Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 96
Jaar: 2010
Maand: Mei
Auteurs: Roger De Vos & Katinka Van Nerum

Akelei - Aquilegia

19_10_1Akeleien behoren tot de al lang bekende planten die overal wel een plaatsje weten op te eisen in de border, het gras of tussen de stenen. De naam ‘Aquilegia’ komt van het Latijnse ‘aquila’, dat adelaar of arendsklauw betekent. De vorm van de sporen op de bloem vertonen inderdaad gelijkenis met de klauw van een roofvogel.

Akeleien groeien in gematigde streken over het hele noordelijke halfrond, van de Verenigde Staten tot het verre Oosten. De meest voorkomende wilde akelei in Europa, de Aquilegia vulgaris, is in België vrij zeldzaam en komt alleen voor rond de Maas en in de Ardennen.

Akeleien behoren tot de meest opvallende planten van de late lente tot in de herfst – vanaf begin maart wanneer het heldergroene blad door de donkere aarde breekt, tot november wanneer de planten in winterslaap gaan.

Maar hoe mooi het blad ook mag zijn, wij imkers kweken de plant vooral om zijn bloemen. De akelei is een goede nectar- en pollenplant. Ze heeft zowel een nectar- als pollenwaarde van 3. De bloeitijd spreidt zich uit over de maanden mei en juni. De uitgebloeide planten leveren nadien nog mooie decoratieve zaaddozen op.

De bloemen zijn er in alle kleuren van de regenboog, met een uiterlijk dat minstens evenveel variaties kent. Ze hangen naar beneden met aan de bovenkant lange buisjes, de sporen.

Dit zijn tot nectariën omgevormde kroonbladeren waarin nectar is opgeslagen. Nadat de sporen door de hommels zijn opengebroken, kunnen ook de bijen aan de nectar.

De Europese soorten hebben korte sporen, de Amerikaanse hebben sporen die wel 9 cm lang kunnen zijn. De Amerikaanse akeleien worden daar ook door de kolibries bezocht die uit zijn op de nectar.

De bloemkleur kan wit, paars, blauw, bordeaux, roze of geel zijn. De soorten kruisen gemakkelijk met elkaar en dat geeft soms heel mooie kleurschakeringen.

De hoogte van de Aquilegia vulgaris is meestal tussen de 40 en 70 cm. Maar onze veredelaars brachten ook al de Aquilegia alpina op de markt, een plantje van ongeveer 20 cm hoog dat het uitstekend doet in de rotstuin. Een sterke akelei voor verwildering is de Aquilegia ‘Nora Barlow’ met gevulde, roodwitte bloemen.

Bij het zoeken naar nieuwe cultivars selecteert men tegenwoordig op bloemen die omhoog gericht staan. Zoals bij de meeste vroeg in het jaar bloeiende19_10_2 planten hangen de bloemen van de akelei naar beneden om het stuifmeel en de nectar te beschermen tegen de regen. Maar daardoor is uiteraard de bloem minder goed zichtbaar.

Akeleien zijn gemakkelijke planten die zowat in elke grondsoort gedijen. Ze zijn ook goed winterhard, maar natte voeten in de winter kunnen de akelei schade toebrengen. Akeleien zijn kortlevende planten, ze gaan na enkele jaren dood. Maar niet getreurd, ze zaaien zich overvloedig uit. Als u ze eenmaal in de tuin hebt, hoeft u ze nooit meer aan te kopen.

In tegenstelling tot andere vaste planten hebben akeleien een hekel aan verplanten. In de regel herstellen ze zich niet meer na zo’n ingreep. Daarom kunt u het best de heel jonge zaailingen meteen op de juiste plaats zetten. Nog beter natuurlijk is ervoor zorgen dat verplanten niet hoeft door de zaden – die rijp zijn in juli – ter plaatse uit te zaaien. De opgroeiende plantjes zullen pas het volgende jaar tot bloei komen.

Allerhande soorten en zaden zijn vlot in de handel verkrijgbaar. Dus wat houdt u nog tegen om dit schitterende en gemakkelijke plantje – dat bovendien nog waarde heeft voor onze bijen – aan uw bloemenborder toe te voegen.