Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkerbond
Jaargang: 91
Jaar: 2005
Maand: maart
Auteurs: Gerard Van Brusselt

Eenvoud en hoog Rendement

f1Ik ben al jaren secretaris van de Bijenbond van Bekkevoort en heb in het verleden vele malen vast­gesteld wat een knoeiboel het was smelten met zich brengt. De huidige moderne toestellen ver­helpen dit natuurlijk tot op een zekere hoogte, maar zijn voor een individuele imker (te) duur in aankoop. In de loop der jaren heb ik mijn eigen methode ontwikkeld, die ik hier even uit de doeken wil doen.

Het materiaal dat ik gebruik, is niets anders dan een ouderwetse kookketel met gasbrander, vroeger gebruikt voor de kookwas van moeder de vrouw. Mijn ketel heb ik tweedehands gevonden. Hij is gemaakt van koper en roest dus niet.

In de ketel breng ik twee emmers water aan de kook waarna ik hem torenhoog vul met brokken raat. De toren smelt langzaam in het water. Wat ik overhoud, is de ons allen bekende smurrie. Daarop zet ik een zeefring in inox. Deze ring past precies in het kookvat. Omdat het in feite gaat om een geperforeerde plaat met gaatjes van 3 mm diameter, zakt hij lang­zaam door de smurrie. De grote onreinheden blijven er onder zitten. De ring is verder uitgerust met een regelbout, waarmee ik de diameter lichtjes kan vergroten of verkleinen. Dit stelt mij in staat om hem onder de waslaag vast te spannen met simpelweg een steeksleutel nr. 17. Soms moet er water bijgevoegd worden, om zeker te stellen dat de waslaag hoog genoeg boven de ring zit en er dus niet in vast komt te zitten bij het afkoelen.

f2
Een ouderwetse kookketel.
f3
De zeefring.
f5
Weghalen van het schuim

Eens de scheiding kompleet, zet ik de verwarming uit en laat de zaak afkoelen.
's Anderendaags oogst ik de dunne gestolde waslaag. Ik breek ze in stukken en verwijder tegelijkertijd het vuil aan de onderzijde. De ketel zelf maak ik leeg. Ik kuis hem met behulp van een verf­schraper en een harde hand­borstel.

Omdat ik de wasraten niet alleen smelt, maar ze ook lange tijd kan laten opkoken, zonder gevaar op overkoken, haal ik uit mijn metho­de een zeer hoog rendement. Dat heb ik al verschillende keren bewezen door uit het afval van een zon­newassmelter op deze manier nog verbazend veel zuivere was te extraheren.

f4

Bovendien maken eventuele ziektekiemen in de was door het lange koken weinig kans. De zo geoogste was gaat daarna in een kookketel, weer met water, waarna ik een tweede zuivering doorvoer op de klassieke manier.

Ook ik gebruik soms zuur om de was te klaren, maar dan enkel in de tweede zuivering. Soms vormt er zich na het koken schuim op de was. Dat verwijder ik met een stukje karton dat ik door het bovenoppervlak haal. Na het opko­ken laat ik de was langzaam afkoe­len, te snelle afkoeling geeft scheuren in het wasbrood, vooral in de winterperiode. Vele leden van onze bond leveren hun geslachte was raten bij mij af en ik zorg voor de zuivering tot was­brood.