Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 96
Jaar: 2010
Maand: Juni
Auteurs: Norbert Nijs

Asymmetrisch vulblok

Uitbouw van raten

Bijen bouwen een raat zelden of nooit volledig vlak. Broedramen bijvoorbeeld vertonen altijd een verdikking ter hoogte van de voedselkrans. Maar ook de imkers dragen schuld wanneer zij de waswafels (= gewafelde wasplaten) onzorgvuldig insmelten in de raamkaders. Hoe nauwgezet men dat werkje trouwens ook uitvoert, de waswafels zullen nooit perfect in het midden van het raamkader zitten en altijd wat gebogen staan. Dat zijn onnauwkeurigheden die altijd hun weerslag hebben op de vorm van de uitgebouwde raat.

Daarbij komt nog dat de oneffenheid van het ene raam door de bijen overgebracht wordt naar het volgende raam, aangezien ze een vaste tussenruimte handhaven tussen de ramen. Op de plaats waar het ene raam een verdikking vertoont, zal de raat van het ernaast hangende raam dan ook naar binnen buigen en vice versa.

Tijdens de werkzaamheden in de bijenkasten dient men om die reden de ramen steeds op een beheerste wijze op te tillen en ze vooral in dezelfde volgorde en positie terug te plaatsen. Indien men dit veronachtzaamt, is de kans groot dat de raamvlakken tegen elkaar botsen of tegen elkaar wrijven, of dat er bij het van plaats of positie wisselen van de ramen op sommige plaatsen onvoldoende bijenruimte overblijft. Dit wekt niet alleen agressie op bij de bijen maar, wat erger is, houdt altijd het risico in dat de moer daarbij gekwetst raakt.

Gebruik van een vulblok

Het hierboven geschetste probleem kan grotendeels vermeden worden door in elke broedbak een van de kantramen te vervangen door een tot vulblok omgebouwd raam. Dat vulblok wordt dan bij elke kastcontrole het eerst uitgenomen en tijdelijk aan de kant gezet. Zodoende ontstaat er een vrije ruimte in de kast waardoor het aanpalende raam veel veiliger uitgenomen en teruggeplaatst kan worden. Bij het terugplaatsen laat men elk raam telkens een raampositie opschuiven: raam 2 gaat naar de kantpositie waar het vulblok hing, raam 3 gaat naar positie 2 enzovoort.

Het vulblok komt dan als laatste op de overblijvende vrije raampositie terecht en verhuist dus bij elke controle naar de overzijde van de broedbak. In theorie kan men ook zonder vulblok werken. Men neemt een kantraam uit en zet het tijdelijk in een hulpkastje om het na het opschuiven van de overige ramen aan de andere zijde van de kast weer in te brengen. In de praktijk geeft dit echter altijd problemen. Ofwel past het raatprofiel van het aan de kant gezette raam niet op de nieuwe positie, ofwel klemt op de oude positie het vervangende raam tegen de kastwand.

Asymmetrisch vulblok

Toch doet zich ook bij het gebruik van een symmetrisch vulblok als kantraam nog een probleem voor. De bijen bouwen de aanpalende raat inderdaad wel21_10_1 vlak uit – aangezien de bijen het vulblok als richtvlak zullen gebruiken – maar de raat zal te dik opgebouwd worden, wat men in imkersjargon ‘spekraat’ noemt.

Bij een kantraam is de ruimte (bijengang) aan de binnenkant (kant van de ramen) namelijk steeds dubbel zo breed als aan de buitenkant (kant van de kastwand). Het naast het vulblok hangende raam zal bijgevolg altijd tegen de kastwand klemmen wanneer het opschuift naar de kantpositie. De bijgevoegde schets toont de foute en de goede bouwwijze van een vulblok: de symmetrische en de asymmetrische bouw.

Bij een symmetrische bouw worden de zijkanten van het raamkader dichtgespijkerd met fineer of zet men de afsluitende triplexpanelen binnenin het raamkader. Bij een asymmetrische bouw komt aan de kant van de kastwand het afsluitende paneel binnenin het raamkader (of men gebruikt fineer), terwijl het er aan de kant van de ramen bovenop bevestigd wordt. Daardoor versmalt de dubbele bijengang met de dikte van het voor het afsluiten gebruikte triplex (ca. 5 mm) en wordt de dubbele bijengang teruggebracht tot een enkelvoudige bijengang. Dat voorkomt het bouwen van spekraat.

En tot slot, niet alleen bij kastcontrole is een vulblok handig, het bewijst ook zijn nut wanneer tijdelijk een bijkomend raam in de broedkamer gebracht moet worden, bijvoorbeeld een bouwraam of een teeltraam in het kader van moerteelt. Het vulblok wordt in dat geval gedurende de vereiste tijd uit de kast verwijderd.