Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkerbond
Jaargang: 93
Jaar: 2007
Maand: december, themanummer selectie
Auteurs: Jan Camerlinckx

Een werkplan

'Betere bijen' komen niet vanzelf op onze standen en het volstaat ook niet om toevallig eens een paar koninginnen met renommee aan te schaffen om zachte bijen en veel honing te hebben. Goede bijen is iets waar je zelf moet aan werken, een heel bijenseizoen lang en ieder jaar opnieuw. Een werkplan waarin de chronologische opeenvolging van uit te voeren werkzaamheden en ingrepen is vastgelegd, kan daarbij een handig hulpmiddel zijn.

Verschillende stappen

f1

f2

f3In eerste instantie is het zaak om al vroeg in het voorjaar de toestand op onze stand te gaan inventariseren (welke moeren zitten op welke kasten - gegevens en prestaties van die moeren tijdens het voorgaande jaar). We kunnen daarvoor terugvallen op onze notities van vorig jaar.

Het voorjaarsonderzoek geeft ons verder uitsluitsel over de toestand van onze kolonies. Volken die te zwak zijn, of om één of andere reden geen voldoening geven, worden uitgeschakeld door ze te verenigen of ze gewoon op te doeken.

Nogal wat imkers hebben er moeite mee zo drastisch in te grijpen op hun stand. Ze denken dat minder volken, minder honing zullen opbrengen. Ze vergeten echter dat die zwakkelingen hun een heel seizoen lang zorgen en werk zullen bezorgen en uiteindelijk toch geen honing. We kunnen onze inzet en tijd nuttiger besteden aan enkele volken minder en straks wat meer aandacht hebben om een aantal jonge volken op te bouwen.

Inmiddels krijgen we op grond van de gegevens van vorig jaar en de huidige toestand ook al een idee over de kolonies waaruit eventueel kan voortgekweekt worden.

Beschikken we niet over bruikbaar materiaal, dan zullen we moeten uitkijken naar goed teeltmateriaal. Om in het voorjaar nog een teeltmoer aan te schaffen, is het doorgaans te laat. Om er één te bestellen die volgend jaar ingezet kan worden, is het nu wel het moment.

De goedkoopste en eenvoudigste manier om aan geschikt teeltmateriaal te komen, is de aanschaf van ééndaagse aangenomen larfjes bij een erkende verdeler in de buurt.

Daar de larfjes al getransfereerd zijn in een moercel en door voedsterbijen in verpleging genomen, word je ontslagen van een misschien toch iets moeilijkere stap in het moerteeltproces, namelijk het overlarven.

Reserveer tijdig de nodige larfjes bij je verdeler. Die man moet tenslotte de nodige schikkingen kunnen treffen tegen de gestelde leveringsdata.

Samen met de larfjes krijg je nog uitleg van de verdeler en hij zal je ook een brochure met de nodige richtlijnen meegeven. Hou je strikt aan de werkwijze die je wordt voorgehouden en probeer niet zelf te gaan experimenteren met alternatieven voordat je de eerste zelf gekweekte moer op een mooi belegd raam ziet rondlopen. Zorg vooral voor een sterk pleegvolk, want dat is een belangrijke sleutel voor het welslagen van je kweek. Op een zwak en in armoede levend volk vallen geen koninginnen te kweken ...

Als het dan toch niet mocht lukken, probeert men beter niet om de schuld af te wentelen op de larfjes, de methode of het soort bijen, maar men tracht de fouten op te sporen en vraagt raad.

Wie met jonge moeren naar de paringsstand in Kreverhille of een andere plaats wil, moet zich tijdig informeren over mogelijkheden en regels. Men zal desgevallend een gezondheidsattest nodig hebben en de koninginnen moeten in de af te spreken bevruchtingskastjes afgeleverd worden (ERK, miniplus, apidea, ... ).

Als er nog één of ander moet aangeschaft of aangemaakt, dan moet dat op tijd gebeuren. Laten we ook tijdig ons materiaal nazien en opfrissen.

 


 

Zelf aan de slag

Om voor je eigen stand de nodige moeren te kweken, is niet veel en zeker geen speciaal materiaal vereist:

• de nodige drieraamskastjes met de raammaat van de stand, voorzien van een inrichting om te voederen, een kleine afsluitbare vliegopening en verluchtingsgaas of de nodige ERK's van standaardformaat en -afmetingen;

• een teeltraam (een leeg raam met 1 of 2 dwarslat(ten));

• voldoende arrestkooien van het gecombineerde type;

• een moerrooster;

• honingsuikerdeeg bestaande uit vijf delen bloemsuiker en één deel vloeibare honing.

 


 

Van nature situeert de voortplantingstijd zich in de meest gunstige periode van het jaar als de kolonies hun maximale sterkte bereikt hebben, er veel jonge bijen aanwezig zijn en er voldoende voedselvoorraad (honing, pollen) beschikbaar is. Dat is in principe de periode op het einde van de voorjaarsdracht of kort daarna. De omstandigheden zijn lang niet altijd optimaal en we zullen desnoods een handje moeten toesteken. In eerste instantie is het belangrijk dat de bijen die straks onze moeren zullen grootbrengen in goeden doen zijn. Dat betekent dat de omstandigheden vanaf de maand april voor een goed deel bepalend zullen zij n voor de situatie eind mei, begin juni. Ongunstige omstandigheden in de voorafgaande tijd zullen dus door extra verzorging (voedsel) opgevangen moeten worden.

De jonge moeren die we straks gaan kweken, zullen moeten paren met verschillende darren. De darren worden vanouds door de imkers als overbodige mee-eters beschouwd. Darren zijn echter noodzakelijk bij de voortplanting.

Ofschoon we de indruk hebben dat er in onze kolonies voldoende darren aanwezig zijn, toch leert de ervaring (o.a. bij toepassing van kunstmatige inseminatie) dat heel wat darren, ofwel niet geslachtsrijp zijn, ofwel weinig of geen sperma hebben.

Afhankelijk van de sterkte van de kolonie en de toevoer van voedsel (nectar - stuifmeel) zijn er in een normale kolonie tijdens de voortplantingstijd enige duizenden darren aanwezig. In tegenstelling tot wat werd en wordt beweerd, kost het opkweken van die darren geen abnormale hoeveelheden honing. Het onderdrukken van de darrenproductie heeft geen zin omdat de kolonie steeds opnieuw probeert om het evenwicht te herstellen.

Bovendien is het zo dat een tekort aan eigen darren aangevuld wordt door migratie van darren uit andere kolonies. Het is daarbij zeer de vraag of wij darren met minder gunstige eigenschappen naar onze stand moeten lokken en of wij onze kasten moeten openstellen voor varroamijtendragende darren van één of andere slecht verzorgde stand uit de buurt.

f4Als we regelmatig de minderwaardige volken van onze standen verwijderen, dan dragen we daarmee sowieso bij tot het opvoeren van de gunstige genetische eigenschappen van de darren in onze omgeving. Het kan zelfs nuttig zijn om het voortbrengen van darren van kolonies met zeer goede eigenschappen te gaan stimuleren door zo'n zes weken voor de te verwachten periode van bruidsvluchten een darrenraam in te brengen.

Bij de honingbij situeert de voortplantingstijd zich van nature van eind mei tot eind juni. Het is dan ook in deze periode dat we de voor onze stand nodige moeren zullen kweken. Tegen de gestelde tijd hebben we nodig:

• teeltmateriaal (jonge larfjes);

• een sterk pleegvolk dat zal instaan voor het opkweken van de jonge moeren;

• paringsvolkjes waarin de moeren ondergebracht worden totdat ze gepaard hebben en aan de leg zijn gegaan.

Voor een bondig overzicht van de opeenvolgende werkzaamheden om uit aangenomen larfjes jonge koninginnen te kweken verwijzen we naar bijlage 2. Het opzetten van meerdere drieraamskastjes is een middel om de zwermneiging van onze kolonies wat in te tomen. We zouden ook gebruik kunnen maken van de periode dat er in die kastjes geen of nauwelijks gesloten broed aanwezig is, om een behandeling tegen varroamijten uit te voeren. Dit in een poging om de jonge volken die we eventueel zullen opbouwen varroa-arm te houden.

Tenslotte zullen de jonge moeren een bestemming moeten krijgen. Ze zullen, ofwel gebruikt worden om een oude of minderwaardige moer te vervangen, ofwel om er een nieuw volk mee op te bouwen.

 


 

 Nuttige informatie voor informatie en contact

• Carnica's op Kreverhille: home.versateladsl.be/marcodepauw/honingbij/Kreverhille/Studiekring2007 .pdf

• Carnica's Duitse eilanden: www.bienenzucht.de/index.htm

• Buckfast: www.buckfastoost.nl

• Mellifera: www.mellifica.be

 


Teeltplan: Een overzicht

Werkplan
Tijdstip

Uit te voeren

Tweede helft maart

• voorjaarsonderzoek en verenigen of opdoeken van volken die niet voldoen

• hoogsels plaatsen

Tweede helft april

• reserveren van teeltmateriaal (larfjes) bij een overlarver

• wie naar een paringstand wil moet broedstalen inleveren

• wie de aanzet van darren van volken met gewenste eigenschappen wil stimuleren kan nu een darrenraam inhangen

Mei - begin juni

• regelmatige zwermcontrole

• moerteelt:

- klaarmaken van het pleegvolk

- inbrengen van de aangeschafte aangenomen moercellen

- controleren teeltraam en opbouwen kernvolkjes (3 ramen)

- verzegelde moercellen inkooien

- in de kernvolkjes redcellen breken en de jonge moeren in arrestkooitje met

deegprop brengen

- controleren of de moeren aan de leg zijn

- jonge gepaarde moeren merken

eind juni - augustus

• oude moeren of moeren die niet voldoen, vervangen

• een aantal kernvolkjes uitbouwen tot volwaardige kolonies

augustus - september

• bestrijding varroamijt

• inwinteren

Bijlage 2

f6