Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 100
Jaar: 2014
Maand: November
Auteurs: Lode Devos

Ventilatie, temperatuur en vochtigheidsgraad in de ecobijenkast

Het is op zijn minst verwonderlijk dat de regeling van ventilatie, temperatuur en vocht niet meer aan bod komt in publicaties over bijen. In vorige artikels hebben we er al naar verwezen, maar dit is zo’n belangrijk gegeven dat we het hier apart willen behandelen. We weten nochtans allemaal dat elk bijenvolk heel veel energie investeert in het scheppen van het juiste binnenklimaat in hun kast. De vraag is of een gepaste regeling in elk kasttype even gemakkelijk gerealiseerd wordt. Er zijn een aantal goede argumenten die aantonen dat bijen het veel lastiger hebben in kasten met ramen en zeker als die kasten frequent geopend worden. Hoe komt het dat er zoveel imkers zijn die niet voldoende beseffen dat een moeilijk te organiseren binnenklimaat in de kasten een reeks problemen voor de bijen in de hand werkt? Laten we eens van wat dichterbij bekijken wat die regeling nu precies inhoudt, welke de voordelen kunnen zijn van een goedwerkende of de problemen van een slechtwerkende regeling.

Wat wordt er bedoeld met de regeling van ventilatie, temperatuur en vochtigheidsgraad in de bijenkast?

Met ventilatie wordt de luchtstroom bedoeld die de kast doorkruist en die niet alleen aan de bijen toelaat om de kast af te koelen of op te warmen, maar ook om de vochtigheidsgraad te doen stijgen of dalen. In kasten met een goed ventilatieconcept wordt het telkens bereiken van de gewenste temperatuur optimaal bevorderd. Vooral voor het broed, maar eigenlijk voor de gehele kast.

Tegelijk met het realiseren van een vochtigheidsgraad die beantwoordt aan de behoeften van de bijen. Het vlot kunnen beheersen van die luchtstroom doorheen de kast is dus cruciaal. Een luchtstroom kan alleen tot stand komen als er in- en uitlaat is. Bij de ecobijenkast is de vliegopening de enige luchtinlaat waarlangs verse lucht de kast binnenkomt.

De lucht die de kast verlaat doet dit via de openingen in het gepropoliseerd muggengaas, doorheen het isolatiekussen en tenslotte via de ventilatieopeningen in het dak.In een vorig artikel (2014, nr. 6) hebben we de werking van het muggengaas als ‘regulator’ uitgelegd.

Laat ons nog één keer benadrukken dat het DE BIJEN ZELF zijn die met het openen en sluiten van minuscule openingen in het muggengaas het verloop van de luchtstroom op subtiele wijze bepalen. Met deze luchtstroom hebben ze een bepalende factor in handen (of beter ‘in de vleugels’) die mee de temperatuur en vochtigheidsgraad bepaalt.

Voor zover wij weten is dit één van weinige (enige?) kasttypes waar de bijen een systeem ter beschikking krijgen waarmee ze zelf de ventilatie kunnen regelen naargelang hun behoefte. Daarbij is het belangrijk dat de samenstelling van het isolatiekussen de luchtstroom niet teveel afremt. Later meer hierover.

Regeling en controle door de bijen

Laten we eens van wat dichterbij bekijken hoe de bijen dit allemaal aanpakken in de ecobijenkast. Meteen leren we hoe wij als imker de bijen hierbij kunnen ondersteunen of … tegenwerken. Het met propolis afdichten van alle voegen tussen de onderdelen van de kast en van alle mazen in het muggengaas is één van de eerste jobs die de bijen aanpakken als ze in een ecobijenkast ondergebracht worden. Ook in het wild beginnen ze met dit afdichten. In een kast met ramen proberen ze dit ook maar hier wordt hun werk vaak teniet gedaan door te regelmatige controles en ingrepen.

48 1Op mogelijke nadelen door het te vaak openen van de kast komen we ook later terug. De kast is compleet afgedicht en lucht kan alleen binnen via de vliegopening. Meestal komt de lucht dan langzaam binnen en heeft volop de tijd om op te warmen vooraleer hij de kern van de kast bereikt. Hier moet de temperatuur meestal zo’n 36°C bedragen. Als de lucht alsnog te koud is of te snel binnenstroomt, kunnen de bijen dit in eerste instantie oplossen door met een beperkt aantal aan het vlieggat samen te klitten en het zo te verkleinen.

De zo verminderde luchtstroom kunnen ze gemakkelijker opwarmen. Als de lucht echter te warm is en de temperatuur in de kast te hoog dreigt op te lopen dan gaan de bijen de lucht sneller doen stromen doormet de vleugels te slaan en doorzeer gericht een aantal mazen in hetmuggengaas te openen waardoor degewenste verkoelende luchtstroomop gang komt. Zeer belangrijk is dat er in de ecobijenkast tussen twee raten telkens een afgesloten ruimte gevormd wordt (raten worden aan de zijkant van de kast vastgebouwd).

Hierdoor kan het binnenklimaat per gang geregeld worden door een kleiner aantal bijen. In een kast met ramen heeft men deze compartimentering niet. De lucht kan langs de zijkant van de ramen doorstromen waardoor het luchtvolume als één groot geheel moet beheerd worden. Voor deze karwei zijn er hierdoor veel meer bijen nodig. Zoals we weten is de regeling van de temperatuur rechtstreeks gelinkt met de vochtregeling. Straks gaan we hier verder op in.

Langdurige en nauwkeurige observatie heeft geleerd dat de bijen dit systeem zeer geregeld aanpassen en het binnenklimaat echt per gang regelen. Vaak gebeuren er ogenschijnlijk kleine aanpassingen (propolis aanbrengen of wegnemen) die echter veel effect hebben. Naast een rol als isolator en mederegelaar van temperatuur en vocht staat dit muggengaas ook in voor de ontsmetting in de kast. Het zo efficiënt gebruiken van de ontsmettende eigenschappen van propolis zagen wij alvast in geen ander kasttype. Sommige perioden sluiten de bijen het muggengaas volledig af met propolis. Soms drijven ze dan ook de luchtvochtigheid in de kast serieus de hoogte in.

48 2

De temperatuur is het hoogst bovenaan de kast. Vocht condenseert op de koelere laag propolis die op het gaas zit. Waarna fijne druppels, met daarin goed in water oplosbaar propolis, op de bijen in de gangen vallen. Een dergelijk douche organiseren de bijen om het volk te ontsmetten. Waardoor het in deze kast bijzonder moeilijk is voor ziektekiemen en parasieten om zich te ontwikkelen. Is dit niet gewoon geniaal? Hoewel het gepropoliseerde muggengaas voor de bijen maar één van de elementen is waarmee ze het klimaat in de kast sturen is het een ongelofelijke vondst die al in honderden kasten de wereld rond zijn nut bewezen heeft.

Kan of moet de imker dan nog tussenkomen in deze regeling?

Zoals gezegd is het relatieve aantal bijen dat zich moet inzetten voor de klimaatregeling in de ecobijenkast beduidend kleiner dan in een kast met ramen. Dit is een voordeel omdat er meer bijen beschikbaar zijn voor andere taken. Waaronder de aanmaak van honing. Bijen die het klimaat regelen moeten immers ook gevoed worden. Wat tot een hoger honingverbruik kan leiden. Wij gaan ervan uit dat we alles zoveel mogelijk door de bijen autonoom laten organiseren en regelen. Toch denken we dat er een paar zaken zijn die we kunnen doen om de taak van een bijenvolk, dat in een ecobijenkast leeft, wat te vergemakkelijken:

1. In extreme gevallen kunnen we de positie van de kast t.o.v. de vloer aanpassen.

• Normaal gezien bevinden de raten zich haaks op de vliegopening. In koudbouw dus. Meestal voldoet dit in streken met een gematigd klimaat zoals bij ons. De lucht kan via de vliegopening rechtstreeks in de gangen (de compartimenten) binnenstromen. Het is ook schitterend om te zien dat de bijen de vorm en oriëntering van de cellen onderaan de raten in het onderste hoogsel zo aanpassen dat de luchtstroom extra wordt afgeremd. Iets wat in kasten met ramen niet mogelijk is.

• Aangezien deze kast vierkant is kunnen we die gemakkelijk een kwartdraai draaien waardoor ze in warmbouw staat. De raten staan dan evenwijdig met de vliegopening. Dit wordt vaak toegepast in regio’s met een echt koud klimaat. Wij zouden voor warmbouw kunnen kiezen als de bijen het om een of andere reden extreem koud hebben. We pleiten zeker niet om een dergelijk aanpassing regelmatig toe te passen. Echt iets om te doen in abnormale omstandigheden, bijv. bij langdurige koude buiten de winterperiode. Goede observatie van de bijen en een grote dosis gezond verstand moeten ook hier onze leidraad zijn.

2. Aanpassen van gebruikt materiaal en dikte van het isolatiekussen.

Onze voorkeur gaat ongetwijfeld naar het concept van de ecobijenkast waarbij het isolatiekussen in een aparte module (zo’n 10 cm hoog) wordt ondergebracht. Heel veel natuurlijke materialen zoals gedroogde bladeren, vlas, houtkrullen, schapenwol enz., kunnen als vulling worden gebruikt. Al naargelang het seizoen en het weer kan zowel de dikte als het gebruikte materiaal worden aangepast. Zo is het bijv. bij warm weer extra belangrijk dat de lucht in de kast vlot doorheen het isolatiekussen kan stromen.

Als het zeer warm is kan zelfs tijdelijk alle vulling worden weggenomen om een maximale ventilatie via de door de bijen gemaakte openingen in het muggengaas mogelijk te maken. Er rest nog altijd het goed geïsoleerde dak om de zoninval te temperen.

Hoe moet de imker zeker niet tussenkomen?

Uiteraard zijn er al heel wat pogingen ondernomen om het oorspronkelijk concept van de ecobijenkast te verbeteren. Het zou bijzonder arrogant zijn om te denken dat er geen verbeteringen meer mogelijk zijn. Sommigen denken dat een varroarooster in de vloer van de kast alvast één verbetering is. Een op het eerste zicht geniale vondst die werd overgenomen van vele kasttypes met ramen. Het doel is uiteraard het elimineren van zoveel mogelijk varroa. Maar dit rooster zorgt voor een sterk verhoogde luchttoevoer in de kast.

Laat ons duidelijk zijn: Wij raden het gebruik van een open varroarooster in de vloer absoluut af. De te grote luchttoevoer bemoeilijkt nodeloos de regeling van ventilatie, temperatuur en vocht. Hoe vaak zien we niet dat de bijen het varroarooster proberen af te dichten met propolis. Waarom zouden ze dat doen? Sommigen monteren permanent een schuif onder het rooster. Hierdoor is er minder bijkomende luchttoevoer maar hiermee creëer je een ruimte die deel uitmaakt van de leefruimte in de kast maar waar de bijen geen toegang toe hebben.

Om alle taken (o.a. sanitair onderhoud) goed te kunnen doen moeten de bijen toegang hebben tot hun gehele leefruimte. Over onze aanpak van varroa hebben we het nog in een latere bijdrage. Sommigen hebben in de warré- of ecobijenkast ook volledige of halve ramen geïnstalleerd. Eerder in dit artikel gaven we al aan hoe belangrijk compartimentering is. Elke vorm van ramen sluit die compartimentering uit en daarom raden we ook deze‘verbetering’ ten zeerste af.

Laat ons tenslotte nog eens schematisch de ventilatie vergelijken tussen de ecobijenkast en de dadantblattkast als vertegenwoordiger van de moderne kasttypes.

De ecobijenkast

48 3Je kunt ervoor kiezen om het isolatiekussen vast in het dak in te bouwen, maar onze voorkeur gaat naar het model waar het isolatiekussen een aparte module is. Bij deze laatste optie kan de samenstelling en dikte van het isolatiemateriaal gemakkelijk ververst of aangepast worden. Maar op zich werken beiden even goed: de lucht komt binnen via de vliegopening en stijgt in de gecompartimenteerde gangen.

Stroomt dan eventueel via de door de bijen opengelaten mazen van het gepropoliseerde muggengaas doorheen het isolatiekussen om de kast via de ventilatiekamer in het dak de kast uit te stromen. De bijen bepalen de regeling geheel zelf.

Dadantblattbijenkast

In dit soort kasten is er strikt genomen geen luchtcirculatie met een in- en uitgang. De lucht komt onderaan de kast binnen via een (vaak te grote) vliegopening, de 48 4varroaschuif, het varroarooster, enz., en circuleert dan doorheen de gehele kast aangezien er geen compartimentering is. De opgewarmde lucht verzamelt zich bovenaan de kast waar hij tegen het kastdeksel stoot. Echt doorstromen kan de lucht niet. Bovendien is het volume van de gehele kast te groot want alle lucht moet als één geheel beheerd worden door het gebruik van de ramen. Heel dikwijls is de luchtinlaat dan nog sterk vergroot door een varroaschuif of -rooster. Met dit systeem beschikken de bijen niet over de mogelijkheid om ventilatie, temperatuur en vocht efficiënt te regelen.

Besluit

Het ontzettende belang van ventilatie, temperatuur- en vochtregeling kan nooit genoeg onderstreept worden. Door hoeveel imkers wordt dit voldoende in rekening gebracht? Massa’s bijenvolkeren bewijzen het ongelofelijk aanpassingsvermogen van de bijen door stand te houden in kasttypes die aan de basis een minder goed of ronduit slecht ventilatiesysteem hebben. Daarbij is één van de grote problemen dat er zich door een slechte regeling hiervan niet meteen ernstig negatieve gevolgen manifesteren.

Maar een bijenvolk wordt hierdoor wel verzwakt of ondermijnd op langere termijn. Onder andere door in de kast teveel bijen met nodeloze taken te vermoeien tasten we de weerstand van een volk aan. We hopen dat dit ons allen mag aanzetten om hierover grondig na te denken. Niet de bijen maar wijzelf kiezen immers voor bepaalde handelingen, kasttypes, enz.