Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 97
Jaar: 2011
Maand: November
Auteurs: Freddy Franck

Koelreuteria paniculata - Koelruit

40_1Enkele jaren geleden werd ik tijdens een verblijf in een partnerschool in Boedapest begeesterd door de mooie gele bloemen van een kleine laanboom. Tijdens een volgend bezoek waren de mooie gele bloemen veranderd in blaasachtige peulen met daarin zwarte zaden. Ik kon het niet nalaten enkele zaden mee te nemen en ze thuis te zaaien. Nu heb ik zelf een mooi exemplaar in de tuin staan die me steeds doet terugdenken aan mijn Hongaarse collega’s.

De wetenschappelijke naam van deze plant is Koelreuteria paniculata en hij behoort, net zoals de Acer en de Aesculus, tot de familie van de Sapindaceae (zeepboomfamilie). In het Nederlands wordt hij koelruit, blaasjesboom, gele zeepboom, lantarentjesboom of Chinese vernisboom genoemd.

Koelreuteria verwijst naar zijn ‘beschrijver’ Joseph Gottlieb Kölreuter. Een weinig bekende maar niettemin een zeer interessante figuur in de botanische geschiedenis. Paniculata is afgeleid van het Latijnse woord panicula, wat bloempluim betekent. De boom is afkomstig uit Noord-China, Japan en Korea.

Rond 1700 verschijnt hij in India en vandaar verspreidt hij zich vanwege zijn uitzonderlijke schoonheid onder de naam de ‘trots van India’ over Europa en Amerika. Hij groeit uit tot een meerstammige hoge struik. Hij kan solitair of in een plantsoen aangeplant worden. De struik krijgt na enkele jaren de vorm van een paraplu, maar door het fijne gebladerte kan nog voldoende licht doorsijpelen voor de onderbeplanting.

Hij is bestand tegen hete, droge zomers en koude winters. Enkel de jonge planten zijn gevoelig voor vorst. Ook kan hij moeilijk de volle wind verdragen. Hij heeft weinig last van plagen en ziekten. De bodem is best neutraal tot licht zuur.40_2 Deze eigenschappen maken hem geschikt om aangeplant te worden in een kleine beschutte tuin. De struik vraagt weinig of geen snoeiwerk.

Enkel het verwijderen van dood hout is aangewezen. Indien toch gesnoeid wordt, om er bijvoorbeeld een laanboom van te maken, is het aangewezen de snoeiwonden onmiddellijk te behandelen met een wondafdekmiddel. In de takken zit een sponsachtig merg. Bij verwonding zullen zich op het snijvlak koraalzwammen nestelen. Deze saprofyten leven op dood of verzwakt hout.

In het voorjaar verschijnen de grote dubbel geveerde bladeren. De jaarlijkse bloei is weelderig. De gele bloemen vormen grote tuilen in juli en augustus. De vruchtbeginsels ontwikkelen zich tot papierachtige, blaasachtige, rozebruine peulen. De groene bladeren kleuren in de herfst diep goudgeel tot oranje, waarna ze afvallen. Zo zie je dat de boom het hele jaar rond een mooie verschijning is. Als bijenplant is hij zeker aan te raden. De weelderige bloei heeft plaats in het midden van de zomer.

Op dat moment zijn zo goed als alle andere bomen uitgebloeid. In de Lexicon der Bienenkunde (Munchen, 1987) vinden we voor nectar een waarde van 3/5 en voor stuifmeel een waarde van 1/5. Naast de gezaaide vorm treffen we in de handel ook hybriden en variëteiten aan. Interessante variëteiten om als laanboom te kweken zijn de ‘Fastigiata’ en de ‘September’.