Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 101
Jaar: 2015
Maand: September
Auteur : Albert Vandijck

Herfsttijloos

42 1

In imkermiddens durft men de herfsttijloos ook wel eens herfstkrokus noemen. Verwantschap met de echte krokus is er echter niet. Nederlanders noemen het een ‘bloot juffertje’ en Belgen een ‘blote madam’. Haar naam betekent de ‘tijloze’ ofwel tijdloze die in de herfst bloeit. Waarschijnlijk zijn bovengenoemde namen er gekomen door het feit dat de plant pas bloeit als het blad is afgestorven en er dan met haar ‘krokusbloemetjes’ nogal naakt uitziet.

Minder leuk is de wetenschap dat herfsttijloos boordevol gif zit. Uit de wortelknol wordt af en toe nog colchicine, een pijnstillend middel bereidt. De grens tussen de werkzame en giftige dosering is immers ontzettend klein. Blad, bol en vruchtjes – van deze inheemse plant – zijn het meest giftig van alle tijloossoorten.

Insecten

Honingbijen en hommels laten de plant echter niet links liggen en zorgen samen met andere insecten voor de bestuiving van de herfsttijloos, die bloeit tussen augustus en oktober. Uit iedere bol ontluiken één of meerdere bloemen. Deze zijn lichtroze en hebben een lange nauwe buis van één tot enkele decimeters lengte die zich bovenaan verwijdt en uitloopt in een zestal langwerpige bloemdekslippen.

De meeldraden staan in de hals van de trechter ingeplant. Door de bloemdekbuis lopen drie stijlen die elk in een haakvormig gekromde, paarse stempel uitlopen. De bloemen verschillen van krokussen doordat ze zes in plaats van drie meeldraden bevatten en doordat de stempels niet waaiervormig verbreedt zijn. Nectar wordt afgescheiden in door haren beschermde groeven aan de voet van de bloemdekbladeren. In het voorjaar verschijnen de imposante, donkergroene bladeren die een hoogte van twintig tot dertig centimeter kunnen bereiken.

Nectar- en stuifmeelwaarden: 3.