Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 102
Jaar: 2016
Maand: Juni
Auteur : Anton Van Der Beken

Wilde inheemse planten in de tuin

De planten die in de tuin groeien, bepalen voor een groot stuk de biodiversiteit die er te vinden is. Insecten als vlinders, kevers en bijen hebben één of meerdere planten als waardplant. Het betekent dat de insecten de delen van een welbepaalde plant nodig hebben om hun eitjes af te zetten, als groenvoer voor hun snel groeiende rupsen, voor nest of woongelegenheid of de bloemen benutten als nectar- of stuifmeelbron. Soms is een plant zo gespecialiseerd dat haar bestuiving afhangt van een specifiek insect, maar ook omgekeerd is dat insect niet te vinden zonder die plant in de buurt. Imkers gebruiken vaak de term 'drachtplant', wat betekent dat honingbijen er pollen of nectar kunnen vinden.

28 1

Tuinieren

De wilde planten in onze omgeving zijn vanwege hun vele relaties met insecten van levensbelang voor een natuurlijke biodiversiteit. Het is niet moeilijk om deze biodiversiteit in een tuin te fnuiken of kansen te geven. Om dit proces te begrijpen, moet de tuinier bereid zijn te observeren, te leren en de eigen ‘vooroordelen’ te herzien.

De meeste tuiniers onder ons hebben een verschillende visie op tuinieren. Deze visie kan heel modegevoelig zijn of louter functioneel. Tuiniers, die me vertellen dat ze enkel blauwe of rode bloemen in de tuin willen, creëren meestal enkel problemen voor zichzelf, want elke spontane bloei van een paardenbloem, boterbloem, madeliefje of klaver aanzien ze als een bedreiging van hun ideaal tuinbeeld.

28 2

Anderen beschouwen een rechthoekig gazon tussen betonplaten als een functionele open ruimte en een bijhorende wekelijkse maaibeurt als de noodzakelijke minimale tijdsinvestering.

Onkruid

Heel wat mensen beschouwen tuinieren als hun belangrijkste hobby. ‘Onkruid’ wieden hoort daarbij, maar is vaak het ‘lastigste’ en ‘minst plezante’ deel van de taak. De term ‘onkruid’ is echter heel variabel van inhoud. Onkruid is voor de meesten een verzamelnaam voor alle planten die niet werden aangeplant of gezaaid in de tuin. Voor deze tuiniers is onkruid een wilde plant die groeit op een plaats waar dat niet wenselijk is. Andere tuiniers zijn al wat toleranter en laten bijvoorbeeld paardenbloemen of klavers groeien in het gazon.

Mocht men de mening van vlinders, bijen of andere insecten kunnen vragen dan zou de tuin er totaal verschillend uitzien. Als mens kunnen we trouwens veel leren van spontaan gegroeide wilde planten. Ze vertellen je meer over hun specifieke groeiplaats. Zo zal je pinksterbloemen vaak terugvinden op vochtige, voedselrijke, meestal beschaduwde plaatsen. In tegenstelling tot muizenoortje dat groeit op droge, voedselarme, zonbeschenen grond.

Als we een keuze maken uit cultuurplanten, kijken we meestal naar het ‘mooie prentje’ zonder onze planten echt te kennen en te weten hoe en waar ze het beste groeien. Het is belangrijk dat we de juiste plant op de juiste plaats zetten en rekening houden met de onderlinge concurrentiekracht van tuinplanten.

Tuiniers, die kiezen om de spontane ontwikkeling van wilde planten een kans te geven, kunnen het ‘onkruid’ selectief wieden waar dat nodig is en rekening houden met deze concurrentie. Dat is een natuurlijk proces dat elke tuinier moet leren in de praktijk, want elke tuin is anders. Sommige wilde planten zoals brandnetel of braambes zijn in staat om de overhand te nemen, mochten we hun groei niet wat temperen, maar andere kunnen we zonder enig probleem laten groeien, al of niet in combinatie met cultuurplanten.

Natuurlijke tuin

Een natuurlijke tuin betekent niet dat je zomaar alles laat groeien. Neen, je zet de tuin enkel niet meer in een strak keurslijf, maar observeert en dirigeert de planten en de dieren met meer tolerantie tot een aanvaardbaar eindbeeld. Het uitgangspunt is geen gevecht, maar een begeleidend proces met compromissen.

Wat je als tuinier op weg kan helpen, is enig inzicht in de opeenvolgende stadia (successiestadia) van een climaxvegetatie (het natuurlijke eindresultaat). Zo zal je op een kale bodem in eerste instantie pioniersoorten als klaproos, herik, korenbloem en kamille krijgen. Wie die bloemen wil behouden, zal de bodem op regelmatige tijdstippen moeten blijven bewerken om in dit successiestadium te blijven.

Stukken naakte aarde in de tuin, die je tijdelijk niet gebruikt, kun je bijvoorbeeld inzaaien met een groenbemester als voer voor vlinders en bijen. Het beschermt bovendien de bodem tegen erosie: het wortelstelsel van deze planten verbetert de grond en de verteerde plantendelen verrijken hem met humus. Voor dit doel zijn heel wat bloemenmengsels te verkrijgen in de handel.

Bij nader inzicht blijken heel wat ‘onkruiden’ toch vrij interessante planten te zijn. Ik nodig u uit om kennis te maken met enkele van mijn zomerfavorieten. Ik heb ook voorjaarsfavorieten zoals speenkruid of klein hoefblad. Mijn favorietenlijst omvat enkele tientallen soorten. Het is een uitnodiging om verder te kijken dan ‘de tuinplant als kamerplant’, want de meeste ecologische verbanden merken we als mens meestal niet op.

Het is makkelijker om mensen te motiveren voor ecologisch tuinieren door uit te leggen dat de planten die in hun tuin staan en de manier waarop ze tuinieren een voorwaarde zijn voor het vogelleven in de tuin. Een groene specht, een vink, een huismus of een tjiftjaf zijn nu eenmaal makkelijker waar te nemen dan een avondpauwoog, laat staan een mineervlieg. Met insecten zijn die relaties nu eenmaal iets minder zichtbaar. Honingbijen, vlinders en hommels lenen zich daar wel toe, omdat ze meer in de media komen en beschikken over een hogere ‘aaibaarheidsfactor’.

De ontdekking van de ecologische relaties tussen insecten, vogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën is een uitdaging voor elke tuinier die verder wil gaan dan een oppervlakkige benadering met louter esthetische en modegevoelige of functionele parameters. Het is een uitnodiging om op ontdekking te gaan in de streekeigen biodiversiteit die veel rijker is dan we ons kunnen voorstellen.

Enkele waardplaten

Hierbij enkele waardplanten. Je kunt de lijst van insecten die een plant als waardplant gebruiken, verkrijgen bij:

anton.van.derbeken@telenet.be

1. Robertskruid (Geranium robertianum) uit de ooievaarsbekfamilie is een goede bodembedekker en een fantastisch mooie plant die als pioniersplant automatisch open ruimtes kan opvullen in borders. De kleine roze bloemen lokken veel insecten en het blad heeft een zeer opvallende rode kleur in de zomer en de herfst. Het is een pioniersplant die vanzelf kan verschijnen op steenslag langs paden, maar ook op stukken bewerkte grond.

28 3

De meeste tuiniers gebruiken graag diverse gekweekte geraniumsoorten in borders. Het is een welgekomen ‘wilde’ gast in mijn tuin tussen die siergeraniums. Bovendien is de plant zeer gemakkelijk te verwijderen op plaatsen waar je hem niet wenst, want hij heeft een zeer oppervlakkig wortelgestel. De klierachtige beharing beschut de plant tegen vraat door slakken. Je kunt haar hierdoor gebruiken als een natuurlijke buffer.

2. Harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum) uit de teunisbloemfamilie kun je laten groeien in een hoge border en ruigtes want de plant kan wel 2 meter hoog worden in rijke grond. Het is een statige plant die past tussen de struikrozen en andere hogere planten zoals bepaalde zonnehoeden, zonnebloemen en koninginnenkruid. Ik laat hem ook groeien tussen de brandnetels in de boomgaard zolang er geen vruchten moeten geplukt worden.

Voor de oogst van appels en peren maai ik de planten met de zeis om functionele redenen en voer het maaisel af maar tegen die tijd is de bloei voorbij. Bijen en hommels zijn verzot op de prachtige roze bloemen, want ze zijn een zeer goede bron van pollen en nectar. Ik vond er al enkele jaren na elkaar de prachtige olifantsrups, maar had nog nooit het genoegen om de nachtvlinder te ontdekken. Groot avondrood (Deilephila elpenor) is een prachtige, grote pijlstaart van meer dan 5 cm.

3. Zilverschoon (Potentilla anserina) uit de rozenfamilie is eveneens een bodembedekker en een pioniersplant. Je wilt de plant liever niet in de moestuin, want hij heeft ondergrondse worteluitlopers, maar hij hoort zeker thuis in een lage border. Zilverschoon heeft mooie, viltig behaarde bladeren en bloeit de hele zomer lang met gele bloemen.

28 4

4. Bosandoorn (Stachys sylvatica) uit de lipbloemenfamilie is een wilde bijenplant bij uitstek. Het is een middelhoge plant die heel mooi staat in borders en waarop je continu hommels, solitaire bijen en honingbijen kunt waarnemen.

5. De grote brandnetel (Urtica dioica), een ruigteplant uit de brandnetelfamilie, hoort in de tuin thuis op plaatsen waar je een paar maanden lang niet moet komen. Het is de ideale waardplant voor een 50-tal vlindersoorten die hem gebruiken om eitjes af te zetten. De rupsen doen zich tegoed aan de lekkere bladeren (van de jonge bladeren kun je trouwens ook smakelijke soep maken) en zitten bovendien in een beschermde omgeving want de brandnetelstruiken kunnen vrij dicht zijn.

Hij groeit vooral op stikstofrijke grond en is welkom in de boomgaard tot de pluk. Voor de pluk maai ik hem weg met de zeis op de plaatsen waar hij de doorgang hindert. Het is een plant waarover de meeste mensen zeer negatief denken, wellicht omdat ze er veel te weinig van afweten, maar zijn ecosysteemdiensten als waardplant zijn indrukwekkend. Er zijn veel redenen om de plant te waarderen. Het leven dat er een belangrijke voedselbron en nestplaats vindt, is buitengewoon divers.

6. Witte klaver (Trifolium repens) uit de vlinderbloemenfamilie heeft zijn plaats in de lage bloemborder als bodembedekker, maar ook in elk gazon. Wie nooit het gazon bemest, zal steeds meer klaver zien groeien want de plant houdt perfect stand in een stikstofarme omgeving en verdraagt bovendien het regelmatig maaien.

28 5

Zoals andere vlinderbloemigen leeft de plant in symbiose met wortelknobbelbacteriën, die de plant voorzien van de nodige stikstof. De klaver geeft hiervoor suikers terug aan de bacteriën. Als imker zie ik graag hommels en honingbijen foerageren in de bloemen. Het is een belangrijke stuifmeel- en nectarbron gedurende de hele zomer.

7. Moerasspirea (Filipendula ulmaria) uit de rozenfamilie doet het uitstekend als oeverplant of in natte ruigtes. Wie ooit de honingbijen zag floreren op de bloemen zal de plant zeker in het hart dragen. Op windstille zomeravonden is een wandeling langs de prachtige witte trossen van de moerasspirea een prettige, naar amandel geurende ervaring. Als je een vijvertje hebt, dan is dit vast een aanrader.

8. Koninginnenkruid (Eupatorium cannabinum) is een vaste plant uit de composietenfamilie voor elke hoge border en ruigtes. De plant kan meer dan anderhalve meter hoog worden en de bloemen vormen een rijke voedselbron voor tal van insecten, waaronder bijen, hommels, zweefvliegen en heel veel vlinders

28 7.

Waar de vlot herkenbare plant niet gewenst is, kun je ze wieden, maar volgroeide planten hebben een stevig wortelgestel en vragen de nodige ruimte.

9. Lange ereprijs (Veronica longifolia) behoort nu tot de weegbreefamilie, maar in veel flora’s vind je ze nog bij de helmkruidfamilie. Het is een prachtige vaste plant voor de middelhoge border, maar hij kaan deel uitmaken van graszones die slechts eenmaal gemaaid worden in het vroege voorjaar of in de late herfst. Hommels, honingbijen en tal van andere insecten vinden hier een rijke pollen- en nectarbron.

28 6

10. Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa) behoort tot de helmkruidfamilie. Het is een waard- en voedselplant voor heel wat vlinders, hommels, wespen en bijen. Zijn bloemen zijn klein maar wondermooi, de bladeren worden steevast aangevreten door tal van rupsensoorten.

11. Zeepkruid (Saponaria officinalis) is een plant uit de anjerfamilie met grote bloemrijke trossen. De plant groeit in het wild, meestal in zanderige bermen, maar ook in een rijke bodem is het een fabelachtige borderplant. Deze vaste plant is geschikt voor de middelhoge border, maar ook voor graszones die slechts eenmaal gemaaid worden in het vroege voorjaar of de late herfst.

Bronnen:

http://www.ecopedia.be/

http://www.bladmineerders.be/nl

http://www.imkerpedia.nl/wiki/index.php/Hoofdpagina