Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 96
Jaar: 2010
Maand: Juni
Auteurs: Lei Hensels

Bomen voor onze bijen

In de veelvormige plantenwereld neemt de boom een heel eigen plaats in. Velen schatten zijn waarde alleen als dood product: als balk, plank, paal of brandhout. Als levend organisme wordt de boom vaak gezien als iets waarvan men op een of andere manier overlast ervaart. De boom als medeschepsel leren waarderen, is een taak voor ieder van ons die bewondering heeft voor de natuur. Voor bijen betekenen bomen die als drachtplant gelden, een zekere voedselbron voor jaren, soms voor eeuwen.

Voor de imkerij betekent de aanplant van drachtbomen, een eenmalige investering met een langdurend rendement. Tal van bomen kunnen als straat- en laanboom aangeplant worden. Het moet als een erezaak beschouwd worden wanneer de imker zich inzet om veel bomen te planten en wanneer hij ijvert voor het behoud van het thans karige drachtbomenbestand. Leer als imker de boom als drachtplant kennen, waarderen, verbreiden.

Knelpunten

1. Volgens zogenaamde natuurkenners horen sommige boomsoorten hier niet thuis. Esdoornsoorten, tamme kastanje, acacia, Amerikaanse eik en populier22_10_1 moeten volgens hen verdwijnen. Dat zijn afwijkende meningen die echt de wereld uit moeten

2. Het ‘beheer’ van natuurgebieden door middel van Konikpaarden en Galloway-runderen. Tal van wilgen, wilde fruitbomen en esdoorns worden van hun schors ontdaan door deze dieren

3. De mechanisatie bij het onderhoud van openbaar groen en de wijze waarop het gebeurt. Onder invloed van de ‘vogelrichtlijn’ wordt ernaar gestreefd alle snoeiwerk vóór een bepaalde datum te beëindigen. Dat om vogels niet te storen bij het nestelen. Hierdoor worden heel veel wilgen en andere boomsoorten vóór de bloei gesnoeid, afgezaagd en gehakseld. Zo ontbreekt het onze bijen, maar ook een hele reeks andere nuttige insecten, aan hoogwaardig voedsel om in het nieuwe seizoen de opbouw van de nieuwe generatie te bevorderen.

Deze ontwikkelingen vragen dringend om bezinning. In het jaar van de biodiversiteit hoort de boom als drachtplant de waardering te krijgen die hij verdient. We hebben het niet over drachtverbetering, – daar zijn we noch lang niet aan toe – maar over het inhalen van een achterstand. Zaak is om de bomen en zeker de boomsoorten die als drachtplant van grote betekenis zijn, extra onder de aandacht te brengen. De afbraak van ons bomenbestand moet stoppen en nieuwe aanplantingen moeten bevorderd worden.

Bomen voor de voorjaarsdracht

• De esdoornsoorten (Acer spp). De esdoorns behoren tot de betere voorjaarsdrachtplanten. De Spaanse aak (Acer campestre) bloeit in mei. Hij is geschikt voor bosranden, sportvelden, erfbeplantingen en grote tuinen. De Noorse esdoorn (Acer platanoides) bloeit vroeg, april-mei. Hij is geschikt voor aanplant in bossen en parken, langs wegen en als laanboom. De Acer platanoides ‘Globosum’ is goed toepasbaar in kleinere tuinen en als straatboom. Acer Platanoides ‘Faassen black’ heeft een zeer donker blad. De gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) bloeit laat in het voorjaar na de fruitbloei. Hij is zeer goed te gebruiken als straatboom.

Voor de aanplant langs wegen in het buitengebied is hij bijzonder waardevol. Er zijn veel cultuurvarieteiten. De suikeresdoorn (Acer saccharum) bloeit zeer vroeg in het voorjaar. Hij is zeer geschikt als straatboom, maar ook voor parken en sportterreinen. De witte esdoorn (Acer saccharinum) bloeit heel vroeg. Acer macrophyllum, Acer lobelii, Acer rubrum, Acer ginnala, Acer tataricum, Acer pensylvaticum en Acer opalus zijn mooie siersoorten.

• De paardenkastanjesoorten (Aesculus spp.) De witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) bloeit laat in het voorjaar. Hij levert veel nectar en stuifmeel. De rode paardekastanje (Aesculus carnea) bloeit met rode bloemen. Aesculus pavia, Aesculus flava, Aesculus glabra en Aesculus indica zijn wat minder bekend en verdienen het om meer aangeplant te worden.

• De appelsoorten (Malus spp.) De wilde appel (Malus sylvestris) verdient het om meer in onze bossen aangeplant te worden. Het bevorderen van de aanplant van wat men in Duitsland, ‘Streuobstwiesen1, noemt, komt de biodiversiteit ten goede.
De aanplant van hoogstamboomgaarden is een goede ontwikkeling. De siervormen: Malus prunifolia, Malus floribunda, Malus baccata, Malus atrosanguinea en vele andere komen in aanmerking om aangeplant te worden in: parken, plantsoenen, rond sportvelden en bij erfbeplantingen.
(1 boomgaarden)
 
• De meidoornsoorten (Crataegus spp.). Crataegus monogyna en Crataegus laevigata mogen best meer in het buitengebied voorkomen en niet alleen als haag.

• De mispel (Mespilus germanica) zou best meer in onze bossen mogen voorkomen.n, wat men in Duitsland,
22_10_2• De pruimen en kersensoorten (Prunus spp.). Kroos (Prunus insititia), vogelkers (Prunus padus), sleedoorn (Prunus spinosa), zoete kers (Prunus avium) komen in het wild wel voor, maar veel te weinig. In onze bossen, maar ook in de kleinere landschapselementen, dienen deze veel meer aangeplant te worden. Ze leveren veel nectar en stuifmeel. Voor vele enkelbloemige siervormen is er plaats in parken en tuinen. Alle prunussoorten zijn in staat nectar te produceren via bladnectarklieren.

• Meer aandacht voor wilde fruitsoorten is niet alleen van belang voor honingbijen, maar ook voor solitaire bijen, hommels, vlinders en andere nuttige insecten evenals voor vele vogels en bijzondere zoogdieren zoals: de eikelmuis, hazelmuis en relmuis. Biodiversiteit is meer dan alleen bijen.

• De wilgensoorten (Salix spp.). Wilgen zijn tweehuizig, wat wil zeggen dat er vrouwelijke en mannelijke planten zijn. De mannelijke vorm levert veel stuifmeel en een beetje nectar. De vrouwelijke vorm geeft veel nectar.

De wilgen zijn voor bijen en vele andere insecten van enorme betekenis. De aanplant dient sterk bevorderd te worden. Door gebruik te maken van het grote sortiment krijgt men een gespreide bloei. Aan te bevelen soorten zijn: Salix caprea, Salix daphnoides, Salix smithiana, Salix sachalinensis. Maar ook andere soorten kunnen worden toegepast. De meeste wilgen laten zich goed stekken, alleen Salix caprea niet. Wilgen moet men snoeien, maar enkel na de bloei!

• Acacia-soorten (Robinia spp). De acacia (Robinia pseudoacacia) bloeit in een periode van voedselschaarste voor bes tuivende insecten, namelijk tussen de voorjaars- en de zomerdracht in. Daarom is de aanplant van de acacia bijzonder waardevol. Robinia hispida en Robinia luxurians, beide met rose bloemen, zijn geschikt voor het stedelijk groen.

Bomen voor de zomerdracht

• De lindesoorten (Tilia spp.) gelden nog altijd als de bijenbomen bij uitstek. Het groot aantal soorten en variëteiten maakt een lange bloeitijd mogelijk. Als men hier rekening mee houdt, dient men het bijenbelang. Het verdient aanbeveling linden aan te planten op goede vochthoudende grond. Vooral dan komt 22_10_3de linde optimaal tot zijn recht en kan dan eeuwenlang zijn functie van drachtplant vervullen. Lindebomen worden best aangeplant langs wegen in het buitengebied. Is de aanplant van een lindebos werkelijk zo’n vreemde gedachte?

Plant ook, als het even kan, geen lindebomen in de stad. Dat leidt vaak tot ongenoegen van de autobezitters. Bovendien lijden linden daar een armoedig bestaan. Ze staan met hun voeten in het asfalt en worden omringd door de uitlaatgassen van de auto’s. Hierdoor zijn in de loop van de jaren veel lindebomen verloren gegaan. Een grootscheepse aanpak voor het herstel van het areaal lindebomen verdient alle aandacht. Het betekent een eenmalige investering met een langdurend rendement. Linden bloeien van ongeveer half juni tot eind juli voor de laatste bloeiers. Wil men iets bijzonder dan is er de herfstbloeiende linde (Tilia henryana), hij bloeit in augustus met crèmewitte bloemen. Lindebomen snoeien? Plant ze daar, waar snoeien niet nodig is.

• De tulpenboom (Liriodendron tulipifera) is een parkboom die ruimte nodig heeft. Hij bloeit in juni met grote groen-gele bloemen.

• De tamme kastanje (Castanea sativa) is een boom die in onze bossen een betere plaats verdient. Hij boeit in juni-juli. Hij kan gezaaid worden.

• De hemelboom (Ailanthus altissima) kan gebruikt worden als straatboom in steden. Vrouwelijke bomen geven veel nectar. Hij voldoet ook op droge plaatsen.

• De trompetboom (Catalpa bignonioides) is een boom voor parken, grote tuinen en straten. Hij bloeit in juni-juli met wit-oranje bloemen. Bijen verzamelen er veel oranje stuifmeel op.

• De bijenboom (Euodia hupehensis) heet nu Tetradium daniellii. Hij bloeit in juni met brede roze bloemschermen. Is geschikt voor de grotere tuin, parken en plantsoenen.

• De lederboom (Ptelea trifoliata) is een klein boompje en zou bij elke bijenstand moeten staan. Hij bloeit in juni met geel-groene bloemen en wordt zeer druk bevlogen.

• De honingboom (Sophora japonica) bloeit in augustus, september met geel-witte bloemtrossen. Hij is aan te bevelen in stedelijk groen. Koelreuteria paniculata bloeit zeer rijk in juli-augustus met gele bloemen.

• De herfstpaardenkastanje (Aesculus parviflora) vormt een meer struikvormige boom. Hij bloeit in juli-augustus.

Heesters of struiken

• Het palmboompje (Buxus sempervirens) bloeit zeer vroeg en wordt door velerlei insecten bezocht en is gemakkelijk te stekken.
22_10_4• De gele kornoelje (Cornus mas) is vooral belangrijk voor zijn vroege bloei. Hij zou best meer in het wild mogen voorkomen.

• Berberissoorten. Er zijn ruime gebruiksmogelijkheden in het openbaar groen. Ze bloeien vroeg en rijk.

• Dwergmispelsoorten (Cotoneaster spp.) zijn veelvorming. Ze zijn vroeg- en rijkbloeiend. Daarbij zijn ze van groot belang voor de vogels omdat ze veel bessen leveren in de herfst en de winter.

• De bremsoorten (Cytisus spp.) geven veel stuifmeel in het voorjaar.

22_10_5• De struikkamperfoelie (Lonicera spp.) bloeit laat in het voorjaar.

• De vuilboom (Frangula alnus) is geschikt voor aanplant in bossen,erfbeplantingen, rond sportvelden en kan gebruikt worden als haagplant. Hij is een van de betere zomerdrachtplanten en bloeit wel 4 à 5 maal per jaar. Hij is gemakkelijk te zaaien

• De wegedoorn (Rhamnus cathartica) wordt nog te weinig aangeplant in erfbeplantingen, houtwallen, overhoeken en bosranden. Hij bloeit in mei, juni met kleine, groene bloemtrossen.

• De sneeuwbes (Symphoricarpos) kent vele soorten, bloeit lang en groeit overal, zelfs in de schaduw. Er zijn ruime toepassingsmogelijkheden.  Ze zijn goedkoop te vermeerderen door scheuren.

• De duivelswandelstok (Aralia elata) heeft een typische groeiwijze, groeit overal, maakt veel opslag en is daardoor gemakkelijk te vermeerderen. Hij bloeit met grote platte bloemschermen later in het najaar.Deze lijst van drachtplanten is verre van volledig. Maar het is een begin om de drachtplanten onder de aandacht te brengen. De bovenstaande bomen en heesters zijn bedoeld om ze te leren kennen. Leer ze waarderen.

Leer ze aan te planten. Men heeft nu een lijst van planten bij de hand om aan groenbeheerders te bezorgen. Een taak voor elke imker en natuurliefhebber. Tot behoud van onze bijenteelt. Tot behoud van de natuur. Tot behoud van de levende natuur.