Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 91
Jaar: 2005
Maand: juni
Auteurs: Frans Somers

Moerkooitje 

De handel biedt heel wat soorten kooitjes aan om een jonge moer in een volk in te voeren. Als ik het toch zelf waagde om zo een kooi in elkaar te steken, was dat eenvoudigweg omdat ik meende dat dit praktischer zou werken voor mij en mijn bijenvolkjes.

Elk jaar nieuwe moer

Ik wil de moer van een bijenvolk jaarlijks vernieuwen. Op het einde van haar 'seizoen' zit de moer normaal een laatste keer i neen arrestraam. Ze heeft er haar 'shift' op zitten en dus los ik haar af. In verschillende tijdschriften lees ik namelijk dat volken met een jonge moer veelal zwermtraag zijn. En elk seizoen ervaar ik die waarheid als een koe opnieuw! Ik vervang dus jaarlijks mijn 'afgeboterde' koninginnen: ze leggen namelijk eitjes als ik het wens, en ze moeten daarmee - gedeeltelijk - ophouden telkens ik hen in arrest zet. Na die dwangsessies hebben ze voor mij meer dan hun best gedaan en zo bezorg ik elk volk een jonge moer. Vandaar dat ik alle kooitjes jaarlijks in mijn volken nodig heb! 

Hoe?

Eens alle honing ingeschuurd is, telt de kolonie enkel nog zomerbijen. Deze oude bijen ontvangen het feromoon van de oude moer via haar hofhouding in het arrestraam en ze zorgen door de bedeling ervan voor eenheid in het nest. Als ik nu de moer met het arrestraam zonder de werksters wegneem, ontbreekt de bijen de mogelijkheid nergens nog een nieuwe redcel aan te trekken. Dat is wel degelijk het ideale moment om een nieuwe moer in te voeren.

Ik verwijder het laatste arrestraam als ik mijn bestelde carnicamoeren van de heer Neumüller uit Fürstenstein thuis ontvangen heb.

Daar het volk op dat ogenblik over geen enkele reddingkans beschikt, aanvaardt het elke moer die ik inbreng met open armen. Dat wil echter helemaal niet zeggen dat we gelijk welke moer zomaar in het nest kunnen 'gooien', hoe mooi of hoe lelijk ze ook moge wezen!

Pas op, de bijen hebben ook hun gevoelens en voorkeur! Het is al meermaals gebeurd, dat een kolonie een jonge moer enkele eitjes laat leggen en haar daarna buitenwipt. Op die verse eitjes trekken ze dan zwermcellen op. Uiteindelijk kiezen ze dus zelf hun moer.

Ik breng de moer in de kooi en sluit ze af met een stop. Zo blijft ze gedurende twee of drie dagen opgesloten onder het dekglas, zodat ik goed kan zien hoeveel werksters inmiddels tot de hofhouding toetraden. Die bijen voederen de jonge gepaarde moer die ik me heb aangeschaft. Ondertussen heb ik uit moerteelt zelf ook Fl-moeren geteeld. Deze werden in kleine afleggers geplaatst, zijn gepaard en aan de leg.

Veiligheid!

De jonge moer draagt in zich een feromoongeur die een beetje verschilt van die van haar voorganger. Het volk moet daarom wel degelijk de tijd krijgen om zich aan het nieuwe feromoon aan te passen!

Dat alle bijen een moer aanvaarden, is niet steeds vanzelfsprekend. In een volk waar de oude moer vertrokken is, gesneuveld of in de moerrooster vastgekneld en overleden, bouwen de bijen één of meerdere cellen uit tot moercellen. De dartele, ongepaarde 'vrouwtjes' die hieruit voortkomen, tonen zich niet zo gauw bij een controle. Vanaf het ogenblik dat we een nieuwe moer in de kooi tussen de ramen hangen, zal een nieuwe hofhouding deze jonge dame omringen, voeden en vertroetelen. Op het eerste gezicht lijkt alles voor iedereen in orde!

Als we deze moer via een suikerstop laten bevrijden door een deel van de werksters, terwijl andere werksters zich inlieten met een moertje uit een redcel, dan is het meestal de tweede moer die het pleit wint. De kolonie koos ze immers zelf.

Ook is de gepaarde moer minder lenig in haar bewegingen dan de jongere, niet gepaarde: ze verliest meestal het gevecht om het moederschap!

En, denk nooit, nooit, want dat is me ook al overkomen. De duurbetaalde moer vliegt naar de bijen hemel en de nepmoer zwaait de scepter!

Moer aanvaard!

In feite weet ik vlug of de bijen de moer zullen aannemen. Eerst leg ik ze in haar kooitje op de toplatten van de kast. Ik sluit deze af met afdekramen met enkel glas en wacht twee uur. Dan leg ik mijn hand op het dekglas, boven de plaats waar de moer in haar kooitje ligt. Voelt het glas warm aan, dan betekent dit dat ze aanvaard zal worden! Als ik zie dat de moer niet dood in haar kooitje ligt, is alles normaal: ze wordt gevoed en haar feromoon wordt opgelikt en rondgedeeld. De eenheid is pas dan een feit in dit volk. Ongeveer drie dagen na het invoeren, neem ik de kooi en draai de stop over een hoek van negentig graden. De doorgang vul ik met suikerdeeg. De bijen haasten zich de weg vrij te maken waardoor de koningin de kans krijgt in het nest te kruipen. De koningin bevrijden is een aangelegenheid, die ik aan de bijen overlaat. De moer met de handen vastnemen vooraleer het hele nest ze aanvaardde, kan voor haar pijnlijk uitvallen, zeker als de imker een invloedrijke geur bezit!

Daarom vul ik de doorgang volledig met voederdeeg. Wanneer volbreng ik deze karwei? Liefst 's namiddags van een mooie dag. De meeste haalsters vertoeven dan in het veld, zodat ik bij het openen van de kast maar weinig bijen verstoor. De volgende dag loopt de moer vrij rond en kan ze praktisch onmiddellijk aan de leg, de werksters wachten daar allang genoeg op. Voor het wegnemen van de lege moerkooi en een eerste controle, wacht ik twee weken. Dan is heel het nest aan het werk, de moer is volop aan de leg, dus tamelijk zwaar en het minst 'opvliegend'.

Op de eerste foto hierna ziet u de roestvrije, stalen kooi met de afsluitstop in open stand. Eerst laat ik de moer in de kooi kruipen. Daarna sluit ik deze af met het vierkante stukje plexiglas, zo gedraaid dat de moer niet kan ontsnappen, dat is met het plexiglas over negentig graden gedraaid (middelste foto). Na drie dagen draai ik het plexiglas en vul de ronde doorgang met suikerdeeg over de hele lengte (foto rechts). Daar er slechts één bij door het gangetje kan kruipen, duurt het even vooraleer heel de suikerstop verorberd is. Daaruit bestaat precies de veilige werking!

Grote kooi

Mijn invoerkooi is behoorlijk groot: 10 cm x 4 cm x 1 cm. Het is immers best de moer veel ruimte te geven opdat ze contact zou hebben met zoveel mogelijk huisbijen. Die likken haar feromoon af en verspreiden het onder de huisbijen die met het laatste arrestraam ook hun moer zagen afvoeren.

Ook de afmeting van de gaasopeningen is belangrijk: niet meer dan 2,5 mm x 2,5 mmo Kies nooit grotere openingen waardoor de werksters de moer zouden kunnen afmaken of verminken. Immers, als de moer hen niet bevalt, willen ze dat ze zich zo vlug mogelijk wegscheert!

Propolis

Een andere toepassing die het kooitje biedt, is het oogsten van propolis. De kooi zelf is gemaakt uit roestvrij staal. Goede propolishaalsters kitten de gaatjes ervan vaak dicht. Ook de afsluiting kleeft vol propolis na enkele dagen verblijf tussen of op de toplatten. Na recuperatie van de kooien, dompel ik ze in methyl- of ethylalcohol. Dat mag gerust gedenatureerde brandalcohol zijn. Met een fijne borstel poets ik alle kooien en berg ze droog op in een doos. Als dat gebeurd is, kan ik alle rompen, hoogsels en raampjes met deze biologische antibioticumoplossing schilderen. Dat is de beste materiaalontsmetting die men kan bedenken. Deze hygiënische bewerking zorgt er ook voor dat alle feromoongeuren verwijderd zijn als ik de kooitjes later opnieuw voor het invoeren van moeren nodig heb.

Ik gebruikte hier met opzet nooit het woord 'koningin', maar sprak steeds over de MOER. 'Koningin' is voor ons een zeer hoffelijke wijze van betiteling, maar binnen de Selectiewerkgroep werd er altijd over 'de moer' gesproken omdat zij het is, waarrond alle gebeuren in het nest draait. De moer voert het werk uit dat de werksters haar bevelen na hun voorbereidende activiteit!

f1
f2
f3