Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 94
Jaar: 2008
Maand: September
Auteurs: Pieter Van Nieuwenhuys

Bijen als vliegende apothekers  Deel - 1

Honingbijen zijn uitstekende bestuivers van aardbeibloemen en garanderen op die manier de excellente kwaliteit van onze aard­beien.

18_1

Honingbij op een aardbijbloem tijdens foerageervlucht
fig 1: Peter van Nieuwenhuyse

Honingbijen kunnen echter meer. Voor eenzelfde inspanning kunnen we ze inzetten bij de bescherming van de aardbeibloemen tegen de grauwe schimmel Botrytis cinerea die vruchtrot veroorzaakt.

Grijsrot, veroorzaakt door de grauwe schimmel Botrytis cinerea, is het belangrijkste vruchtrot bij aardbei en veroorzaakt oogstverliezen die meer dan de helft van de totale productie kunnen bedragen [1].

De aardbeisector is dan ook voortdurend op zoek naar doeltreffende strategieën om deze grauwe schimmel te bestrijden.

Tot op vandaag blijft chemische behandeling de belangrijkste bestrijdingsmethode: een herhaalde bespuiting van de bloemen met fungiciden vanaf het begin van de bloeiperiode.

De problematiek rond residu's op de vruchten en in het milieu stellen deze middelen in een slecht daglicht. Ook de lange wachttijd, i.e. de opgelegde tijd tussen de laatste behandeling en het plukken, vormt een probleem.

Door een grote selectiedruk wordt Botrytis bovendien makkelijk resistent tegen fungiciden. Omwille van deze redenen wordt chemische bestrijding in vraag gesteld en wordt gezocht naar meer doeltreffende en milieuvriendelijke bestrijdingsmiddelen.

Biologische bestrijding

Biologische bestrijding van ziektes komt de laatste decennia naar voor als een belovend alternatief voor chemische bestrijding. Het is een strategie waarbij het inoculum (zie Kader 1) van de pathogeen in zijn actief of inactief stadium door 1 of meer microbiële organismen of hun metabolieten gereduceerd wordt.

Deze microbiële organismen worden biologische bestrijdingsagenten of microbiële antagonisten genoemd. De uitdaging voor biologische bestrijding is het vinden of ontwikkelen van een antagonist die op het juiste moment en op de juiste plaats toegediend wordt waarna de pathogeen snel in bedwang gehouden kan worden. Kennis van de grijsrotlevenscyclus is hierbij onontbeerlijk (zie Kader 1).

18-2

Microbiële antagonisten

Talrijke antagonisten werden in het verleden gebruikt om Botrytis bij aardbei te bestrijden, hierbij steunend op verschillende werkingsmechanismen: antibioticumproductie, parasitisme, inleiden van resistentie, nichebezetting en competitie.

Competitie voor nutriënten is een heel belangrijke strategie voor de bestrijding van Botrytis, aangezien sporen van Botrytis nutriënten nodig hebben voor de kieming [4]. Een belangrijk verschil met een fungicidetoepassing is het tijdskader waarin de antagonist werkzaam is: een fungicide is effectief van zodra het toegepast wordt, maar verliest daarna gradueel aan effectiviteit.

Microbiële antagonisten daarentegen hebben een paar dagen nodig om een niveau te bereiken waarbij ze de pathogeen kunnen inhiberen waarna ze een toenemende effectiviteit vertonen in het voorkomen van een infectie [5]. Voorbeelden van dergelijke antagonisten zijn de schimmels Clonostachys rosea [6] en Ulocladium atrum [7,8], en de bacteriën Pantoea agglomerans [9] en Bacillus mycoides [10].

In het onderzoek werden de antagonistische schimmel Trichoderma harzianum en de bacterie Serratia plymuthica op hun antagonistische kwaliteiten getest, zowel in vivo als in vitro. Trichoderma bleek op voedingsplaten onder labo-omstandigheden via mycoparasitisme Botrytis volledig te overgroeien (Fig. 3).

18_3

 Ook Serratia reduceerde de groei van Botrytis, waarbij inhibitiezones gevormd werden (Fig. 4). Deze resultaten werden bevestigd in kleinschalige serreproeven waarbij de organismen in een wateroplossing op de aardbeiplan­ten gespoten werden (Fig. 5).

18_4
Fig 4: Vorming inhibitiezones (in) tussen Serratia en Botrytis na 4 dagen groei bij 24° C
18_5
Fig 5 : Procentueel aantal geïnfecteerde aardbijen naargelang behandeling in kleinschalige serreproef (C: niet-geïnfecteerde controle, B: geïnfecteerde controle, Ch: behandeling met fungiciden, T: spuitbehandeling met Trichomeda, S: spuitbehandeling met Serrata, 7: 7 dagen spuitinterval, 2: 2dagen spuitinterval).Balken aangeduid met een verschillende letter zijn statistisch verschillend met elkaar.

Spuitbehandelingen

Net als bij de chemische middelen werden antagonisten in waterige oplossing toegediend d.m.v. spuittoepassingen op de aardbeiplanten. Deze werkwijze heeft echter belangrijke nadelen.

Allereerst creëert men door het bevochtigen van de bloemen omstandigheden waarin Botrytis de kans heeft om zich te ontwikkelen [11].

Daarnaast is het technisch onmogelijk om iedere bloem te beschermen: tijdens bloei-pieken ontluiken dagelijks nieuwe bloemen zodat men in het ideale geval iedere dag op grote schaal zou moeten spuiten, precies omdat (jonge) bloemen gevoelig zijn voor infectie [12].

Bovendien zijn frequente spuittoepas­singen bij een oogstinterval van 2 tot 3 dagen moeilijk te coordineren en ongewenst omwille van economische redenen [13]. Het gevolg is dat veel bloemen de wekelijkse spuittoepassingen te laat of te vroeg krijgen om een effectieve bestrijding te bewerkstelligen [14].

Honingbijen kunnen deze technische problemen verhelpen: door hun groepsvlieggedrag kunnen ze grote aantallen bloemen aan om er droog poeder tijdens hun bestuiving achter te laten.