Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 93
Jaar: 2007
Maand: maart
Auteurs: Ghislain De Roeck

Even iets over Berokers

Keuze te over

41 1_1Berokers zijn er in overvloed. De beste echter zijn uitgerust met een beschermingsrooster tegen brandwonden en bevatten een uitneembare, geperforeerde brandkoker die het aansteken vergemakkelijkt.

Wie dit model niet heeft, kan zelf een brandkoker maken van een conservenblik. Het volstaat om onderin de bodem enkele gaatjes te boren. Idealiter past het blik exact in de koker, maar als ze iets kleiner is, geen nood, het lukt ook wel.

Op de duur zal het blik gaten vertonen, het is immers niet van inox. Het volstaat dan om het door een ander te vervangen. U zou natuurlijk ook een brandkoker kunnen kopen bij één van onze adverteerders.

Nog een belangrijke eigenschap van de beroker is zijn grootte. Die bepaalt immers mee de verbrandingsduur. Daarom zijn de kleine, handig lijkende 'zelfbero­kers' van het type 'Vulcan' en 'Elektrik eigenlijk enkel geschikt voor interventies van korte duur. Hoewel, een beetje kunnen we dat bijsturen door voor een traag werkende brandstof te kiezen.

Gebruik

Beukenschors is de beste brandstof. Dat is althans de mening van Pierre Polus in Abeilles de France. Niet enkel omdat ze langdurig brandt, maar ook omdat ze het minste teer achterlaat in de beroker. Als u een brandstof kiest, moet u altijd gaan voor een die langdurig werkt. Met bepaalde soorten brandstof valt de beroker teveel uit terwijl we aan het werk zijn. Dat is vervelend, maar dus vermijdbaar.

Zorg er echter voor dat het korte branden niet te wijten is aan een gebrek aan zuurstof in de beroker. Als u met de blaasbalg zuurstof toevoegt, activeert u de verbranding. Als u de beroker neerzet, moet hij lucht blijven bevatten om de verbranding te onderhouden. Daarom is er voldoende luchtcirculatie nodig tussen zijn in- en uitgang. Met gedroogde bladeren en kruiden loert uitdoven steeds om de hoek. Dat soort brandstof zakt immers gemakkelijk in elkaar en de verbranding ervan gaat snel.

Om een beroker lang te laten branden, moet er een voldoende hoeveelheid brandstof in kunnen, die bovendien lang brandt. Beukenschors is zoals gezegd prima en dat is ook zo voor eikenschors, maar die geeft meer roet. Een koker van 9,5 cm x 14 cm kan 120 g karton bevatten, bladeren en kruiden wegen nog minder. Eenzelfde hoeveelheid schors, weegt 300 g. Stukjes schors zijn erg compact en branden langzaam waardoor de beroker urenlang blijft functioneren. Is dat dan niet jammer als u maar voor even aan de slag moet? Geen nood! Een stop in de uitgang van de beroker als het werk aan de bijen gedaan is, brengt de verbranding tot stilstand.

Als u de beroker dan een volgende keer gebruikt, schudt u even stevig met de koker en de as van de vorige keer valt door de bodemgaten naar buiten. Wat overblijft, is houtskool die u erg gemakkelijk opnieuw aan het branden krijgt. Gebruik weinig rook! Een kleine rookstoot boven de kaders bij het openen van de kast en wat meer rook langsheen de kastwanden bij het sluiten, om geen bijen te verpletteren, moeten volstaan. Het werken in de kast vergt geen rook meer, integendeel, zonder rook zullen de bijen langer kalmer blijven.

Rook doet de bijen weliswaar even wijken, maar stoort hen wel en, vooral, het kalmeert hen niet. Geloof me, nog nooit heb ik een agressief volk met rook kunnen kalmeren! U wel? Waarom zou al dat beroken trouwens nuttig zijn? Een kader uit de kast halen stoort de bijen weinig. Observeer ze op de raat: u zult ze zien dansen en poetsen of het broed verzorgen. Misschien ziet u de koningin wel aan de leg! Een overdaad aan rook maakt al die waarnemingen onmogelijk.
Het beroken van de ingang van de kast om de bijen van uw komst 'te verwittigen' is volkomen zinloos. Klop even op de kast en ze zullen gewaarschuwd zijn als u dat expliciet wil. Noodzakelijk is het echter niet, want wat doen de waaksters denkt u?

Rook is schadelijk

We beschikken dus over goede en minder goede brandstoffen. Vanuit scheikundig oogpunt echter maakt het niet uit of we dennennaalden, boomschors, gedroogde grassen en dito bladeren of restjes jute verbranden. Het is evenveel van hetzelfde: cellulose, hemicellulose en lignine of houtstof maken het gros uit van alle planten op aarde.

Onder gelijke omstandigheden verbrand, produceren ze dezelfde afvalstoffen.
Maar wat gebeurt er eigenlijk in uw beroker? Van waar komt de rook en wat is rook eigenlijk? Nemen we hout als voorbeeld, dat kennen we allemaal. Wat gebeurt er als we hout verbranden?

Op school leerden we dat hout, bij complete verbranding, afbreekt tot zijn scheikundige basisstructuur: koolstof, waterstof en zuurstof, net als rottende bomen in het bos. Volledige verbranding echter is moeilijk te verwezenlijken, zeker niet in een beroker.

Zoals alle planten bevat hout:

• water - vers gekapt hout bestaat voor de helft uit water, hout dat een jaar of twee heeft liggen rusten, bevat veel minder water en ovendroog hout bevat nog 15% vocht.
• volatiele organische verbindingen - levende planten bevatten sap en, in hun cellen, zit een ruime verscheidenheid aan volatiele koolwaterstoffen. Cellulose, het hoofdbestanddeel van planten, is een koolhydraat, een suiker dus, in dit geval glucose. Een verbinding is volatiel als ze verdampt bij verhitting. Al deze verbindingen verbranden.
• as komt voornamelijk van de niet verbrandbare mineralen in de boomcellen, zoals calcium, kalium en magnesium.

41 2_1
Methaan, propaan, butaan, ... ! (foto G. De Roeck).

 

Volledige verbranding gebeurt pas aan temperaturen van meer dan 650°C. De temperatuur van vuur in houtkachels stijgt niet boven 480°C uit. Hierbij verbranden sommige vluchtige stoffen, maar de meeste komen in de lucht vrij als pollutie en rook.

De brandstof in berokers haalt deze temperatuur op verre na niet. Vanwege het vaak voorkomend tekort aan zuurstof in de koker spreken we overigens beter over 'smeulen' dan over verbranden.

Als we plantenmateriaal in een beroker verbranden, ondergaat dit materiaal een proces van thermische degradatie dat we 'pyrolyse' noemen. Dat materiaal breekt hierbij af in volatiele gassen en vaste koolstofachtige resten (houtskool). De cellulose en hemicellulose vergaan in volatiele stoffen en de lignine wordt houtskool.
Pyrolyse creëert heel complexe stoffen die bestaan uit verschillende fracties: een gasfractie (koolstofmonoxide, koolstofdioxide en vrije elementaire waterstoffen), een verdampingsfractie (water, aldehyden, zuren, ketonen en alcoholderivaten), een teerfractie (suikerresiduen uit de afbraak van cellulose, furanderivaten en carbolzuurverbindingen) en verder nog wat houtskoolachtig materiaal.

Deze scheikundige set van diverse verbindingen noemen we 'rook'. De exacte samenstelling hangt af van de temperatuur en de beschikbare zuurstof. Als u op twee verschillende dagen hetzelfde materiaal verbrandt, mag u er zeker van zijn dat uw beroker tweemaal een (licht) andere mix van verbindingen produceert.
Als er voldoende zuurstof voorhanden is en u slaagt erin om in uw beroker een hoge temperatuur te bereiken, verbrandt een kleine fractie van de volatiele stoffen. In  een houtkachel verbranden er uiteraard veel meer.
Daarom produceert een houtskachel veel minder rook dan uw beroker: de pyrolyseproducten oxideren er vollediger.

Als de temperatuur laag is, of als er onvoldoende zuurstof is voor de volledige verbranding van de vluchtige stoffen, spreken we over 'smeulen' en niet meer over verbranden. Dit smeulen is niets anders dan de emissie van niet-geoxideerde pyrolyseproducten.
Als de vluchtige stoffen verdampt zijn, verbrandt de overblijvende lignine of houtstof, in aanwezigheid van zuurstof, als een gloeiend vuur dat dunne blauwe rook geeft die overig weinig geschikt is voor uw doel.

Hout verbranden, onderwijst de leraar scheikunde, is 'een exothermische reactie' van zuurstof (0) en cellulose (C6H10O5), het belangrijkste bestanddeel van hout en het levert kooldioxide (CO2), stoom (H20) en warmte op, voegt hij daar aan toe. Was het maar zo eenvoudig! Vuur is als een kleinschalige petroleumraffinaderij of houtskoolfabriek: we hebben inderdaad te maken met koolwaterstoffen. Hoe meer kool en waterstoffen we verbinden door het vuur te laten smeulen, hoe meer complexe chemicaliën we verkrijgen.

Hierna volgt een lijstje van koolwaterstoffen, te beginnen met de eenvoudigste. Uw beroker kan ze allemaal produceren, maar zal er slechts een klein percentje van verbranden: methaan (CH4), ethaan (C2H6), propaan (C3H8), butaan (C4H10), pentaan (C5H12), hexaan (C6H14), heptaan (C7H16) en octaan (C8H18).

Telkens u de blaasbalg van uw beroker samendrukt, brengt u lucht naar de verbrandingskamer waar er lucht ontbreekt. Gevolg: een gedeeltelijke verbranding van een brede waaier chemicaliën. Dus, wat u ook in uw beroker stopt, de 'dikke, koele rook' die u beoogt, is niets anders dan een mix van oververhitte, giftige en kankerverwekkende chemicaliën die onmogelijk goed kunnen zijn voor u, uw bijen of uw honing ... Dat doet James Fischer in Bee Culture zeggen: 'Rustig aan met rook, het is een smerig goedje.'

Onderhoud

Intensief gebruikte berokers kuisen we best elk jaar, soms vlugger. Teer en propolisvlekken stapelen zich best niet eeuwig op. Opnieuw in Abeille de France adviseert Pierre Polus de teer te lijf te gaan met behulp van een gasbrandertje. De vlam verbrandt de teer en er blijft enkel as over die u met wat gekras kunt verwijderen, schrijft hij. Daar is Lee Sollenberger in American Bee Journal het alvast niet mee eens: 'Veel te gevaarlijk vanwege het risico dat de imker de giftige dampen inademt die hierbij ontstaan' is zijn mening en we begrijpen hem nu wel. Hoe dan ook, een beroker 'verdient' jaarlijks een grondige reinigingsbeurt.         

Daarvoor zijn volgens Sollenberger nodig: handschoenen, een beschermend gezichtsmasker, een bus teerreiniger, een bus thinner, een klein plamuurmes, een schuurspons, een schroevendraai­er, een emmertje, wat vodden, een pan om water te koken en een metalen draadborstel, ...

Als dit alles klaar staat, verloopt de procedure als volgt:

• een kom met water vullen en dit aan de kook brengen. Vergeet uw handschoenen niet aan te trekken.
• terwijl het water kookt, de beroker openen, de as eruit halen alsmede het metalen platformpje en, eventueel, de brandkoker. De blaasbalg met de schroevendraaier of moersleutel verwijderen.
• vanaf nu werken in de open lucht. Met schraper en metalen draadborstel zoveel mogelijk smurrie uit de beroker en het deksel verwijderen, dat verhoogt straks de doeltreffendheid van het product om teer te reinigen.
• de beroker in de emmer plaatsen en hem grondig met kokend water overspoelen. Daarna snel het water uit de emmer en de beroker verwijderen: hoe warmer de beroker, hoe beter de teerreiniger werkt.
• de beroker opnieuw in de lege emmer plaatsen en grondig de binnen- en buitenkant bespuiten met de teerreiniger. Het product zijn werk laten doen. Wacht de tijd die de producent vooropstelt.
• nu komt de blaasbalg aan de beurt. Draag nog steeds uw handschoenen en trek uw gezichtsmasker aan om de thinner veilig te kunnen gebruiken. Dat is immers een giftig product dat gemakkelijk in de huid dringt. Breng voorzichtig wat thinner aan op de wasachtige propolisvlekken. Laat even inwerken en schraap vervolgens de vlekken zo goed als mogelijk weg met het plamuurmes. Schoon alles op met een in thinner gedopte vod. Als deze klus geklaard is, is het tijd om de beroker opnieuw ter hand te nemen.
• schrob de beroker met de schuurspons om de laatste vlekken teer weg te werken, vooral de rand van het deksel en van de rookpot vereisen uw aandacht. Bewerk eventueel hardnekkige vlekken met de metalen draadborstel. Misschien moet u een paar van de vorige stappen overdoen. De warmte 'bruint het plaatijzer van de beroker. Om dit bij te sturen dompelt Pierre Polus hem in een warm bad waarin hij een scheut driebasische natriumfosfaat toevoegt. Misschien wilt u dat ook wel doen.
• Spoel de beroker en de blaasbalg af en laat ze langzaam drogen in de open lucht. Pas daarna alle stukken weer in elkaar.

 

41 3_1
Hoe goed is de verbranding in een dathepijp? Wat zijn daarvan de gevolgen voor onze gezondheid?(foto Marco Depauw).