Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 97
Jaar: 2011
Maand: Mei
Auteurs: Roger De Vos

Blaasspirea-Physocarpus

Opulifolius ‘Diabolo’

16_1Deze prachtige heester met donkerrode bladeren leerde ik voor het eerst kennen op een open tuindag. Ik was er onmiddellijk weg van en wou, koste wat het kost, mij ook zo’n exemplaar aanschaffen. En wat dacht je, samen met mij waren de bijtjes er ook bezeten van en ze haalden er zowel pollen als nectar van.

De naam Physocarpus komt uit het Grieks, Physo betekent blaas en karpo is een soort vrucht, het verwijst naar de bessen van de plant. De struik komt oorspronkelijk in het wild voor in het oosten van Noord-Amerika waar hij langs riviertjes groeit, maar ook op rotsachtige oevers en tussen stenen.

De plant heeft een vochtige voedselrijke grond nodig om goed te gedijen, hij kan zelfs enige tijd stilstaand water verdragen. Hij verlangt een plekje in de zon tot lichte schaduw. In de border is hij als solitair met zijn mooie donkerrode tot zwarte drielobbige bladeren een echte blikvanger.

De struik heeft platte tot halfronde bloemschermen, witroze van kleur van mei tot juni, de lichtgekleurde bloemen steken prachtig af tegen het donkere blad. In de herfst komen de prachtige rode zaaddoosjes dan tot hun recht. Daar de kale twijgen in de winter hun roodachtig bruine bast laten zien is de struik dan ook nog aantrekkelijk in de winter, bovendien verdraagt hij een temperatuur tot -30°C en is dus volledig winterhard.

Hij groeit in de hoogte en de breedte uit tot max. 2,5 m. Je kan hem gemakkelijk op zijn gepaste hoogte en breedte houden door snoei na de bloei. Daar hij zich gemakkelijk laat snoeien, kan hij dan ook gebruikt worden voor hagen.
De Physocarpus is heel nauw verwant aan de Spirea, een struik met vele verschijningsvormen waarvan veel tuinliefhebbers wel een cultivar van in de tuin staan hebben.

De struik is niet ziektegevoelig en heeft ook geen last van insecten of andere beestjes. Een beetje compost of geteerde stalmest stelt hij wel op prijs, en bij uitzonderlijke droogte mag je hem wel wat water geven. Het is dus een uiterst gemakkelijke struik, geschikt voor alle tuinen.

Voor vermeerdering kunnen we in de herfst of lente stekken nemen. Ook door zaad kan men terug nieuwe plantjes16_2 bekomen, alleen komen deze niet altijd soortecht terug.

Bij de cultivars wordt vooral Physocarpus opulifolius ‘Diabolo’ met zijn donkerrood blad het meest aangeplant. Er bestaat ook nog een P. ‘Darts Gold’, eigenlijk is het precies dezelfde struik, weer met dezelfde goede eigenschappen, maar dit blad loopt heldergeel uit heel vroeg in het voorjaar, vroeger dan de ‘Diabolo’. De blaadjes komen uit als de narcissen bloeien, en ze hebben precies dezelfde gele kleur.

In de loop van het seizoen worden de blaadjes dan wel wat groener. Deze laatste variëteit is alleen door stek te vermeerderen. In de meeste kwekerijen is de heester het ganse jaar door verkrijgbaar als containerplant. Wat houdt je nog tegen als je in de tuin nog een plaatsje vrij zou hebben?