Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 96
Jaar: 2010
Maand: Juni
Auteurs: Louis Eerselmans

Leggende werksters...en wat er mee aan te vangen 

Het probleem
Een bijenvolk kan door één of andere omstandigheid zijn koningin verliezen en er niet in slagen een nieuwe op te trekken. Dat kan aan de aandacht van de imker ontgaan zijn en wanneer die situatie enkele weken aanhoudt, zal er in dat volk geen koninginnenferomoon meer circuleren en al evenmin het feromoon van open broed. Daardoor zullen de eierstokken van sommige werksters gaan zwellen en die zullen beginnen met eitjes afzetten.

Omdat haar achterlijf niet lang genoeg is, kan de leggende werkster de bodem van de cel niet bereiken en zal ze haar eitjes afzetten tegen de celwanden. Ze is evenmin bekwaam om te detecteren dat er reeds een eitje aanwezig is in de cel en daardoor kunnen ook meerdere eitjes in één cel voorkomen. Het aantal leggende werksters varieert al naar gelang het seizoen, de omvang van het volk, de aanwezigheid van broed en de duur van de moerloosheid.

20_10_1 

Het is echter niet zo dat het verschijnsel zich zou beperken tot enkele individuen in het volk. Tot 90% van de werksters zijn na verloop van tijd bekwaam om eieren af te zetten. Ondertussen gaan ze gewoon door met de normaal te verrichten taken: cellen poetsen, larven voeden, en met het verzamelen van nectar en pollen.

Bultbroed
Omdat deze eitjes onbevrucht zijn, zullen er zich uitsluitend darren uit ontwikkelen, ook al zijn de eitjes in werkstercellen gedeponeerd. Doordat de inhoud van de werkstercel wel zeer eng uitvalt voor een zich ontwikkelende darrenlarve, ontstaan de koepelvormige celdeksels, die bij de imker bekend staan als bultbroed.

Precies dat broedbeeld is voor de imker hét signaal dat er wat mis gaat in die bijenkolonie. De gecombineerde feromonen van de leggende werksters en hun broed, misleiden het bijenvolk en wekken de indruk dat er nog steeds een koningin aanwezig is. Een leggende werkster scheidt uit haar Dufourklier een feromoon af dat sterk gelijkt op dat van een gepaarde koningin. En dat werkt de moergoede illusie bij het volk in de hand. Deze klier bevindt zich in het tipje van het abdomen.

Het is zelfs zo, dat sommige van die werksters een gedrag gaan ontwikkelen dat gelijkt op dat van de koningin; zo’n ‘dolle moer’ ofte ‘false queen - valse koningin’ wordt ook omringd door een hofstaat van verzorgsters. Uiterlijk valt het onderscheid met de andere werksters nauwelijks of helemaal niet op. Haar achterlijf is lichtjes meer gezwollen en heeft wat meer glans. Zij heeft ook de allures van een echte koningin die al de tijd bezig is met eieren leggen. Zijwandelt statig over het raatwerk, af en toe rustend, en zij verricht geen werkstertaken meer.

Misvattingen
Het is fout te veronderstellen dat een volk met leggende werksters op het juiste spoor kan teruggezet worden door zonder meer een gepaarde koningin in te voeren. Die poging is al bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Het darrenbroedige volk zal haar gewoonweg afsteken en buitenwerken. Het volk heeft immers het gevoel dat het nog over een koningin beschikt (zie hiervoor).

Men adviseert wel eens om de bultenaar uit te rij te nemen, hem een honderdtal meter ver weg te brengen en vervolgens alle ramen in het rondweg af te slaan. De jongere bijen zouden dan terug naar hun oude standplaats vliegen; daar heeft men een lege kast opgesteld met daarin een gepaarde koningin onder suikerslot.

De eierleggende werksters zouden niet meer in staat zijn om naar de oude kast terug te keren en ze zouden dus de nieuw ingevoerde koningin ook niet kunnen verontrusten. Deze stelling is achterhaald sinds is aangetoond dat ook leggende werksters gewoon doorgaan met verzamelactiviteiten en dat ze dus geen enkele moeite hebben om hun oude standplaats terug te vinden.

In het beste geval zouden alleen de ‘dolle moeren’ ofte ‘false queens’ achterblijven omdat deze inderdaad met een opgezwollen abdomen minder vliegbekwaam zouden zijn. Maar dan gaat het slechts om enkele individuen die achterblijven. Het gros van de leggende werksters verwelkomt de imker al in een pseudo-zwerm, wanneer hij met de afgeklopte kast terugkeert op de oude standplaats. Al zijn moeite zal vergeefs zijn geweest en de bijen zullen duidelijk laten merken dat ze weinig vreugde aan ‘de uitstap’ hebben beleefd.

Mogelijke oplossingen
1- Verenigen met een aflegger
De bovenste romp van de bultbroeder wordt volledig ontruimd: er komt een mooie aflegger in met een leggende moer en flink wat open broed met opzittende bijen. We vullen aan met stuifmeel- en honingraten. In de onderbak komen de bijen en de gekopte darrenraten van de bultenaar. Tussen de twee rompen een geperforeerde krant met enkele druppels alcohol, anijsessence of enkele stukjes van een thymolstrip.

Aan de snelheid waarmee de papiersnippers en darrenpoppen worden buitengedragen, kunnen we het enthousiasme meten waarmee het volk aan de slag gaat om een gezonde kolonie op te bouwen. Door de aanwezigheid van een leggende moer die haar feromonen doorheen het volk stuurt, en vooral door de aanwezigheid van open broed van de aflegger, gaan de eierstokken van de leggende werksters degenereren.
Zij zullen zowel door hun eigen zusters als door de werksters van de aflegger buitengedreven worden. De bultbroedcellen worden na reiniging en aanpassing, door de koningin met werksterbroed belegd.

2- Verenigen met een sterk buurvolk
Dat buurvolk moet wel in zeer goede doen zijn: jonge koningin, veel open broed, veel bijen, voorraadschuren goed gevuld. Het darrenbroedige volk wordt op één romp samengedrukt, het bultbroed gekopt, de romp afgedekt met een dubbele laag geperforeerd krantenpapier. Bovenop plaatsen we het sterke buurvolk. Deze combinatie schuiven we op, tot halfweg de plaats van de twee buren. Zo de sterke kast gemerkt was met een bepaald herkenningsteken, brengen we dat nu aan boven het vlieggat van de bultenaar.

De haalbijen van beide volken, moeten dus langs dezelfde toegang naar binnen. Aanvankelijk zal dat wel enige strubbelingen geven; maar naarmate de bijen van het moergoede volk zich doorheen de kranten hebben geknaagd, brengen zij de feromonen van broed en koningin naar de onderbak en daarmee ook rust en harmonie in de onderbak.
Wanneer een en ander ’s avonds na de vluchturen georganiseerd wordt, hebben de twee volken de nacht voor zich om langs wegen van geleidelijkheid kennis met elkaar te maken en orde op zaken te stellen.

3- Opruimen
Het zou fout zijn om zonder enige tussenkomst van de imker de bultbroeder gewoon te laten voortbestaan om aldus zijn lot zelf verder te bezegelen.
De werksterbezetting van die kast zal alsmaar kleiner worden en het uitgelopen darrenbroed kan geen enkele positieve bijdrage leveren tot een ordentelijk voorbestaan van die kolonie. Die kast is een dankbaar doelwit voor de rooftochten van de buurvolken. Ze zullen niet stoppen bij deze aantrekkelijke prooi en ook bij andere kasten op zoek gaan naar gemakkelijk gewin. Dat geeft vast een hoop trammelant op de bijenstand

Voor mieren, muizen, wespen en wasmotten is zo’n kast een brok gefundenes Fressen en een ideaal habitat om er zich voort te planten. Wanneer de imker de kool het sop niet meer waard acht om er nog tijd en energie aan te besteden, zit er inderdaad niets anders op, dan de bultbroeder definitief op te ruimen.