Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 92
Jaar: 2006
Maand: maart
Auteurs: Louis Eerselmans

Volk omlogeren op eigen Raammaat

Wilde raammaten

In maart gaan de eerste bijenmarkten door. Goed uitgewinterde kolonies op kast of korf gaan dan vlot van de hand en menig beginnende imker haalde er zijn eerste bijenvolkje.

Vaak moest hij achteraf vaststellen dat de raammaat van de aangekochte kast niet overeenstemde met de maten van de kast(en) die hij zo zorgvuldig had aangemaakt. De verkoper had hem nochtans verzekerd dat het om een 'simplex'-maat ging en onze neofiet voerde die ook. Maar onze goedgelovige koper wist niet dat er ettelijke 'varianten' van die maat in de handel zijn, om nog niet te spreken van de zgn. 'wilde' simplexmaten  die door de individualistische imker zelf 'uitgevonden werden.

Wat ik hier van de simplex gezegd heb, kan net zo goed beweerd worden van de 'dadant'-, 'standaard'- en andere langstrothmaten. Natuurlijk stelt zich het probleem evenzeer, wanneer men op de markt een Kempense kast gekocht heeft, die moet overgehangen worden in bijv. een segebergermodel.

Riskante knoeiboel

In een dergelijk geval luidt het advies meestal dat we de ramen met de 'wilde' maat moeten uitsnijden. De uitgesneden raten zouden vervolgens moeten ingebonden worden in de lege ramen van het eigen kastformaat. Dat is een plakkerige bedoening, een knoeiboel van jewelste, een omslachtige klus die bovendien met veel steken gepaard gaat. Erg riskant bovendien, want indien de koningin verloren gaat bij al dat geklungel, dan is men eraan voor zijn moeite en zijn goeie geld.

Tijdens het verdere verloop van het seizoen, moet men erop bedacht zijn, om die verminkte raten naar buiten te werken.
Kortom: een bijenvolk overbrengen uit een oude kast met een vreemde raammaat, naar een eigen ordentelijke bijenwoning met gestandaardiseerde afmetingen, is geen lachertje! Zoiets kan men beter niet overlaten aan een hulpeloze beginneling, want hij zou van het bijenhouden wel eens meteen en voor altijd genoeg kunnen krijgen.

Te doen

Nochtans, het is best te doen - zelfs door een beginneling - om een bijenvolk op een elegante wijze om te logeren. We veronderstellen dan wel dat het aangekochte volk gezond is en dat er een dracht in het vooruitzicht is.

Om te beginnen doen we ... niets! D.w.z.: we geven het pas verworven volk zijn vaste plek op onze bijenstand. We laten de kast dicht en de bijen krijgen de gelegenheid om zich gedurende een week in te vliegen op de nieuwe standplaats. Bij ontbrekende dracht, geven we het volk een flinke plak voederdeeg boven op de toplatten.

Op een mooie vliegdag, schuiven we dat over te hangen volk een ruime kastbreedte opzij. Op die vrijgekomen plaats komt onze eigen kast waarin we onze jongste aanwinst willen huisvesten. We 'bemeubelen' de nieuwe woonst als volgt: in het midden twee mooie, lege opgewerkte broedraten; links en rechts daarvan telkens een stuifmeelraam, liefst met-honingkransen,-vervolgens-twee waswafels aan elke zijde en dan weer een voedselraam aan elke kant.

Het is best voorstelbaar dat een beginnende imker geen reserves heeft aan lege opgewerkte ramen of ramen met stuifmeel en verzegeld voer. Geen nood: in dat geval hangt hij in zijn nieuwe kast, zes waswafels, twee voederramen met een vette voederdeeg en twee sluitblokken.

Aan de slag

Uit het midden van de nieuw bemeubelde kast, lichten we drie ramen en stellen ze ter zijde. In de aldus ontstane ruimte stoten we één voor één de ramen af van ons aangekocht bijenvolk. Zorgvuldig vegen we met pluim of borstel elk raam schoon boven onze nieuwe kast om er zeker van te zijn dat de koningin bij haar volk terechtgekomen is.            

De schoongeveegde raten bergen we voorlopig in een doos of plastic bak. Ook de leeggeruimde kastromp vegen we zorgvuldig na. We hangen nu de drie ramen terug in het midden van de nieuwe kast en dekken de boel toe met een moerrooster. Is het oude meubel nog voorzien van een vaste, gesloten bodem, dan wrikken we die eraf.

Op het moerrooster komt een plaat in triplex of stijf karton met in het midden een gat van ca. 30 cm. De afmetingen van de plaat moeten groter zijn dan die van het moerrooster en die van de oude romp.

In deze oude romp hangen we de oude, afgeveegde ramen. Het geheel komt nu op de plaats met het gat te staan. Daardoor is het vrije verkeer verzekerd tussen de onderste romp met het bijenvolk en de bovenste romp met de broed- en voorraadraten, terwijl de koningin door het moerrooster beneden gehouden wordt. In de onderbak ontstaat stilaan een nieuw volk, bovenaan lopen nog jonge bijen uit.

34 2_1

Schematisch:
1- Nieuwe onderkast met zes waswafels, twee voederramen met voederdeeg en twee sluitblokken; een alternatief in de tekst.
2- Volledig afdichtend moerrooster.
3- Plaat (triplex of stijf karton) met gat van ca. 30 cm.
4- Oude kast zonder bodem met daarin de afgeveegde broed- en voorraadramen.

Controle

Na 21 dagen is het laatste broed in de bovenbak uitgelopen en kan de oude rommel opgeruimd worden. Op dat ogenblik heeft de koningin en haar volk al volop bezit genomen van haar nieuwe woonst en moet zij normalerwijze op een mooi uitgebouwd broednest tronen.

Geruime tijd voordien echter kunnen we alvast een eerste controle houden. Na tien dagen bijv. kunnen we in de onderbak nagaan of er broed in alle stadia aanwezig is en hoever de waswafels al uitgebouwd zijn. Bij die gelegenheid kan de ruimte aangepast worden door het weghalen van de sluitblokken of door een herschikking van de ramen of het inhangen van een nieuwe portie voederdeeg, al naargelang de omstandigheden het vereisen.

Licht uit de oude kast de inmiddels vrijgekomen ramen. Dan kunnen ze door de haalbijen niet gebruikt worden voor de opslag van nectar. Deze oude ramen zijn bestemd voor de wassmelter. Een meer ervaren imker zal aan de drukte aan het vlieggat al vlug gemerkt hebben of de koningin goed aan de leg is. Dat kan omwille van het rooster alleen maar gebeuren in de nieuwe onderbak.

Voorbereiding, halve werk

• Reserveer op de bijenstand voldoende vrije ruimte voor twee naast elkaar staande kasten; op een bepaald moment moet de nieuwe kast pal naast de oude kunnen staan.
• Voederramen in een gestan­daardiseerde raammaat zijn in de handel te koop. Voederdeeg uiteraard ook. Zorg er dus voor dat ze gevuld ter beschikking zijn en binnen handbereik.
• Een moerrooster in een kader dat aan weerzijden enkele mm ruimte laat, bevordert het vlot verkeer tussen de twee kasten.
• Het maakt niet uit hoe dik de tussenplaat is; ook het materiaal doet niet ter zake. Een plaat in piepschuim van 1 cm dikte voldoet eveneens. Het gat moet evenmin 
per se rond zijn; een vierkante opening is bovendien gemakkelijker uit te zagen, zeker als men voordien de plaat in gelijke helften heeft doorgezaagd.
• Vergeet die kartonnen doos of die plastic box niet, om de afgeveegde ramen voorlopig op te bergen tot die vaste bodem van de oude kast is verwijderd. Hamer en trektang zullen ook van pas komen; houd ze dus bij de hand.
• De rokende rookpot en de bloemenspuit met lauw water moeten binnen handbereik staan, om zonodig de bijen tot kalmte aan te manen; tenslotte weet je niet welk vlees je in de kuip hebt.
• Om diezelfde reden is het toch best om een kapruin en hand­schoenen aan te trekken voor je aan de werkzaamheden begint.
• Wacht niet langer dan strikt noodzakelijk (21 dagen) om de oude kast weg te nemen. Bij een goede dracht zouden de werksters ze als de honingzolder gaan beschouwen. En dat kan de bedoeling niet zijn. Beter is een tweede nieuwe kamer klaar te houden. Succes!