Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkerbond
Jaargang: 90
Jaar: 2004
Maand: april
Auteurs: Haro Wijnsouw, Informatiecentrum voor de Bijenteelt

Enkele vlinderbloemigen

Vlinderbloemigen pronken met de prachtige Latijnse naam 'Papilionaceae'. Deze grote plantenfamilie telt heel wat uitstekende bijen planten met ondermeer klaver, wikke, brem, acacia en honingboom. Ze vormen een belangrijk onderdeel van onze bijenweide en kenmerken zich door opvallende, vlinderachtige bloemen.

Soorten

Vooral bij de heesters uit de familie valt de massale bloei op. Neem nu de bezem brem, geen andere struik die het landschap zo in vuur en vlam zet. Struiken hebben het dan ook nodig om op te vallen. Voor hun bestuiving kunnen ze immers niet op de wind rekenen, zoals hoger groeiende bomen. Heesters zijn hiervoor welhaast exclusief op insecten aangewezen.

Honingbijen zijn trouwe bezoekers van een aantal minder bekende soorten uit de familie, die absoluut meer aandacht verdienen. Hierna stel ik er u enkele voor.

De eerste in de rij is de Europese blazenstruik, Colutea arborescens in het Latijn. Deze bereikt een hoogte van 4 meter en heeft een losse groei met overhangende takken. De bloei bestaat uit trossen met twee tot acht gele bloempjes waarvan de kroon aan de basis fraai bruinrood geaderd is. De bloempjes ontluiken in mei, juni en juli. De langdurige bloei overkoepelt de drachtpauze van einde mei, wat heel interessant is natuurlijk. De peulen zijn blaasvormig en springen bij rijpheid met een knal open, vandaar de naam.

De struik verdraagt droge grond, verkiest een warm plaatsje en is vorstgevoelig. In het wild komt hij daarom vooral in Zuid-Europa voor. In ons land vinden we hem op de zonnige hellingen van de Limburgse St.-Pietersberg.

Ietwat gelijkend op de Europese blazenstruik is er de erwtenstruik of Caragana arborescens. Die is inheems in Siberië en Mongolië en is dus winterhard. De struik verlangt een zandige grond en is droogte bestendig . Ik vermeld hierbij dat de erwtenstruik in de 18e eeuw werd ingevoerd. Landbouwers kweekten hem toen vooral als veevoer. Tegenwoordig gebruiken tuinders hem in aanplantingen, vooral in hagen.

Heel mooi zijn de heesters uit de indigogroep. Indigo tinctora is een koudevrezende kuipplant, die de prachtige blauwe kleurstof 'indigo' levert. I. amblyantha bloeit roze en is zeer koudebestendig. I. heterantha bloeit rozig paars en bezit een fraai geveerd blad. Deze meter hoge struik is een absolute aanrader. Helaas is hij niet winterhard. Amorpha fruticosa lijkt op de indigostruik. Hij bloeit donkerpaars in juli-augustus.

Een laatste struik die binnen de context van deze bijdrage past, is de gaspeldoorn of Ulex europaeus. Het is een doornige struik die tot twee meter hoog groeit. Hij is inheems maar vrij zeldzaam. U kunt hem aantreffen langs bosranden, bermen, oevers, heidevlakten en duinen, vaak op zure bodems. De gele bloei begint al in maart en duurt tot in juli.

f1

Waarde

Al de genoemde struiken hebben het voordeel dat ze veel droogte verdragen. Hierdoor lenen ze zich goed voor aanplantingen op zandgrond. Verder is de veelvuldige en lange bloei interessant voor de bijen. Ze leveren nectar en stuifmeel, maar studies hierover zijn ons niet bekend.