Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 101
Jaar: 2015
Maand: december
Auteurs: dr. Pia Aumeier

Eenvoudig geniaal, geniaal eenvoudig*

Wij imkers zijn knutselaars. Dat wordt bewezen door onze kastbodems. Maar minder is dikwijls meer.

Fig2
Een eenvoudige bodem maakt het werk lichter.


De gebruikelijke methode
Voor bijen speelt hoogte en inrichting van hun kelderverdieping geen rol. Voor imkers wel. Dikwijls ziet de bodem er laag en gesloten uit, "zodat het op niets trekt", volgens de kieskeurige imker. Sommige bodems zijn tot 30 cm hoog om schuiven, draaihoutjes en insteekplaten plaats te geven. Langs de voorzijde kan de vliegplank bevestigd worden en een vlieggatspie of rooster ingeschoven. Langs achter een klep zodat afstandsrooster , varroaplank of voederbak kan worden ingebracht. Om bij zoveel ruimte wildbouw te vermijden moet nog aan een bouwversperring worden gedacht.
Aan nieuwe imkers wordt aanbevolen twee bodems per kast te voorzien: een hoge bodem voor laatzomer en winter en een lage voor lente en zomer tegen wildbouw. In het voorjaar is een wisseling van bodem zonder meer nodig, omdat bijen niet in staat worden geacht dode winterbijen zelf op te ruimen.

Het alternatief
Een bijenvolk heeft voldoende aan een enkele bodem, voor zover het de juiste is. Deze is zo eenvoudig mogelijk: een houten raam, met inox rooster en mazen van twee tot drie millimeter. Hoe groter de oppervlakte van het rooster, des te nauwkeuriger is de afvaldiagnose en des te beter de verluchting, waardoor schimmelvorming wordt verminderd.
Het contact met de ondergrond via twee smalle balkjes uit hardhout of plastic. De geringe contactoppervlakte zorgt ervoor dat het hout snel droogt, zodat een bodem het tot 15 jaar zonder schilderen kan uithouden. Bovendien kunnen reisriemen gemakkelijk worden aangebracht en verschoven wanneer de bodem slechts langs twee overliggende zijden de grond raakt.
Langs de voorzijde heeft de bodem een grote vliegopening , die bij jonge volken wordt verkleind met schuimkunststof en met muizenrooster en 5 punaises winterbestendig wordt gemaakt.
Langs de binnenzijde aangebrachte stijgmiddelen, aanvliegplankjes, deurtjes en schuiven zijn niet voorzien, evenals metalen grendels of insteekkleppen voor afsluiten van de vliegopening. Kleine onderdelen zoals vlieggatspieën passen perfect in nieuwe bodems, maar trekken krom door vochtigheid en vragen voortdurend onderhoud. Complexe constructies belemmeren de imker bij reizen en reiniging.
Langs achter kan onder het rooster een plastic schuif met rand goed passend worden ingeschoven. Deze schuif wordt slechts aangebracht voor afvaldiagnose en varroabehandeling met mierenzuur. Anders is de bodem steeds open.

Fig1
Bodems mer veel toeters en bellen zijn omslachtig.
Fig3
De bijen houden gemakkelijk contact met het vlieggat.



Geen bodemwisseling nodig
Een roosterbodem moet niet omgewisseld worden. Ook een bouwversperring is overbodig, omdat wildbouw niet wordt bepaald door de hoogte van de bodem maar door een foutieve bedrijfsmethode.
De afstand tussen rooster en sponningvrije rand is 6 centimeter. Dat is hoog genoeg om in de winter, ook in dik ingesneeuwde volken, voldoende luchtcirculatie te hebben tegen verstikken en beschimmelen. Het is ook voldoende om dode bijen in de winter bij grote volken op te vangen, zodat deze snel uitdrogen. De dode bijen kunnen in het voorjaar door de bijen zelf via de grote vliegopening verwijderd worden.
Gedurende het reizen hebben de bijen voldoende plaats om een tros te vormen. Het grote rooster en de afstand tussen rooster en kofferbodem verzekeren de volken tegen verbruisen, en dit zonder reisrooster, verluchtingsdeksel of lege romp.
Bovendien is een dergelijke bodem geschikt om een sterk pleegvolk in een enkele romp onder te brengen. Volken die eng zitten zijn belangrijk voor succesvolle koninginnenkweek.
Langs de andere kant is de bodem voldoende laag om zeker te zijn dat het rooster door de bijen zuiver en doorlatend wordt gehouden. Ook het opruimen van dode bijen in het voorjaar kan vlot worden uitgevoerd. Zelfs een één-raam-aflegger, die in één romp wordt geplaatst, kan het contact met de vliegopening behouden en bewaken.

*Bovenstaand artikel is verschenen in Deutsches Bienen Journal 12/2012. Met dank aan Pia Aumeier en de redactie van DBJ voor het verlenen van de toestemming het artikel te publiceren in het maandblad.

Een bouwplan van bovenstaande roosterbodem kunt u vinden op https://www.uni-hohenheim.de/fileadmin/einrichtungen/bienenkunde/Downloads/Imker/einfachbeute.pdf