Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 102
Jaar: 2016
Maand: November
Auteur : Guido Sweertvaegher

Raamwerkzaamheden en tools bij het inwafelen

Eigen ramen maken of aankopen?

Ramen aanschaffen in de vakhandel is natuurlijk het eenvoudigste. Zelf maken heeft de imker weliswaar een grote voldoening, maar onderschat het werk en de nodige tijd niet dat we moeten spenderen in het maken van zo’n raampje. Veel besparen op kostprijs gaan we niet doen, brengen we daarbij nog de nodige werkuren in rekening, dan is het helemaal niet haalbaar, tenzij we qua gereedschap heel goed uitgerust zijn. Met een klein beetje handigheid en een tafelzaagmachine met parallelgeleider is dit voor een hobbyist toch een haalbare zaak.

Als imker met wat technische vaardigheid heb ik heel wat zaken ontworpen en gemaakt voor het uitoefenen van mijn hobby. Bijenramen maak ik echter niet meer, komt het door tijdsgebrek of legt men bij het ouder worden andere prioriteiten?

Vooraleer we ramen maken moeten we het raamtype en de juiste raammaten kennen. Zeker niet ergens gaan afleiden van ramen die we als voorbeeld nemen, de afmetingen van de ramen moeten echter tot op de millimeter juist zijn, willen we wasaanzet ten gevolge van wildbouw door de bijen vermijden.

De officieel gepubliceerde handelsmaten kunnen we terugvinden in naslagwerken. Opgepast niet alle ramen die in de handel te verkrijgen zijn stemmen overeen met de correcte afmetingen. In de imkeragenda die we vroeger als lid van de KonVIB toegestuurd kregen, stonden de buitenmaten (zonder raamoren) van de meeste raamtypes vermeld:

- Simplex: 360 mm x 218 mm, (½ S: 360 mm x 140 mm).

- Dadant-blatt: 435 mm x 300 mm (½ DB: 435 mm x 160 mm).

47 147 247 3

Constructie van raampjes

Het maken van ramen houdt in dat we vertrekken vanuit een technische tekening met correcte maataanduiding. Voor simplexramen bedragen de buitenmaten 360 mm x 218 mm, een latbreedte van 24 mm en een latdikte van 10 mm. De raamoren hebben een lengte van 25 mm zodat de totale lengte van de bovenlat 410 mm bedraagt.

Nu kunnen we de ramen in twee uitvoeringen construeren:

  • De latten van het raam naakt op elkaar nagelen.

Voor het maken van deze constructie gebruiken we best een kaliber verzaagd uit een plaat (bvb. een WBP-plaat dikte 18 mm) met afmetingen gelijk aan de binnenmaten van het simplexraam nl. 360 mm (2 x10 mm) = 340 mm op 218 - (2 x 10 mm) = 198 mm.

Met behulp van het kaliber kunnen we dan het raam op een eenvoudige manier verlijmen en nagelen. Bijkomend voordeel is dat de raamconstructie steeds haaks staat bij het samenstellen. Gebruiken we voor deze montage een nagelpistool dan wordt de klus nog eenvoudiger.

  • De latten van het kader met een tand en groefverbinding maken.

Voor de tweede methode neemt de voorbereiding voor het maken van de latten wat meer tijd in beslag. Eenmaal de tand- groefverbinding gemaakt wordt het samenstellen van het raam heel wat gemakkelijker.

Maken en verlijmen van de latten

Via de houthandel schaffen we geschaafde planken aan in rode dyle (of ramien: is een duurzame maar duurdere houtsoort). De afmetingen van de planken bedragen: breedte 115 mm (of breder bvb. 140 mm) en een dikte 24 mm. De lengte is hier van minder belang, nemen we bvb. een handelsmaat met een van lengte van 3300 mm of langer.

Met de tafelzaagmachine zagen we de verschillende lengtes op maat. Per raam bedraagt deze: 1 x 410 mm (bovenlat), 1 x 360 mm (onderlat), 2 x 218 mm (zijlatten). Vervolgens zagen we de tanden aan de zijlatten en de groeven aan de boven- en onderlat (zie foto). Eens de tanden en groeven gemaakt zijn, zagen we deze planken in latten van 10 mm dikte. Opgepast tijdens het verzagen moeten we steeds de veiligheid in acht nemen en een duwhout gebruiken (zie foto).

47 4

Het verlijmen gebeurt met een waterbestendige witte lijm van het type D3. Na het vernagelen van de verbinding controleren en corrigeren we indien nodig de haaksheid van het raam.

Eens de lijm droog is maken we in het midden van de bovenlat en de onderlat een ondiepe zaagsnede. De raambedrading is dan verzonken in de latten zodat het afkuisen van de ramen gemakkelijker wordt. Als we de zaagsnede na de verlijming maken hebben we de mogelijkheid om bij de montage de gebogen zijde van de boven- en onderlat naar buitenkant van het raam te plaatsen.

Zo kunnen we de bedrading iets meer onder mechanische spanning zetten zonder dat het raam doorbuigt. Dat is ook de redenen waarom we de verzaagde latten een tijd laten liggen zodat we de latten met een eventuele kromming in de juiste positie kunnen monteren. Tenslotte boren we nog een 5-tal gaatjes met diameter 3 mm in de boven- en onderlat. Het boren van de gaatjes en het maken van de zaagsnede kunnen we eventueel vóór we het geheel verlijmen en samenstellen.

Een andere mogelijkheid is de ramen in losse verpakking via de vakhandel aan schaffen om ze dan zelf degelijk te monteren met de juiste verlijming (wat je zelf doet, doe je soms beter).

47 5

Bedraden van de ramen

De bedrading gaat heel wat vlotter als de boringen voorzien zijn van koperen oogjes. Voor het inslaan van de oogjes heb ik een tool gemaakt om de oogjes mooi verzonken in het hout te drijven. Dit gereedschap is gemaakt van een ijzeren asje (10 mm diameter), axiaal boor ik een gaatje van 2 mm en met secondelijm kleef ik er een asje met diameter 2 mm (de schacht van een gebroken ijzerboortje) in vast.

De boven- en onderlat voorzie ik van een koperen nageltje en laat dit een paar mm uitzitten voor de bevestiging van de bedrading. Zo kan ik later indien nodig de bedrading wat bijspannen. De koperen nagels oxideren niet, tijdens het insmelten van de was kan ik met een krokodillenklem een vaste verbinding maken, zo heb ik één hand vrij en kan ik de waswafel in de juiste positie plaatsen (de waswafel naar onder schuiven tot deze aansluit tegen de onderlat). Ook voor het probleemloos afrollen van de inoxdraad heb ik een tool gemaakt (zie foto).

In tegenstelling tot wat soms vermeld staat in bepaalde vakliteratuur span ik de bedrading niet teveel op om doorbuiging van het raam te vermijden. Eventueel kunnen we het snaareffect van de bedrading van de ramen opheffen door boven- en onderlat eens van elkaar weg te trekken. Immers door afwijkingen in de raammaat ten gevolge van het doorbuigen van de boven- en onderlat ontstaat er een grotere ruimte tussen de ramen, gevolg: wasaanbouw veroorzaakt door wildbouw.

Soms bemerken we ramen voorzien van een horizontale bedrading, dit heeft als voordeel dat de raammaat intact blijft, maar als nadeel dat de waswafels doorbuigen en vervormen ten gevolge van warmteontwikkeling, ontstaan door het uitbouwen van de waswafel. Wanneer we gegoten in plaats van gewalste waswafels gebruiken komt dit minder tot uiting. Van dit systeem voor de bedrading van de ramen ben ik volledig afgestapt.

Insmelten van waswafels

De buitenafmetingen van een waswafel zijn 5 mm kleiner dan de binnenmaten van een raam. Gebruik voor het insmelten van een waswafel een veiligheidstransfo met een secundaire spanning van 24 V en een vermogen van minimum 150 VA 220 V. Zijn de aansluitdraden uitgerust met krokodillenklemmen dan hebben we tijdens het insmelten één hand vrij en kunnen we de waswafel wat op en neer bewegen om deze tenslotte aan de onderlat te laten aansluiten. Terwijl het raam plat op tafel ligt kunnen we op deze manier zeer vlot de waswafel in de ramen smelten, de insmelttijd bedraagt amper 5 seconden.

Gebruik voor het insmelten van waswafels nooit een regelbare transfo, ook ‘reoter’ genoemd. Bij aanraking van één van de naakte aansluitklemmen staan we rechtstreeks in verbinding met de netspanning en verkeren we in een levensgevaarlijke situatie. De spanning van deze regelbare transfo kunnen we traploos regelen van 0 V tot 260 V.

47 647 747 8

Wetende dat de spanning boven de 24 V in vochtige omstandigheden en boven de 50 V in droge omstandigheden levensbedreigend is, maakt dat dit toestel voor deze toepassing niet geschikt is. Gebruik dus enkel een veiligheidstransfo (scheidingstranfo) met maximum 24 V als uitgangsspanning. Als technieker in dit vakdomein kan ik u niet genoeg op het elektrocutiegevaar wijzen, deze toegepaste methode biedt geen enkele personenbescherming in verband met de aanraking van onder spanning staande delen, zelfs afgetakt aan een stopcontact beveiligd door een differentieelschakelaar van 30 mA biedt in dit geval GEEN bescherming tegen elektrocutatie. Een verwittigd man is er twee waard!

Deze regelbare transfo kunnen we aanschaffen in de vakhandel, dit toestel mag volgens het AREI (algemeen reglement op elektrische installaties) in geen geval gebruikt worden voor deze toepassing. Zorg dus voor je eigen veiligheid en dat van anderen.

Foto’s RTI