Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de vlaamse Imkersbond
Jaargang: 91
Jaar: 2005
Maand: juni
Auteurs: Aloïs Schotanus

Stress! 

Ook bij onze bijen

Dieren zijn net zo onderhevig aan stress als mensen. Sinds enkele jaren is men zich ook bewust geworden van het effect van stress op onze huisdieren.

De stresstoestand ontstaat doordat dieren in de onmogelijk­heid verkeren zich uit te leven in de gedragpatronen van hun basis­instincten. Dat wordt door hen als hoogst onbevredigend ervaren, wat tot frustraties leidt, met alle gevolgen van dien.

Omdat stress vaker voorkomt in de sociale levenspatronen dan in solitaire levenswijzen, mogen we aannemen dat onze bijen er eveneens last van ondervinden. Bij andere huisdieren manifesteert stress zich door afwijkend gedrag, onhandelbaarheid, agressiviteit, ziektestoornissen, neigingen tot weglopen, nestontruiming ...

Bij de bijen kunnen bepaalde gedragingen eveneens in relatie staan tot stresstoestanden: agressie, roverij en soms zelfs zwermen, kunnen het rechtstreek­se gevolg zijn van stress.

Aanleiding tot zwermen

In het actieve seizoen is voedsel verzamelen de allesoverheersende bezigheid van de bijen. Ook in volle opgang naar de maximale ontplooiing van de volksterkte, domineert het verzamelgedrag alle andere activiteiten. Zelfs de zwermdrift is eraan ondergeschikt. Hiermee wil niet gezegd zijn dat de zwermdrang niet in de lijn van de gedragingen zou liggen.

Integendeel: tijdens de   ontwikkeling van een volk moét het ogenblik komen waarop het volk zal gaan zwermen. Maar dit zou dan moeten geschieden op het meest geschikte ogenblik en de hoofdbezigheid zou er niet al te lang mogen door onderbroken worden.

Elke bijenactiviteit moet beschouwd worden van uit de evolutionaire gezichthoek en men moet zich daarbij afvragen wat de betekenis is van die bezigheid voor het overleven van het volk en voor de instandhouding van de soort.

Klaarblijkelijk is zwermen van wezenlijk belang voor de instandhouding van de soort, maar een overdreven zwermdrift is rampzalig zowel voor het enkele volk als voor de gehele soort! Vaak geschiedt het zwermen op bijzonder ongeschikte ogenblikken en het herhaaldelijk opdelen van een volk resulteert in een oneconomische versnippering van krachten zonder enige overleving­waarde.

We kennen enkele van de factoren die tot het zwerm besluit kunnen leiden. Eén daarvan is de hoeveelheid koninginnenstof of koninginnenferomoon    die doorheen het volk circuleert. Maar in het specifieke geval van die bepaalde kolonie op dat bepaalde moment, is het moeilijk om met zekerheid uit te maken hoe al die factoren op elkaar hebben ingewerkt en welke factor uiteindelijk de beslissende doorslag heeft gegeven.

In tropische streken zwermen bijen vaak wanneer ze onder stress staan als gevolg van drachtgebrek of als gevolg van een bedreiging van ziekten, plagen en belagers. Dat soort zwermen is eerder een migratieverschijnsel dan een vermeerderingproces; het is een respons op slechter worden de levensomstandigheden. Eenzelfde gedragpatroon, uitgelokt door vergelijkbare omstandigheden kan zich ook bij onze bijen manifesteren. Ook bij hen doet zich het verschijnsel voor van de totale nestontruiming als reactie op stresserende levensomstandigheden. Denk maar aan de zgn. 'hongerzwermen' of de 'motzwermen' en de 'varroavlucht'.

f1
Wat bloeit er in een straal van drie kilometer rond mijn bijenhal?

Oorzaken van stress

Er kunnen verschillende oorzaken voor de stress aangevoerd worden. Sommige kunnen vermeden worden, andere niet. Een overdreven ijverige imker die voortdurend in zijn volken werkt, (lees: rommelt) kan bij de bijen overkomen als een plaag, een belager, een ziekte. Ze kunnen erop reageren door te zwermen.

Langere periodes van slecht weer tijdens het drachtseizoen, kunnen eveneens voor een flinke brok frustratie zorgen. Op gelijkaardige wijze kan een tekort aan drachtplanten of een gebrekkige nectarafscheiding een sterke kolonie belemmeren om haar maximale ontplooiing te bereiken. Precies dezelfde situatie kan ontstaan wanneer op één plaats teveel kolonies worden neergezet in verhouding tot de beschikbare drachtmogelijkheden. Grote aantallen bijenvolken kunnen dan alleen maar gehandhaafd worden door een grote input van bijkomende suikervoeding en er zullen periodes voorkomen dat de kolonies onder stress lijden omdat er teveel werkloze haalbijen in de kolonies vertoeven.

In sommige streken kan een dergelijke situatie tijdelijk verborgen blijven en enigszins verlicht worden door bijv. een lindendreef, maar wanneer die is uitgebloeid, blijft het probleem nog steeds aanwezig en vaak in verhevigde vorm.

Overbevolking veroorzaakt een tekort aan verzamelgelegenheid. De kolonies reageren daarop met een verhoging van het aantal speurbijen tot 35 % van de haalbijen. Zij gaan zoeken in een alsmaar uitgebreider gebied. Zulke gedreven verkenners vinden allicht andere kolonies die zij kunnen beroven. In een overbevolkt gebied is roverij een permanente bedreiging en er werden rovers gesignaleerd op meer dan twee kilometer van hun thuisstand.

In die omstandigheden worden zelfs de zachtaardigste volken geïrriteerd. Ze worden alsmaar moeilijker te behandelen naarmate het seizoen voortschrijdt van de relatieve overvloed van het voorjaar naar de schaarste van de nazomer.

Nuttige oefening

Eén van de nuttigste oefeningen voor beginnende imkers, bestaat er nog steeds in om een inventaris en een bloeikalender op te stellen van de drachtplanten in een straal van 3 km rond hun bijenhal. Ze zouden ervan versteld staan met hoe weinig hun bijenvolken het moeten zien te klaren, zeker als er ook nog andere kolonies meetellen die zich i n hetzelfde drachtgebied moeten bevoorraden. Ze zouden wellicht tot het inzicht komen dat er een andere limiet moet zijn voor het aantal bijenvolken dat men wil houden, dan het aantal beschikbare lopende meters in de bijenhal.