Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 96
Jaar: 2010
Maand: April
Vertaling en bewerking: Norbert Heeremans

Bestuiving van koolzaadvelden

Experiment

14_1Aan de zijkant van een koolzaadveld met een lengte van meer dan 500 meter, werden vier bijenvolken geplaatst, zodanig dat de bijen het koolzaadveld bevlogen vanuit één zijde. Het was de bedoeling uit te zoeken of in de nabijheid van de kasten een hogere zaadopbrengst kon geoogst worden, dan verder weg. De proeven werden telkens uitgevoerd op een afstand van 15 en 500 meter van de bijenstand.

Wat blijkt uit deze proef?

Als de bijen uitvliegen, gaan ze zo dicht mogelijk in de buurt van hun woning op zoek naar nectar en pollen. Dit vinden ze uiteraard overvloedig als het koolzaadveld in bloei staat. Wanneer hun honingblaas gevuld is en de stuifmeelklompjes voldoende groot zijn, vliegen ze naar hun kast terug waar ze de nectar en het stuifmeel afgeven om verder te worden verwerkt.

Vaststelling

Dit leidt tot een sterkere bevlieging in de directe omgeving van de kasten en dus tot een intensievere bevruchting van de koolzaadplanten vlakbij. De proef wees uit dat op 500 meter nog nauwelijks bijen werden geteld en dat de bevruchting er bijgevolg ook beduidend minder is.

Metingen

Bij het oogsten werden verdere proeven uitgevoerd. Het gedorste stro van de planten op 15 en 500 meter werd gewogen om een eventueel verschil in gewicht vast te stellen. Bij gelijk gewicht van het stro bleken de grondomstandigheden identiek dezelfde. Vervolgens werd gecontroleerd of de zaadopbrengst dichtbij de kasten groter was dan op een afstand van ongeveer 500 meter. Nabij de bijenvolken bleek dit 300 gram per m2 te zijn. Op 500 meter oogstte men nog slechts 200 gram per m2.

Concreet uitgerekend komt dit neer op een meeropbrengst van 1000 kg zaad per hectare. De bodemstructuur van het proefveld was te vergelijken met onze lichte kleibodem, die in normale omstandigheden twee ton zaad per hectare opbrengt.

Conclusie

Bij gelijke bodem, gelijke voeding en identieke besproeiing voor het hele veld, is deze bijkomend geoogste ton die ”33% van de oogst per hectare uitmaakt“ ecologisch geproduceerd en kan ze enkel toegeschreven worden aan de aanwezigheid en het werk van de bijen. Deze resultaten zijn zeker de moeite waard om mee te delen aan de landbouwers.

Vrij vertaald uit ‘Beien-Zeitung- Lëtzebuerger - März 2009’,
door Norbert Heeremans,
‘De Wilgentuin’,
Resschebeke 12, 9320
Erembodegem.

Foto: Dirk Desmadryl