Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 95
Jaar: 2009
Maand: April
Auteurs: Roger De Vos & Chris Van Gampelaere

Voorjaarsbloeiende bolletjes en knolletjes

Wanneer op het einde van de winter de natuur er nog wat beteuterd bijstaat, kondigen de eerste bol- en knolgewassen de lente aan. Dat deze voorjaarsbloeiers een onmisbare bron van stuifmeel leveren aan onze bijen hoeft zeker geen betoog. De pollen voorzien de bijen van de noodzakelijke eiwitten, die ze nodig hebben voor de broedexplosie die nu volop op gang komt.

Hyacinten

Een bolgewas dat iedereen wel kent, is de hyacint. De plant wordt in hartje winter overal in potjes of schaaltjes aargeboden. De bloemen brengen met hun geuren kleur het lentegevoel binnen in je woonkamer. Deze cultuurvariëteiten zijn afstammelingen van de Hyacinthus oriëntalis en zoals de Latijnse naam doet vermoeden, afkomstig uit het Midden-Oosten. De legende zegt dat Ogier Gisleen van Busbeke, een Vlaams humanist, ze in de zestiende eeuw in onze streken introduceerde.

voorjaars 1

Nederland is koploper in de ontwikkeling van talrijke cultivars (meer dan 2000!). Ze groeien vanuit een bladrozet aan de voet van de plant. De centrale stengel draagt twee tot vijftig geurende bloemen en wordt 20 tot 45 cm hoog.
De hyacint bloeit van maart tot mei. De kleuren variëren van wit, blauw, geel, roze, tot rood en paars.

De plant is zéér winterhard en gaat, mits een goede standplaats, jaren mee in de tuin.
In arme tuingrond wordt aangeraden de bollen om de twee jaar te vervangen door nieuwe.
De bijen halen zowel pollen als nectar op deze geurende klokjes.

De wilde hyacint of boshyacint Hyacinthoïdes non-scripta treft men voornamelijk aan in voedselrijke loofbossen (Hallerbos!) De geurende bloemen zijn trosvormig en hangen naar één zijde. Ze vermeerderen zich vegetatief door bijbolletjes of door zaadvorming.
De plant komt voor in West-Europa, en in het noorden van het Iberisch schiereiland.

voorjaars 2
voorjaars 4
voorjaars 3

 

Zuidelijker, en ook in Noord-Afrika floreert de Spaanse hyacint of Hyacinthoides hispanica. Dit is een soort met rechte stengel en geurloze klokvormige bloemen.
Door veranderingen in het klimaat gedijt ze ook uitstekend buiten onze tuinen. De kans bestaat dat door hybridisering van beide soorten de zuivere soort verloren gaat.

Verder onderscheiden we nog een laag bolgewasje dat zeer vroeg bloeit en de Nederlandse naam sterhyacint draagt. Het behoort niet tot het geslacht Hyacinthoides maar tot het geslacht Scilla. De vroege sterhyacint, Scilla bifolia, wordt 10 tot 25 cm hoog. De bloemen zijn rechtopstaand.
De oosterse sterhyacint Scilla siberica blijft iets lager en heeft knikkende bloemen in een diepblauwe kleur. Ze zaaien zich gemakkelijk uit en na enkele jaren vormen ze een prachtig blauw tapijt.

Krokussen

Bij de populairste vroegbloeiende knolgewassen vinden we ongetwijfeld de krokussen. Ze behoren tot het geslacht Crocus en bloeien vaak reeds begin februari. Behalve in tuinen worden ze ook veel toegepast in parken en plantsoenen. Het mooiste effect bereikt men wanneer ze in grote groepen bij elkaar staan.

Krokussen zijn voornamelijk afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Er zijn meer dan honderd soorten gekend maar er worden er maar een dertigtal gebruikt voor de teelt. De 'veredelde' variëteiten lijken niet vaak veel meer op de oorspronkelijke wilde soorten. Gelukkig voor de imker zijn ze wel aantrekkelijk gebleven voor bijen en andere bestuivers. Vanwege hun vroege bloei leveren ze, indien de temperatuur het toelaat, een bijdrage aan de stuifineelbehoefte van onze bijen.

De bloemen hebben drie grote helmknoppen die wanneer ze rijp zijn, bulken van de pollen. Wanneer de bijen hun werk goed gedaan hebben en de bevruchting voltooid is, stuiken de bloemen als kaartenhuisjes in elkaar en blijft er van hun pracht niets meer over. De zaadvorming komt op gang en na enige tijd zitten er drie vrij grote zaden in de zaaddozen.
Bij rijpheid vallen de zaden, in de buurt van de moederplant, op de grond. Het zal echter nog drie jaar duren vooraleer de nieuwe krokusjes zullen bloeien. Krokussen vermeerderen zich ook door vorming van broedknolletjes. Op die manier krijgt men vlugger bloeiende planten. Voorwaarde is wel dat men de bloemen, vóór de zaadvorming op gang komt, verwijdert anders gaat er te veel energie naar de vrucht en het zaad.voorjaars 5Foto: Chris Van Gampeloere. 

Voor krokussen die geplant worden in het gazon, is het belangrijk dat het loof niet gemaaid wordt vooraleer al de voedingsstoffen, die zich nog in het blad bevinden, terug opgenomen zijn door de nieuwgevormde moederknol en de jonge knolletjes.
Dat proces is pas voltooid wanneer het blad verdord is. Voorjaarsbloeiende krokussen moeten geplant worden vanaf september. Er bestaan ook herfstbloeiende soorten, deze worden geplant in augustus. Met een beetje geluk bloeien ze dan al in oktober. Herfstkrokussen mogen niet verward worden met Colchicum (= herfsttijloos of naakte begijntjes), een knolgewas dat sterk lijkt op de krokus en eveneens in de herfst bloeit.

voorjaars 6