Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 99
Jaar: 2013
Maand: November
Auteurs: Tjeerd Blacquière

Bijen en maïsstuifmeel

In Nederland en Begië wordt heel wat (voeder)maïs geteeld, evenals in grote delen van de rest van Europa, vooral in landen die ook veel bijenvolken hebben. Hoewel deze plant een windbestuiver is, wordt het stuifmeel wel door honingbijen verzameld. Hoe goed of slecht is dat eigenlijk? Wat is hierover uit onderzoek bekend?

52 1Is maïsstuifmeel wel goed voedsel voor bijen en bijenlarven, los van de vraag naar mogelijke effecten van genetische modificatie of het gebruik van neonicotinoïden bij dit gewas? Genetisch gemodificeerde maïs wordt in Europa niet verbouwd (niet toegelaten), en vanaf per 1 december 2013 wordt het gebruik van neonicotinoïden in zaadcoating van maïs opgeschort. Wat zegt de wetenschappelijke literatuur over maïsstuifmeel als voedselbron voor honingbijen?

Essentiële aminozuren

Stuifmeel is voor bijen de enige bron van eiwit, noodzakelijk voor de groei. Naast eiwit (en de eiwitbouwstenen: de aminozuren, waarvan er een stuk of 20 bestaan), bevat stuifmeel ook vetten, oliën, vitaminen en mineralen. Bij sommige plantensoorten zitten er ook koolhydraten in, zetmeel bijvoorbeeld. Het zijn de jonge bijen (tot 8 à 10 dagen oud) die stuifmeel eten, en ook wel de oudere larven.

Voedsterbijen eten tot wel 6,5-12 mg stuifmeel per dag, om daaruit veel eiwitrijk voedersap voor de larven te maken. Een bijenvolk haalt 10 tot 55 kg stuifmeel per jaar binnen. Belangrijk voor de voedingswaarde voor de bijen is het eiwitgehalte en ook uit welke aminozuren dat eiwit is opgebouwd.

Net als mensen moeten bijen aminozuren via hun eten binnenkrijgen omdat ze die zelf niet kunnen aanmaken. Voor bijen zijn er 10 van dergelijke essentiële aminozuren, die in een bepaalde verhouding in het dieet moeten voorkomen. Het aminozuur dat relatief het minst voorhanden is, beperkt het groei- en ontwikkelingsproces doordat dan ook de andere negen, wel beschikbare, aminozuren niet kunnen worden benut voor de vorming van eiwit.

Klassiek onderzoek

Stuifmeel van paardenbloem of zonnebloem bijvoorbeeld, bevat weinig tot geen tryptofaan en methionine, twee essentiële aminozuren. Bijen kunnen dus niet opgroeien op alleen zonnebloem- of paardenbloemstuifmeel. De meeste stuifmeelsoorten leveren echter wel alle essentiële aminozuren.

Veel informatie over de eiwit- en aminozuurbehoefte is bij elkaar gebracht door dr. A. P. de Groot van de Universiteit van Utrecht; diens proefschrift uit 1953 is dé klassieker en wordt nog steeds veel geciteerd. Daarnaast heeft A. Maurizio, ook in de 50-er jaren, veel stuifmeelsoorten onderzocht op hun voedingswaarde voor bijen.

Zij deelde ze vervolgens in drie categorieën: slecht, gemiddeld en goed, op grond van de levensduur van de bijen en de ontwikkeling van de voedersapklieren.

En maïsstuifmeel?

Maïsstuifmeelkorrels zijn vergeleken met ander stuifmeel erg groot. Maïsstuifmeel bevat redelijk veel koolhydraten, in de vorm van zetmeel. Maurizio deelde maïs in van ‘gemiddeld tot goed’; zij vond een redelijk goed effect op52 2 de ontwikkeling en levensduur van bijen. Toch staat stuifmeel van maïs vaak bekend als laag in eiwitgehalte.

Het blijkt dat dit tussen cultivars erg kan variëren: tussen 15% (Somerville, 2005, Stace 1996) en 26% (Höcherl et al., 2012), dus ook wat dat betreft van gemiddeld tot goed.

Höcherl en coauteurs deden onderzoek naar groei en levensduur van bijen op een dieet van alleen maïsstuifmeel, vergeleken met een dieet van gemengd stuifmeel.

Het bleek dat voedsterbijen die alleen maïsstuifmeel kregen, hun larven toch goed tot volwassen bij konden opkweken.

Maar per opgekweekte bij hadden ze wel twee keer zoveel maïsstuifmeel nodig als van een mengsel van verschillende soorten stuifmeel.

Dit zou kunnen komen door het iets lagere relatieve gehalte aan histidine (ook een essentieel aminozuur). Maïsstuifmeel bevat overigens wel alle essentiële aminozuren, en ook nog in redelijke onderlinge verhouding.

Maar de levensverwachting van de maïsbijen bleek zes dagen korter, dus ondanks het goede eiwitgehalte ontbrak er wel iets aan het alleenmaïsstuifmeeldieet.

Halen bijen maïsstuifmeel?

Vaak wordt gedacht dat stuifmeel van windbestuivers, zoals maïs, minder geschikt als voedsel en minder aantrekkelijk voor bijen is, maar dat hoeft helemaal niet. Eikenstuifmeel is voor bijen een rijke voedselbron, en ook maïsstuifmeel wordt veel verzameld.

Uit een overzicht van 114 studies bleek maïs zelfs in meer dan de helft van die studies tot de vijf meest gehaalde soorten te behoren. Deze plant scoorde daarmee het hoogst.

Kortom maïsstuifmeel behoort in Europa tot het door honingbijen meest verzamelde stuifmeel (Keller et al., 2005, samengevat in Bijennieuws 8 door J. van der Steen, 2008).

In sommige gevallen (Frankrijk) was wel 40-60% van het binnenkomende stuifmeel afkomstig van maïs. Ook uit de VS en uit Griekenland zijn hoge percentages bekend.

Gunstig of ongunstig?

In de Nederlandse enquête over wintersterfte van het NCB/COLOSS van 2012 konden imkers aangeven of er veel maïs in hun omgeving groeide en of ze vermoedden dat maïs een aandeel had in de voeding van hun bijen. Getalsmatig bleek er enig verband tussen maïs in de buurt en wintersterfte.

Dat zou kunnen betekenen dat maïsstuifmeel ongunstig werkt, maar het kan net zo goed betekenen dat imkers die sterfte hadden, denken dat het met maïs te maken heeft gehad. Terecht wijst Romee van der Zee op deze mogelijkheid.

Voorlopige conclusie

Maïs heeft bij veel imkers een negatieve gevoelslading. In hoeverre is dit hard te maken? Höcherl en coauteurs (2012) deden een uitspraak die ons deed denken aan een verkiezingsleus van Helmut Kohl, ‘Besser Kohl als gar kein Gemüse’ met: ‘Besser Maïs Pollen als gar kein Pollen’.

Waarschijnlijk is een maïsmonocultuur niet echt een feestdis voor honingbijen, zoals een rijke bloemenweide of een koolzaadveld, maar het is beter dan een lege maag. Mooie bloemenstroken zouden bij een maïsmaaltijd een welkom toetje zijn. Tot nu toe is niet goed vast te stellen wat het voor- of nadeel van maïsstuifmeel voor honingbijen is. Duidelijk is wel dat bijen maïs niet mijden, en dat het daardoor een factor van belang is geworden.

Bron: ‘Bijenhouden’, Nederlandse Bijenhouders- Vereniging, augustus 2013.

Zie ook: www.bijenhouders.nl >actueel en media>tijdschrift bijenhouden >aanvullingen augustus.