspelen. En zonder nooduitgang kunnen heel wat darren, gedurende de negendaagse opsluiting, doodgaan aan stress. Zij liggen dan op het onderste moerrooster waar ze de doorgang voor de werksters bemoeilijken.

• Sommige volken vertikken het om dadelijk met de honing naar boven te gaan en steken beneden eerst alles vol. Het ondermijnt twee belangrijke voordelen van de methode, nl. een goede honingopbrengst en een onderbak vol stuifmeel. Het kan ook langzaamaan de goede broedopbouw in de Renson-kamer gaan beïnvloeden.

• De klassieke Renson-kamer wordt aangevuld met vulramen die verder nutteloos zijn. Het betekent vooral plaatsverlies op een zeer actief moment in het bijenjaar en ze zorgen ervoor dat de broedruimte enkel verticaal bereikbaar is voor het bijenvolk.

Moerroosterraam en moerrooster met darrendoorgang

Om ook deze laatste ongemakken uit te sluiten werden voor de DB plus kast twee onderdelen ontwikkeld: een moerrooster met darrenuitlaat (DU) en een moerroosterraam (MR).11 2

11 3Met deze onderdelen wordt een nuttige speelruimte (SP) gecreëerd buiten de Renson-ruimte. De speelruimte zorgt voor de oplossing van alle ongemakken.

• Door in de Renson-ruimte te werken met een apart darrenraam, krijg je alle darrenbroed op dat raam. Eens verzegeld kan het uitgesneden worden (biotechnische varroabestrijding).Voor wie de darren een waarde hebben, kan het raam ook in een speelruimte gehangen worden. De uitgelopen darren kunnen daar dan, door de darrenuitgang (DU), gewoon naar beneden.

• De lege ramen, die bij aanvang in de speelruimte hangen, worden door de bijen vlot gevuld met honing. Bij de twee eerste negendaagse controles worden deze honingramen, met bijen op, in de honingzolder geplaatst. Het zijn dan prima lokramen voor die volken die niet dadelijk naar boven willen. De opwaartse honingstroom volgt dan meteen. In het begin is de speelruimte dus een actieve honingruimte. Deze buitenramen beletten ook de bijen om in het begin honing in de nog niet bebroede Renson-ramen te gaan steken.

• Indien door een tijdelijk ruimtegebrek of andere reden een honingrand verschijnt op een broedraam, kan dat raam gewoon in de speelruimte worden gehangen. Zo houdt men de Renson-ruimte honingvrij. Dat raam dan nadien wel mee controleren uiteraard.

• De broedruimte is nu ook rondom bereikbaar voor de bijen en benadert terug de natuurlijke nestopbouw

Darrenraam voor iedereen

In de DB plus kast is dit een onderdeel op maat, maar iedereen kan deze speelruimte voor zijn kasttype en raammaat gemakkelijk zelf maken. Voor het moerroosterraam kan je een open tussenschot gebruiken waartegen je een moerrooster bevestigt of een smal raam gebruiken dat je bezet met moerrooster aan beide zijden. Als je maar rekening houdt met de bijenmaat. Voor het onderste moerrooster met darrendoorgang kan je, onder de speelruimten, gewoon een staafje wegknippen uit een gewoon moerrooster.

Praktijk

Dag 011 4

De moer wordt beperkt gezet in de Renson kamer op 7 ramen, waarvan 1 leeg darrenraam (of met voorbouw of darrenwaswafel). De rest lege werksterraat en waswafel. Steeds minstens 1 broedraam meegeven.

Dag 9

Het broednest krijgt omvang. De honingramen in de speelruimten worden met bijen erop op in de honingzolder gehangen (1). 2 lege honingzolderramen komen in de plaats (2). Het darrenraam bezit ondertussen open broed (ODR), maar blijft nog zitten

Dag 18

De honingramen in de speelruimten worden nogmaals met bijen erop in de honingzolder gehangen (1). 1 leeg honingraam of kunstraat komt in 1 speelruimte (2), het ondertussen gesloten darrenraam (GDR) verhuist naar de andere speelruimte (3) waar de darren kunnen ontsnappen of wordt uitgesneden (3A). Op die plaats komt een nieuw leeg darrenraam (4). Stilaan honingkamer bijplaatsen.

Deze handelingen kunnen naar believen herhaald worden tot aan het eind van de looptijd (juli). Naar eigen wens kan je darrenraat snijden of laten uitlopen, de uitgelopen darrenraat hergebruiken, steeds kunstraat- of bouwramen invoeren om de bouwijver in het volk te houden enz. Aan de deze bouwijver zie je al dikwijls of een verder nazicht in de Renson-ruimte nodig is.

Belangrijk: Bij het in de speelruimte hangen van darrenramen, best even kijken of je de moer niet meeneemt. Die moet uiteraard in de Renson-ruimte blijven.

De methode in beeld:

http://www.bieenkorf.be/forum1/viewtopic.php?t=236

Technisch blad ter beschikking:

http://www.bieenkorf.be/Technisch%20blad%20-%20Ver beterde%20broedbeperking.pdf

Vragen: Marc Missotten – info@bieenkorf.be