Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkerbond
Jaargang: 96
Jaar: 2010
Maand: september
Auteurs: Norbert Nijs

Verlengstuk voor vangknijper

f1Een moer wordt meestal van de raat geplukt met behulp van een vangknijper. Dat gaat over het algemeen vrij vlot wanneer ze op een weinig bezet raam loopt, maar in een sterk ontwikkeld volk met druk bezette ramen is dat wat anders. Wanneer ze zich in paniek tussen een wirwar van bijen beweegt, is het absoluut geen sinecure om de knijper veilig over de moer te plaatsen. Men kan dan nooit uitsluiten dat ze onder of tussen de grijparmen terechtkomt en gekwetst raakt. Als het de bedoeling is om haar te elimineren, is dit niet echt een probleem, maar als ze nog een bestemming heeft, is het altijd een risicovolle onderneming. Op die wijze een koningin vangen die nog dienst moet doen, is verre van ideaal.

Het gaat veel veiliger en zelfs vlotter als men aan de vangknijper een los verlengstukje (zie tekening) toevoegt dat de grijparmen openhoudt zodat men de moer met een kippenveer erin kan vegen. Om knijper en verlengstukje te verbinden, plaatst men gewoon de grijparmen over de vleugeltjes van het verlengstuk. Ideaal is het wanneer het verlengstukje uit één stuk en uit fijn materiaal gemaakt wordt. Maar het gaat ook met twee stukjes raamlat – waaraan vleugeltjes gemaakt worden – en twee plaatjes triplex die tegen elkaar genageld, geniet of gelijmd worden. De vrije randen worden met een houtvijl iets schuin gezet en afgerond.

Voor het vegen gebruikt men bij voorkeur een slagpen uit de vleugel van een kip. Die is vrij stevig en men kan er de moer heel gericht mee van tussen de bijen halen. De met het verlengstukje uitgeruste knijper wordt met de ene hand onder de moer gehouden – zo dicht mogelijk tegen de raat maar zonder de bijen zelf te raken – terwijl de moer gelijktijdig met de andere hand met de veer van de raat geschept wordt en in het verlengstukje gelepeld. Voor ze zich goed realiseert wat er gebeurt, zit ze er in. Om te vermijden dat ze ontsnapt, houdt men de ingang van het verlengstukje afgedekt met de kippenveer en zet men er voor alle zekerheid zijn duim bovenop. In haar drang om te ontsnappen, zal de moer vanzelf de knijper inlopen die men dan snel van het verlengstuk afhaalt en sluit. Het werkt prima en houdt voor bijen en moer niet het minste risico in. Voorwaarde is wel dat men het raam waarop de koningin zit, op een staander (zie tekening) kan plaatsen zodat men beide handen kan gebruiken. Zowel de staander als het verlengstukje zijn gemakkelijk zelf te maken.

Deze werkwijze is ook heel geschikt om een moer uit een eenraamsbevruchtingskastje te halen. Men begint dan altijd met de beide glaswanden uit te nemen zodat de twee kanten van de raat bereikbaar zijn. Een jonge moer is namelijk heel kwiek, maar ook erg paniekerig. Ze zal onmiddellijk op de loop gaan wanneer ze belaagd wordt en zich naar de andere kant van de raat reppen. Het komt er dan op aan niet alleen snel te handelen, maar ook heel precies. Men mag ze zeker geen kans geven om de voederruimte of het naastgelegen vakje in te lopen. Indien dit toch gebeurt, dient men het kastje te sluiten en opnieuw te proberen zodra ze weer op de raat loopt.

Omdat jonge moeren wel eens durven opvliegen, doet men er goed aan ze met een plantenspuit lichtjes te besproeien zodra men ze in het vizier heeft. Bovendien kalmeert dat ook een beetje de bijen die haar omringen.

f2