Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 101
Jaar: 2015
Maand: Maart
Auteur : Albert Vandijck

Klein hoefblad

Op een zonnige zuidkant kan het klein hoefblad al in januari gaan bloeien. Dan klinkt het raar als mensen je zeggen dat de eerste paardenbloemen reeds bloeien. Niet dat we iets tegen paardenbloemen hebben. Integendeel.2015 1 Als imkers zijn we er zelfs op gesteld. Maar het is nooit leuk om voor een ander aanzien te worden. Ook niet voor het klein hoefblad, dat tenslotte niet zomaar het eerste het beste gele bloempje van het jaar is. Eerst komt de bloeistengel en pas veel en veel later het eigenlijke hoefblad.

De eerste groei-energie wordt in de bloei gestoken. Als de bloem overvallen wordt door vorst, sneeuw of plensbuien, kromt hij de stengel tot vlak boven de grond, bloemetje op zijn kop, de gedoken houding van iemand in een hagelbui. De tere buis- en lintbloempjes kunnen zo niet beschadigd worden en dichter bij de grond is het warmer. Het is eigenlijk de truc met het stro.

Het lijkt op het eerste gezicht onmogelijk dat zo’n dun laagje stro de jonge bolplantjes enige bescherming biedt. Als het vriest, is de lucht koud en die lucht is overal, ook om en onder dat stro. Dat klopt als een bus. Maar dat stro is niet bedoeld om de kou buiten te houden, maar om de warmte binnen te houden. De warmte die de grond uitstraalt zou in de lucht verdwijnen, maar wordt door het laagje stro vlak boven de grond gehouden.

Als een heel bosje klein hoefbladbloemen een treurig stelletje lijkt, zijn die bloemen juist slim. De krans van buitenste bloemen bestaat uit heel smalle lintbloemen, die geen meeldraden en ook geen nectar hebben, maar wel een stamper. De bloemen, die het hart van het hoofdje vormen, zijn buisbloemen met alleen meeldraden. Ze scheiden nectar af. Als de zon maar even schijnt, richten ze hun bloemen op om ze goed te laten zien aan insecten. Vooral bijen, hommels en vliegen zijn vaste bezoekers van het klein hoefblad en zorgen voor de bestuiving (nectar- en pollenwaarde 3).

De wetenschappelijke naam Tussilago komt van het Latijnse tussis (kuchje). De plant wordt dan ook van oudsher tegen hoesten gebruikt vermits het veel vitamine C bevat. Vandaar dat sommigen van hoestblad in plaats van hoefblad spreken.

2015 2