Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 102
Jaar: 2016
Maand: oktober
Auteurs: dr. Pia Aumeier

Tellen, alsjeblieft*

Wil je twee imkers dezelfde mening horen verkondigen, dan moet je één van de twee doodslaan’, dat is de wanhopige noodkreet van menig beginnend imker. Maar je kunt ook zelf een oordeel vormen zonder doodslag, op een eenvoudiger en vreedzamer manier. Als je af en toe cijfermatig de maat neemt van je volken, weet je wat je moet doen. Om de sterkte van een volk te bepalen gaan wetenschappers tellen. Ook imkers kunnen de methode leren om met juiste gegevens aan de slag te gaan.

Wil je twee imkers dezelfde mening horen verkondigen, dan moet je één van de twee doodslaan’, dat is de wanhopige noodkreet van menig beginnend imker. Maar je kunt ook zelf een oordeel vormen zonder doodslag, op een eenvoudiger en vreedzamer manier. Als je af en toe cijfermatig de maat neemt van je volken, weet je wat je moet doen. Om de sterkte van een volk te bepalen gaan wetenschappers tellen. Ook imkers kunnen de methode leren om met juiste gegevens aan de slag te gaan.PIA1

De gebruikelijke methode
Niet alleen zien nieuwe imkers vaak door de bomen het bos niet meer, maar ook menig kritische routinier weet niet wie hij moet geloven: de ervaren imkerpeter, de geleerde professor en wetenschapper, of de auteur van het laatst gekochte imkerboek. Papier is geduldig, en zelfs veel ervaring is geen garantie tegen onwetendheid. Zo leren de meeste imkers door vallen en opstaan. Verkeerde raadgevingen worden betaald met dode volken.

Het alternatief: meten is weten
Hoe groot moet ik mijn aflegger maken? Is mijn volk sterk genoeg om te overwinteren? Is er voldoende voedsel? Wanneer en hoe zinvol voederen? Overwinteren mijn bijen beter, wanneer ik ze gedurende de winter warm houdt? Wie in het begin bereid is wat tijd te investeren in het meten van zijn volken volgens de schattingsmethode van Liebefeld kan bovenstaande en andere vragen precies beantwoorden. En vermijdt niet alleen tegenslagen, maar is immuun tegen museale imkerwijsheden.

Voor wetenschap en praktijk
Oorspronkelijk ontwikkeld in Zwitserland, geeft de schattingsmethode van Liebefeld inzicht in de biologie van bijen en de effectiviteit van imkeringrepen. Dat is nuttig voor wetenschappers, maar ook voor imkers. Wie telt kan bijvoorbeeld:
Met minimale investering gezonde broedafleggers maken. Slechts 4000 verzegelde broedcellen, enige cellen met open broed en 1000 opzittende bijen zijn hiervoor voldoende tot midden mei. Heb je tot hiertoe steeds voor de zekerheid een raam meer gegeven? Dat is niet meer nodig wanneer je het aantal bijen kunt tellen.
Inschatten wanneer het tijd is voor de volgende uitbreiding.
Bepalen of de volken meer dan 5000 bijen hebben en dus sterk genoeg zijn om te overwinteren.
Vaststellen of de volken voldoende voeder hebben.
Beweringen en theorieën uittesten op eigen stand. Geef bijvoorbeeld drie volken een koninginnenrooster en drie volken geen en meet de invloed van het rooster op de sterkte van de volken. Verbazend hoeveel beweringen zo kunnen ontmaskerd of bewezen worden.

Zo doen we het
Voor de eerste schatting gaan we op een mooie dag in april aan het werk. Deze tijd van het jaar zijn de slecht gehumeurde winterbijen vervangen door charmante jongeren, broed en bijen zijn in overzichtbare hoeveelheden aanwezig en er is geen gevaar voor roverij. Het ideale moment voor de imker om aan de slag te gaan.

1) Leg alles klaar: beroker, kastbeitel, borstel, uurwerk, papier en potlood, twee deksels en een lege romp.

2) Schat het aantal bijen buiten de kast. Ga daarom achter de volken staan en tel gedurende één minuut de binnenkomende bijen. Noteer het getal. Veertig terugkerende bijen per minuut betekent: 1000 bijen hebben buitendienst.

3) Neem het deksel van de kast af en leg het omgekeerd op de grond achter het volk. Open het volk met wat rook. Plaats de bovenste romp op het deksel. Plaats daar bovenop alle volgende rompen van het volk, steeds gescheiden door een folie of deksel. Zo wordt vermeden dat de koningin in de honingzolder loopt. De laatste romp wordt schuin op het deksel geplaatst zodat bijen die eventueel aan de onderlatten hangen niet worden gekwetst.

4) Plaats de klaarstaande lege romp op de bodem.

5) Neem het eerste randraam uit de rompenstapel. Schat het aantal bijen met behulp van het schattingsraam (zie foto), stoot de bijen af in de lege romp, schat de hoeveelheid broed, en hang het raam in de lege romp. Noteer de getallen. Herhaal hetzelfde met alle ramen.

6) Nadat de eerste romp leeg is, bekijk de binnenwanden ervan. Schat de hoeveelheid bijen op de binnenwanden en veeg ze af in het volk.

7) Plaats de lege romp op het reeds geschatte volksdeel en doe hetzelfde met de ramen van de volgende romp tot alle rompen zijn verwerkt. Het volk sluiten.

8) Alle getallen van bijen en broed optellen.

Nauwkeurig schatten

PIA2Tel niet de individuele bijen! Gebruik een schattingsraam. Een raam, met vier dikke gummibanden in ‘achtsten’ verdeeld, voor het te schatten raam houden als oriënteringshulp.
Op ieder dicht bezet ‘achtste’ van een zanderraam zitten 125 bijen, 400 werkster- of 230 darrenbroedcellen of 125 gram voeder. De waarden voor DN ramen, langstroth of dadant worden vermeld in de tabel.

Bijen schatten

  • Tel de achtsten die dicht met bijen bezet zijn op iedere raamzijde.
  • Bijen bewegen. Om te oefenen neem een raamvast volk en neem je tijd.
  • Zitten de bijen maar losjes. Veeg ze in gedachten bij elkaar.
  • Heb je veel rook gegeven? Dan storten de bijen zich op open voeder, steken hun kop in de cellen en worden een derde kleiner. Tel er daarom 30% bij.
  • Bij lage temperaturen zitten de bijen tot drie lagen boven elkaar. Reken een dergelijk achtste als drie achtsten.
  • Hangen de bijen in baard aan de ramen, vul daarmee een 500 gram honingglas. Tot de rand gevuld zijn dit 1000 bijen. Als alternatief kun je het schattingsraam voor de baard brengen om het aantal achtsten te schatten. Vermenigvuldig het aantal achtsten met het aantal lagen in de baard. Meestal zijn dat er drie tot vier.
  • Als men niet zeker is van de schattingen, kan van ieder lichtbezette raamzijde een foto genomen worden, zodat thuis op de computer in alle rust alles kan nageteld worden.

Broed en voeder schatten
Bijen afgeveegd? Nu nog de achtsten met broed en voeder bepalen. Bij grote broedvlakken is het eenvoudiger de broedvrije achtsten te tellen. Bij broed met gaten eerst de totale broedoppervlakte schatten en daarna de gaten aftrekken. Juiste waarden voor open broed worden enkel bekomen indien er voldoende licht is, wat eerder wordt aangetroffen in open lucht dan in een bijenhal.PIA3* Bovenstaand artikel is verschenen in Deutsches Bienen Journal van januari 2013 onder de titel ‘Durchzählen, bitte!’. Met dank aan dr. Pia Aumeier en de redactie van DBJ voor het verlenen van de toestemming het artikel te publiceren in het maandblad.