Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 102
Jaar: 2016
Maand: Oktober
Auteur : Antoine Combes

Photinia davidiana, glansmispel, de onbekende

Toen ik in 1975 in Gent kwam wonen, was het onmogelijk om mijn bijen te huisvestingen in onze nieuwe kleine tuin. Ik hoefde niet lang te zoeken naar een goed plaatsje, mijn nieuwe buren waren de paters Redemptoristen. Die beschikten over een groot, verwaarloosd, park van 3 ha dat ook nog per geluk aan mijn tuin paalde. Zonder aarzelen trok ik naar het klooster, samen met de abt kozen we een afgelegen plaats waar niemand zou worden lastig gevallen door mijn bijen. Onmiddellijk zag ik dat imker en bijen het er goed zouden hebben. Alles was er, wilgen, hazelaars, wilde appelaars, veldaak, tamme kastanje, paardenkastanje en linde in overvloed. In de nabijheid de oevers van de ringvaart en de Leie en ook nog de stadsparken. Een droom. En ja ieder jaar verheugden de bijen mij met volle honingzolders, ramen verzegeld van boven tot onderaan, de gewijde honing vloeide rijkelijk. Het waren 40 prachtige imkerjaren.

Photinia

Photinia, daar moeten we het eens over hebben. Wanneer ik naar de bijen ging kwam ik voorbij een struik die steeds mijn aandacht trok, toch in de maanden mei juni. Het aantal bijen dat ik daar telkens aantrof op de eerder kleine bloemen wekte steeds mijn bewondering, het was merkwaardig. Het is vergelijkbaar met wat je ook bij de Tetradium daniëli (nu Euvodia hupehensis) kan zien. Ik kon toen onmogelijk de struik identificeren en deed bijgevolg beroep op mijn vriend Dominique, een kenner, die zei onmiddellijk: ‘Dit is een Photinia.’ Dat het Photinia davidiana was vond ik later dank zij de literatuur.

41 1

41 2

Het geslacht Photinia behoort tot de grote familie van de Rosaceae, bijna alle planten uit die familie zijn trouwens goede drachtplanten. Het geslacht Photinia telt ongeveer 40 soorten, allen afkomstig uit Azië, de meest voorkomende is Photinia fraserii ‘Red Robin’ met de typische rode bladeren meestal in haagjes geplant.

Onze Photinia davidiana werd ontdekt door de Franse Jezuïet, le Pére David, in West China in 1869. De missionaris David was ook een zeer verdienstelijke botanist, hij gaf onder ander zijn naam aan de gekende zakdoekenboom, de Davidia involucrata. Pas in 1928 werd de Photinia davidiana in Europa geïntroduceerd door Georges Forest ook een heel vermaarde Engelse botanist.

Bacterievuur

Niettegenstaande deze plant heel wat te bieden heeft, bloei, prachtige herfstkleuren en mooi kleine roodoranje mispels, is ze nog steeds vrijwel onbekend en is ze dus ook bijna nooit aangeplant. Het heeft ook te maken met haar reputatie zeer gevoelig te zijn voor bacterievuur. (Meidoorn, vuurdoorn, cotoneaster en sommige perenvariëteiten zijn trouwens ook gevoelig voor deze kwaal.) Bacterievuur wordt veroorzaakt door de bacterie Erwina amylovora. Het zijn dan ook onze fruitkwekers die zeer wantrouwig zijn uit vrees dat de ganse boomgaard zou besmet worden.

Het zijn vooral de variëteiten die doorbloeien na de vruchtzetting zoals Clap’s favorite, Legipont en Bon Chrétien Williams en andere die heel gevoelig zijn. Het ziektebeeld bestaat uit het verwelken van de bloesems en de jonge scheuten. Het cambium kleurt zwart, er is maar een behandeling mogelijk: het wegsnijden van de aangetaste delen van de plant. In al de jaren dat ik de plant zag heb ik nooit iets gemerkt dat op deze zieke wees, wel op de meidoorn.

Bij een aanplant is waakzaamheid geboden, trouwens dit geldt voor vele Rosaceae, maar het mag geen reden zijn om deze groep op de zwarte lijst te plaatsen. Mag ik daar aan toevoegen dat in al die jaren mijn Photinia nooit enig symptoom van bacterievuur vertoonde.

Photia davidiana

Photia davidiana, ook nog Stranvaesia davidiana genoemd, is een sterk groeiende struik, de takken zijn recht opgaand, later buigen ze af door de vruchtzetting. De donkergroene bladeren zijn glanzend en lederachtig. De vorm van het blad is lancelotte of oblancelote, of anders gezegd eilansvormig tot lansvormig. Ph. davidiana bloeit in mei juni.

41 3

Er uitspruiten massa’s kleine wit crèmekleurige bloempjes van ongeveer 8 mm op samengestelde schermen van 5 of meer cm. De kleine mispelvormige vruchtjes hangen in trossen en zijn karmozijn rood gekleurd. In de herfst kleuren de oudere bladeren fel rood dit in contrast met de groene jongere bladeren.

Bekende selecties zijn ‘Fructuleteo’ de naam zegt het, met gele vruchten. ‘Palette’ een traag groeiende cultivar. ‘Prostrata’ een laag tegen de grond groeiende soort. ‘Salicifolia group’ of Stranvaesia davidiana variëteit Salicifolia (wilgenbladvormig) wordt het meest geplant wegens zijn kleinere compacte en aantrekkelijke vorm.

Andere soorten

Om af te sluiten wil ik u de kennis van de andere soorten niet ontnemen, zoals:

Ph. beauverdiana de grootste van de reeks, is eigenlijk een kleine aantrekkelijke boom uit China. De bloemen lijken sterk op die van de meidoorn. De vruchten zijn rood en de bladeren kleuren rijkelijk in de herfst.

Ph. x fraseri een kruising tussen Ph. glabra en Ph. serrulata, is evergreen, de bekendste selectie is: ‘Red Robin’. De jonge ontluikende bladeren zijn roodkoper kleurig later groen.

Ph. glabra, uit Japan en China bloeit in mei juni, rode vruchtjes. De jonge scheuten zijn bronskleurig.

Ph. prunifolia, gelijk sterk op Ph. glabra, de bloemen zijn groter.

Ph. seratifolia, komt voort uit China maar vooral uit Formosa het huidig Tawain. Zeer mooie groenblijvende struik, soms een kleine boom. Herkenbaar tegenover andere Photinia’s door zijn oblong vormige bladeren, vrij vertaald rechthoekig, en duidelijk getand. In de zomer zijn ze groen en lederachtig maar tijdens de groeiperiode zijn fel rood koper kleurig. De bloempjes verschijnen op grote samengestelde schermen in april en mei. In hete zomers kan de bloei spectaculair zijn. De vruchten zijn rood en lijken wat op de bessen van de meidoorn.

Ph. villosa maximowicziana, de laatste, ook de meest voorkomende en na Ph. davidiana en Ph. seratifolia de beste, is afkomstig van Japan, China en Korea. Dit is een eerder grote struik met een ronde afgevlakte kruin. Hij verliest zijn bladeren in de herfst, de bloemen lijken zeer sterk op de bloemen van de meidoorn, bloeit trouwens ook in mei. Kleurt bijzonder mooi in de herfst in rode oranje en gouden tinten. Op de Plantenruildag van 2014 in Moerzeke heb ik hopelijk enkele imkers gelukkig gemaakt met deze aanwinst.

41 4