Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 97
Jaar: 2011
Maand: November
Auteurs: Dr. Michel Asperges

Van bijenvriendelijke tuinen en bloemenakkers

Inleiding

Na het succes van de gratis zaadverdeling voor bloemenweiden in Limburg startte de dienst Land- en Tuinbouw in Vlaams-Brabant met een gelijkaardig project om iets te ondernemen tegen de toenemende bloemenschaarste in de landbouwgebieden. Evaluatie na de acties in 2009 en 2010 zorgde voor bijsturing van de samenstelling van het zaadmengsel. Gevraagd werd:

• Minder gele bloemen.

• Liefst geen te hoge planten (max. 50 tot 60 cm) maar zonnebloem moet er zeker in zitten.

• Planten die niet te vlug omvallen en een verwarde indruk geven.

• Bij voorkeur een- tot tweejarigen.

• Aantrekkelijk zijn voor insecten: vooral voor bijen (honingbij, solitaire bij en hommels), vlinders, kevers en zweefvliegen.

• Bruikbaar in het huishouden.

1. Aanpassen is de boodschap

In 1992 en 1993 werd door prof. dr. W. Engels (Duitsland) het Tübinger- en Brandenburgermengsel samengesteld voor braakliggende landbouwgronden. Dit werd aangepast aan de gronden in de provincie Zuid-Limburg (M. Asperges 2000). Ondertussen worden deze mengsels gebruikt in al de Vlaamse provincies. Ze zijn geschikt voor braakliggende landbouwgronden en akkerranden die onderhevig zijn aan erosie.

De mengsels werden in Zuid-Limburg en in de Voerstreek uitgetest door M. Asperges e. a. (2007). Ze bevatten zeer veel hoge planten met vooral gele bloemen; geel is een belangrijke kleur voor insecten! Dergelijke hoge plantensoorten zijn in kleine privétuinen echter niet zo gewenst. Een gewijzigd zaadmengsel werd samengesteld op basis van eigen ervaring met insecten in tuinen in Ezemaal en Zepperen. Het is te gebruiken op naakte gronden maar is niet geschikt voor een bloemenweide waar gras de dominante vegetatie is.

Hoe te werk gaan in kleine tuinen op naakte grond

Voor een oppervlak van 4 m lang en 3 m breed of 12 ca is 50 g ruim voldoende. Het zaad moet dun uitgezaaid worden vanaf eind maart, liefst in april. De grond moet vrij zijn van netels, distels en liefst ook gras. Gebruik geen onkruidverdelgers!

Graaf de grond minstens een spade diep om en bewerk de aarde met een rijf tot een fijnkorrelige massa. Nu kun je zaaien. Je mengt het zaad best met droog wit of geel zand. Zaai volgens de drievingermethode: gebruik drie samengehouden vingers (wijs-, midden- en ringvinger) terwijl het zaad in de handpalm rust, de pink wijst omhoog en de duim rust op de ringvinger. Zaai nooit met de volle hand; je strooit dan teveel zaad op een te klein oppervlak. Na het zaaien, hark je alles onder. De meeste zaden kiemen in het donker en de vogels zullen wat minder zaden oppikken. Soms kan afdekken met gaatjesplastiek helpen tegen vogelschade.

Het kiemen is temperatuur- en vochtafhankelijk. Te droog en te heet of te koud en te nat kan nefast zijn. Bloemen mag je verwachten na vier tot vijf weken. De bloei zal doorgaan tot en met oktober, soms nog tot in november. Het jaar nadien zullen er weer planten kiemen en bloeien maar nooit zo overvloedig als het eerste jaar. Uiteindelijk hebben we gekozen voor éénjarigen!

Zonnebloem (Heliantus annuus) werd, op algemene vraag, mee verwerkt in het mengsel. Deze zaden zijn echter gegeerd door duiven.

39_1

39_2kopie

39_3

2. Wat heeft de provincie Vlaams-Brabant in 2011 gekozen voor privétuinen?

Vlaams-Brabant heeft overwegend zware zandleemgronden. Het provinciebestuur heeft er twee soorten zaadmengsels gratis aangeboden. Voor braakliggende landbouwgronden of grote oppervlakten van openbare besturen werden 2000 zakjes voorzien van het aangepaste Tübingermengsel. Voor zeer grote oppervlakten kon men beroep doen op losse zaden, te bekomen bij de dienst voor land- en tuinbouw in Herent.

Daarnaast werd een ander mengsel aangeboden voor privétuinen. Dit werd samengesteld uit de door ons voorgestelde reeks (zie hierboven). Elke zaadsoort is aangegeven in procenten. Op een tiental locaties werden ter gelegenheid van evenementen rond imkerij, land- en tuinbouw, ongeveer 2000 zakjes voor privétuinen verdeeld door imkers en/of provinciemedewerkers.

39_4

Dit mengsel bevat weinig gele bloemen, zoals gevraagd. Er komt nog wel zonnebloem in voor. Wat minder boekweit en toch phacelia, zou volgens ons een mooier kleurresultaat geven. Dit mengsel is uitsluitend voor privétuinen bestemd en kan nooit in natuurgebieden gebruikt worden. Veel van deze soorten komen in hun oorspronkelijke wilde vorm in de open ruimte voor, maar niet, zoals in dit mengsel, in hun gecultiveerde vorm.

39_5

39_6

3. Het ombouwen van een oud gazon tot een bloemenweide

Mensen denken soms dat bovenvermelde mengsels dienen om een bloemenweide te maken. Dit is niet zo. Daarom hebben we een reeks zaden geselecteerd die wel geschikt zijn voor een bloemenweide. Wij hebben dit mengsel gedurende vier jaar uitgetest op een oud gazon in Ezemaal.

Stel dat je een gazon hebt - of wat ervoor moet doorgaan - met grassen, veel mos, wilde planten zoals madeliefjes, witte klaver, smalle weegbree enz., dan zou het fijn zijn, mochten er in dit gazon meer bloemen voorkomen. Je kan opteren om wegjes vrij te houden door ze regelmatig te maaien terwijl je de rest van het grasveld laat groeien. Pas laat in de nazomer wordt dan alles gemaaid en afgevoerd. Niet mesten is de boodschap. Dit heeft als voordeel dat je veel minder moet maaien en dat je een mooie hooiweide bekomt die massaal insecten aantrekt.

Je zal bij de laatste maaibeurt behoorlijk wat hooi hebben. Dat kan je composteren zodat het na drie jaar je tuin opnieuw ten goede komt. Een nadeel is dat sommige mensen dit wanordelijk vinden en niet geschikt voor een tuin, of dat de vele soorten stuifmeel of pollen allergische reacties kunnen uitlokken bij heel wat mensen. De enige oplossing is dan alles frezen en opnieuw beginnen met een grasveld zonder bloemen en veel maaiwerk.

In de provincie Limburg werd het project van de gratis zaadverdeling na drie jaar stopgezet en een nieuw project kwam in de plaats. Men koos ervoor om voor 2009-2010 het brede publiek warm te maken om krokussen te planten. De prijs die men moest betalen was laag gehouden: 4 euro voor 100 krokussen. In totaal werden er zo maar eventjes 100.000 knollen verspreid. In 2011 ging men in Limburg voor dahlia’s.

Indien je voor een bloemenrijke hooiweide kiest, kan je reeds vroeg in het voorjaar genieten van een massa bloemen door in je oude gazon krokussen en sneeuwklokjes te planten. Plant ze liefst in blokken en niet solitair. Vermits je pas zeer laat kunt maaien, zullen de krokussen en sneeuwklokjes op zeer korte tijd behoorlijk in aantal toenemen. Het is echter zinloos enkele krokussen te planten; daar hebben de honingbijen en aardhommels, die ook zeer vroeg in het voorjaar vliegen, niets aan.

39_7

39_8

39_9

Grote ratelaar(Rhinantus angustifolius) is een halfparasiet die in Vlaanderen niet veel voorkomt. Deze mooie plant met gele bloemen parasiteert op grassen. De bloemen worden sterk bevlogen door hommels en leveren een mooi, geel stuifmeel. De eenjarige plant heeft graag wat kalk. De zaden kiemen in april en de planten bloeien in juni.

Foto’s: © Asperges

Dankwoord

Mijn oprechte dank gaat naar deputé mevr. M. Swinnen en haar medewerkers van de dienst Land- en Tuinbouw van de provincie Vlaams-Brabant die het mogelijk maakten om ook in Vlaams-Brabant bloemenrijke bijenweiden te creëren. Dank ook aan S. Kamers, H. Trappeniers, P. Stuyckens, M. Van den Wijngaert en J. Brems voor hun medewerking.

Bibliografie

Voornaamste bronnen:

• M. Asperges, (evt. m.m.v. K. Janssens, F. Resseler, R. Vaes, S. Kamers): diverse publicaties over honingbijen,

winterbijen, solitaire bijen , bloemenweiden en bloemenakkers, in de maandbladen van de KonVIB en AVI;

• A. Van Hoorde, M. Henry, B. Rotthier, F.J. Jacobs: Bijenplantengids 1979;

• Brochures en flyers uitgegeven door de provincies Vlaams-Brabant, Limburg, West-Vlaanderen;

• De volledige bibliografie is te verkrijgen bij de redactie.