Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 94
Jaar: 2008
Maand: oktober
Auteurs: Willy Kestemont

Kasten wegen

Stel dat je steeds zou weten hoeveel het gewicht is van elk van je bijenkasten. Dan zou je, in de nazomer, zonder een kast te openen, ook weten welk volk voldoende57 1_1 wintervoorraad heeft en welk volk beter nog wat stroop bijkrijgt. Je zou het, in de zeer prille lente, ook te weten komen als er een volk stilletjesaan zijn laatste honingreserve aan het aanspreken is.

In het dracht- en zwermseizoen weet je dan, vóór je aan de zwermcontrole begint, welke volken er sinds je laatste bezoek ijverig nectar hebben binnengebracht en welke volken die bezigheid op een laag pitje hebben gezet en misschien broedcellen aan het verzorgen zijn. Als je steeds een duidelijk zicht zou hebben op het gewicht en de gewichtsevolutie van je volken, zou de verzorging van die volken mogelijk wat efficiënter en doelgerichter kunnen zijn.

Om aan die gewichtgegevens te komen volstaat het, om bijvoorbeeld telkens vóór je aan je bijen begint te werken, hun gewicht te meten en het te noteren in een tabelletje. Het hoeft je maar een half minuutje per kast te kosten, tenminste als je een handig weegtoestel hebt. Wat foto's, enkele afmetingen en een materiaallijst van mijn weegtoestel waarmee ik reeds jaren met veel voldoening werk, geven sommigen misschien wat inspiratie om er ook eentje te maken.

Wat heb je nodig:

  •  1 steunbalk van 5 X 5 X 150 cm lang
  •  1 hefbalk van 5 X 5 X 90 cm lang
  •  1 scharnier
  •  1 unster tot 50 kg.
  •  1 ketting van +/- 100 cm
  •  1 oogvijl, 1 sluitring, 1 ring, 1 haak

De optimale lengte van de steunbalk en de ketting is mogelijk iets langer of korter al naargelang je eigen lengte en de hoogte van de kastbodem t.o.v. de vloer.

Een unster vind je in mechanische en elektronische versies. Gezien kasten in het hoogseizoen soms naar de 100 kg kunnen gaan, ben je niet veel met een klassiek model dat maar tot 25 kg kan wegen.

Hoe maak je het: 

  • de steun- en hefbalk op maat zagen
  • de steunbalk bovenaan afschuinen
  • oogvijs stevig inschroeven op het einde van de hefbalk
  • ketting en unster monteren en een goede kettinglengte bepalen
  • ankerpunten voorzien aan de bijenkasten
    - precies in het midden van elke zijwand van de kast, op het laagst mogelijke punt een oogvijs stevig indraaien.
    - voor styroporkasten kan met bijvoorbeeld VOB elektriciteitsdraad een ankerpunt gemaakt worden (zie foto)

 Hoe gebruik je het:

 57 2_1Vooreerst de voet van de steunbalk stabiel naast de te wegen kast plaatsen en de kettinghaak in het kastverankeringspunt plaatsen.

Vervolgens met één hand de steunbalk verticaal vasthouden en met de andere hand de kast lichtjes optillen door de hefbalk helemaal op het uiteinde naar beneden te trekken.

Zelfs een kast van 80 kg gaat zonder veel moeite naar boven. Tot slot het gewicht op de unster aflezen, de waarde verdubbelen of beide helften wegen en de waarden optellen (dit is nodig als je een preciezer resultaat wil of als het volk zich niet in het midden van de kast bevindt).

Het bekomen gewicht onmiddellijk noteren op de kastkaart, in een tabelletje of in een computerprogrammaatje en we zijn klaar.

We kunnen niet verwachten dat deze meting het exact juiste kastgewicht weergeeft. Dit is57 2_2 echter niet nodig. We doen op onze bijenstand niet aan wetenschappelijk onderzoek.

Voor een courante imkerspraktijk is de meting zeker precies genoeg en is het belangrijker dat het vlot en snel kan gebeuren. Ik moet wel opmerken dat dit systeem enkel maar juist kan werken als je kastvoeten zich helemaal aan de zijkant van de kast bevinden. Hoe meer ze naar het centrum toe staan, hoe onjuister het resultaat.

Deze balans is ook een zeer goede hulp bij het inwinteren. Als je een kast hebt waarvan je bij nazicht vindt dat ze een ideale hoeveelheid wintervoorraad heeft, kan je ze wegen en dat gewicht als richtgewicht gebruiken voor al je kasten, tenminste voor al de kasten van hetzelfde type en met evenveel rompen.

Blijkt in de lente datje toch nog veel te gul bent geweest, kan je het richtgewicht naar beneden bijstellen. Als voorbeeld geef ik hieronder mijn richtgewichten. Deze zijn ideaal voor volken in Segebergerkasten, op mijn bijenstand en met mijn huidige manier van imkeren. Voor ieder van jullie kan een aanpassing nodig zijn.

Het opgegeven minimumgewicht in de lente is de waarde waarbij mijn alarmlichtje gaat branden. Is het nog maar begin maart, guur weer en komt een volk in de buurt van de minimumwaarde, dan kan het nodig zijn om wat met deeg bij te voederen.

 57 3_1

Succes!

Tekst en foto's: Willy Kestemont, Lennik, willy.mireille@scarlet.be