Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 102
Jaar: 2016
Maand: Jan-Febr
Auteur : Guido Sweervaegher

De multibodem SG

Techniek zit me reeds meer dan een halve eeuw in het bloed, neem daarbij nog een veertigjarige hobby als imker, dan kan het bijna niet anders dat hieruit een combinatie ontstaat van IMKER en TECHNIEK. Noem het maar ‘imkerentechniek’.

6 1

Klein begonnen

Wat klein begonnen is, is uitgegroeid tot een sterk doorgedreven imkeren. Nieuwsgierig naar steeds nieuwe technieken en toepassingen in het imkeren resulteerde in een arsenaal van materiaal, zoals: starters, koninginnenteeltmateriaal, drie-, vier-, vijf-, zes-, zeven-, acht-, tien- tot elf-ramers, kastverwarming, zonnewassmelter, grote voederbakken met vlotter, broedstoof, arrestteeltraam, kastverwarming …

Maak je geen illusies: ik heb nu wel alles meegemaakt als imker, zelfs na veertig jaar doorgedreven imkeren kom ik soms nog voor verrassingen te staan. Die nieuwe ervaringen maken het bijenhouden zo boeiend en uitdagend.

Na een achttal jaren met diverse tweedehands kasttypen gewerkt te hebben zoals: simplex, dadant blatt, deblaere en nog ergens een niet gangbare bijenkast, had ik nood aan eenvormigheid. De keuze was vlug gemaakt nl. de simplexkast (460 mm x 460 mm) met raamafmetingen 360 mm x 218 mm en losse bodem, naar mijn oordeel voor dit landsdeel de meest toepasbare bijenkast.

Na een eerste generatie bijenkasten met losse en hellende varroabodem volgde een tweede generatie met iets hogere bodem.

Tijdens vakanties in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk bemerkte ik dat daar vaak gebruik gemaakt werd van verhoogde bodems met aan de voorzijde van de bijenkast een luifel ter bescherming tegen zon, wind en regen. De tijd ontbrak mij echter om ideeën in plannen om te zetten. Uiteindelijk ontstond vorig jaar na heel wat studie een eigen ontwerp en werd de realisatie van een derde generatie een feit.

Met succes werd deze bodem door imker én bijen goedgekeurd en draagt de naam MULTIBODEM SG. Laten we eens die bodem in een aantal stappen bekijken.

Beoogd doel

6 26 36 4

  • Door gebruik te maken van een verhoogde bodem voorziet men een vrije bijenruimte onder de broedbak.
  • Vrije ruimte onder de ramen van de broedbak heeft: een betere controle op de ontwikkeling van een volk, eenvoudiger ingrepen, een goede verluchting, minder schimmelvorming, gemakkelijkere varroabestrijding, betere hygiëne, …
  • Door die verhoogde bodem kan het bijenvolk onder de broedramen samentrossen en voorziet tevens een vrije bouwruimte onder de ramen.
  • Kostenbesparend door het feit dat slechts één broedromp en één of twee honingrompen volstaan.
  • Het opzetten van een (kunst)zwerm via de verhoogde bodem.
  • Eén koninginnenrooster volstaat, dit in tegenstelling tot het plaatsen van een broedromp tussen twee koninginnenroosters.
  • In de aangebouwde luifel zijn meerdere functies als vliegopening mogelijk.

Multifunctioneel

6 56 5a

  • Bij buitenopstelling biedt de vastaangebouwde luifel de aanvliegende bijen een betere bescherming tegen wind, regen, sneeuw en invallende zonnestralen.
  • De vliegopening kan probleemloos in verschillende toepassingsmogelijkheden omgevormd worden en dit zonder het openen van de kast.
  • Via het achterluik kan de imker meerdere handelingen uitvoeren o.a. het reinigen van de bodem, controle van de bijentros en eventueel onderaan toedienen van voeder.
  • De geïntegreerde bouwsperre en stuifmeelval zijn eenvoudig te plaatsen.

Voordelen op een rij

6 6

 

  • Het achterluik biedt de mogelijkheid eenvoudig wildbouwcontrole na te gaan.
  • Na het openen van het achterluik kunnen op een niet storende wijze de afgestorven winterbijen verwijderd worden zonder de bijenkast te openen.
  • De demonteerbare vliegplank vergemakkelijkt het aanvliegen. Door gebruik te maken van verschillende kleuren vermindert men het vervliegen van de bijen.
  • Een bouwsperre kan via het achterluik ingeschoven worden zonder het openen van de kast. Het storen van de bijen wordt hierdoor tot een minimum herleid.
  • De mogelijkheid bestaat om via het achterluik een ingebouwde stuifmeelval te plaatsen.
  • Via het achterluik van de bodem kan men boven het varroarooster een controledoek plaatsen tijdens de varroabehandeling.
  • Door de verhoogde bodem gebruiken de af- en aanvliegende bijen de binnenwand van de kast om tot de bijentros te komen en zo lopen ze weinig over het met afval bezaaide varroarooster wat bijdraagt tot een betere hygiëne.
  • Het opsluiten van de bijenkast gebeurt met een afsluitrooster vóór de vliegopening, zo bekomt men een maximale kastverluchting. Bij het reizen is een verluchtingsrooster bovenaan de kast niet meer nodig.
  • De vliegopening heeft vijf mogelijke toegangsmodaliteiten: een 20 mm hoge opening over de volledige breedte van de kast, 7.5 mm hoogte op 30 cm breedte, 7.5 mm hoogte op 2 cm breedte (toepassen bij nieuwe bijenvolken), volledig dicht dit in combinatie met een ingebouwd koninginnenrooster en tweede aanvliegplank. ‘s Winters kan een kamrooster geplaatst om het indringen van muizen te verhinderen.
  • Het opzetten van een volk doet men door het volk in de verhoogde bodem te slaan en daarna een broedromp er bovenop te plaatsen.
  • Door de vliegopening op het koninginnenrooster te zetten kan men het uitzwermen van een bijenvolk verhinderen. Na een vijftal dagen moet men bij het opzetten van een nieuw volk de vliegopening wijzigen naar de normale vliegopening (de eventueel onbevruchte koningin moet nog op bruidsvlucht kunnen gaan).
  • Een varroabehandeling bij het opzetten van een zwerm kan men toepassen in de bodem met afgesloten vlieggat. De bovenkant van de bodem sluit men dan af met een reisraam, de zwerm stelt men dan gedurende één dag koel en donker op.
  • De bodemschuif kan in twee toestanden geplaatst worden: volledig dicht of met verluchtingsopening. In verluchtingstoestand wordt voldoende ventilatie verzekerd om schimmelvorming in de kast te vermijden, op deze manier mag de schuif in de bodem blijven.
  • Alle bijhorende onderdelen zijn gemakkelijk te plaatsen.
  • De gebruikte materialen zijn waterbestendig (massief houtgeen WBP) en de bijhorende sluitingen zijn in inox.
  • Om de bodem met de vlam (250°C) te ontsmetten kan men het koninginnenrooster eenvoudig uit de bodem verwijderen. De hoge temperatuur gaat de galvanisatie van het rooster doen afsmelten.

Nadelen

  • De constructie van deze bodem is nogal prijzig.
  • Het maken van een bodem vergt van de zelfbouwer heel wat vakmanschap.
  • Door het gebruik van duurzame materialen bedraagt het gewicht van deze bodem ongeveer 12 kg.
  • De veelheid in onderdelen vormt een minpunt.
  • De bijentros is verder van de vliegopening verwijderd en daardoor is de verdediging bij zwakke volken wat moeilijker.

Kenmerken

  • Bij het ontwerpen heb ik rekening gehouden met de hangbare handelsmaten zowel voor de houtconstructie, het varroarooster als voor de zinkafwerking van de luifel.
  • Het gebruik van meranti als houtconstructie bezorgt de bodem een lange levensduur.
  • De inox varroadraad (330 mm x 370 mm) welke 2mm in de grondplaat ingewerkt is, vergemakkelijkt het onderhoud en draagt bij tot een grotere hygiëne tijdens het reinigen.
  • Het hellend dak van de luifel is afgewerkt in zink, de naden en nagels zijn dicht gesoldeerd. Het zinken blad loopt 18 mm onder de voorwand van de kastromp door en zorgt voor een betere waterafvoer tussen luifel en romp.
  • Van de bouwsperre is de bovenzijde van latten afgerond om het vallen van de varroamijten naar de bodemschuif toe te laten.
  • De demonteerbare vliegplank vergemakkelijkt het reizen.
  • Een witgeverfde bodemschuif laat een betere controle toe op de mijtenval.