Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 94
Jaar: 2008
Maand: juli
Auteurs: Erwin Hoebrechts

Succesvol inwinteren

De laatste jaren neemt het belang van een goede inwintering toe. Na de oogst immers moet je als zorgzame imker alles in het kader plaatsen van het volgende oogstjaar. In die strategie is een goede uitwintering, en dus ook inwintering, van het allergrootste belang.

In een degelijke bedrijfsvoering heeft de imker vandaag meer werk aan, en impact op de inwintering dan pakweg 25 jaar geleden. Toen werden volken eng gezet, eventueel samengevoegd en tenslotte voorzien van een voldoende hoeveelheid suiker in de vorm van vloeibare voeding, meestal suikerwater in voldoende hoge concentratie. Een werkje van 14 dagen maximum.

Vandaag komt er meer om de hoek kijken. Met name de varroaparasiet in onze volken maakt dat we veel beter moeten opletten. Steeds meer studies wijzen erop dat deze parasiet drager is van virale infecties, die onze bijen ziek maken. Vooral de winterbijen zijn hieraan gevoelig; en wel om twee redenen:

• In de winter zitten onze kasten zonder broed. Alle varroamijten zitten dan op de bijen en voeden zich door een opening in de chitinelaag van het bijenlichaam te boren. Een direct gevolg is, dat virussen in de mijten nu ook in het bijenlichaam terechtkomen.

• Winterbijen leven aanzienlijk langer, wat maakt dat eventuele ziektesymptomen sterker tot uiting komen. Bovendien groeit een beschadigde chitinehuid niet dicht zoals onze menselijke huid dat doet. Winterbijen dragen deze etterende wonden dus mee tot aan hun dood.

Alhoewel er waarschijnlijk andere oorzaken zijn die aan de basis liggen van de zogenaamde verdwijnziekte die we de laatste jaren heviger dan ooit ervaren, is iedereen het er over eens dat virale infecties, overgebracht via varroamijten, belangrijke factoren zijn.

Een goede inwintering combineert dus het geven van bijenvoeding met een goede varroabehandeling. Cruciaal is om een bijenvolk zo varroa-arm mogelijk te maken voordat er winterbijen geboren worden. Varroamijten in de volken laten tieren tot in december en ze dan met een winterbehandeling doodmaken, helpt je van de mijten af, maar voor de gezondheid van de winterbijen is het nefast. De steeds warmer wordende najaren, waarschijnlijk te wijten aan de algemene opwarming, maken het er ons niet makkelijker op. Bijen gaan daardoor steeds later in het najaar broeden, en verbruiken aldus meer stuifmeel. Dat is geen probleem als er aanvoer van nieuw stuifmeel is; ook niet altijd evident in onze verarmde natuur. Langer broeden, maakt eveneens dat de mijtenpopulatie in het najaar sterker toeneemt.

Laat ons even een rekensommetje maken. Stel dat je 3000 mijten in je volk hebt op 1 augustus, dus na het slingeren. Als je dan met een middel behandelt dat 95% efficiëntie haalt, blijven er van die 3000 nog 120 over. Gedurende een warme september en oktober gaat dit aantal zich nog tweemaal verdubbelen; zo kom je eind september uit op 240 mijten en eind oktober op 480; wat een goede uitgangssituatie is voor je winterbijen en winterbehandeling. Het probleem is dat er voor een broedgoed volk niet veel behandelingen bestaan die 95% efficiëntie halen. Meestal haalt men 80% of 90%.

Gebruik je 80% als richtgetal, dan ziet ons rekensommetje er heel anders uit. De 3000 mijten op 1 augustus worden dan teruggebracht naar 600 mijten na behandeling; eind september heb je er dan weer 1200 en eind oktober 2400 ... eigenlijk bijna evenveel als vóór je behandeling: nefast voor de winterbijen.

Dus welk product je ook gebruikt, best is om twee behandelingen uit te voeren, omdat de gecombineerde efficiëntie van je behandelingen dan veel hoger is:

We vertrekken weer van een kolonie met 3000 mijten op 1 augustus, waarna een eerste behandeling volgt van 80% efficiëntie. 600 mijten overleven deze. Na deze behandeling volgt bvb het voeren gedurende 14 dagen. De mijtenpopulatie zal dan ongeveer aangegroeid zijn tot 900. De 80%-slachting die je daarna aanricht met je tweede behandeling reduceert deze tot 180. Je zit dan op meer dan 95% efficiëntie voor je gecombineerde behandeling. Op deze manier kan je dus wel met goed resultaat middelen inzetten die op het eerste gezicht een lage efficiëntie hebben.

Een succesvolle inwintering bestaat vandaag de dag dus best uit een dubbele varroabehandeling met daartussen een periode van voeren.

Voeren met vloeibare suikeroplossing (bvb 3 delen suiker op 1 deel water) heeft een aantal belangrijke nadelen.

Bij het indampen van deze suikeroplossing gaan de kasten massaal indampingswater vrijgeven dat qua geur voor alle kasten gelijk is. Het gevolg is dikwijls roverij. Massale roverij op een zwakke kast of aflegger is voor de imker goed vast te stellen.

'Stille roverij daarentegen is vrijwel onzichtbaar en maakt dat na het voeren van identieke hoeveelheden suiker, sommige kasten weinig in gewicht toegenomen zijn, terwijl de kast ernaast onevenredig zwaar geworden is. Roven uw bijen op een andere stand, dan brengen ze naast het voer wellicht ook varroamijten mee van bij de buren; sommige misschien met virussen die op uw stand tot dan toe nog niet voorkwamen ...

Het bereiden en toedienen van een suikeroplossing is redelijk arbeidsintensief. Vooreerst heb je de bereiding zelf; maar je moet ook voederbakken vullen. Dat kan alleen 's avonds; zodat de voederbakken leeg zijn tegen de tijd dat rovers de volgende ochtend op de loer liggen.

De twee nadelen, nl. aanzet tot roverij en arbeidsintensiteit kan je grotendeels wegwerken door met deeg in te winteren. Zelf doe ik het al een aantal jaren en ik ben er zeer tevreden over.

Hieronder mijn manier om in te winteren met deeg:

53 2_1

De dekplank van de kast wordt verwijderd en daarop wordt een koninginnenrooster aangebracht. Op de koninginnenrooster breng ik een halve blok St. -Ambrosiusdeeg (15 kg : 2 = 7,5 kg) aan, volledig ontdaan van de plastic verpakking. Over het geheel leg ik een plastic folie die tot over alle randen van de bijenkast reikt en hierover zet ik een hoogset.

Op deze manier sluit de folie de kast af, met het deegblok eronder. De koninginnenroostermazen zijn fijn genoeg om ervoor te zorgen dat het deeg niet tussen de raten wegsijpelt bij zeer warm weer. Dit kan een probleem zijn, vooral met zelfgemaakt deeg. De bijen gaan het blok op ongeveer 10 dagen verwerken; waarna je de andere helft kan aanbieden.

Vermits de waterconcentratie in deeg ongeveer deze van verzegeld voer (20% water) benadert, gaat er geen massale waterverdamping plaatsvinden en dus ook geen verlies van de individuele nestgeur van de kasten.

Tweemaal 2 minuten werk per kast maakt deze inwinteringsprocedure zeer aantrekkelijk voor de full-timewerkende ondergetekende. Misschien wil je in augustus ook nog eens op vakantie, en dat kan best met het 10 dagen-interludium dat deze methode je biedt.