Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkerbond
Jaargang: 93
Jaar: 2007
Maand: december, themanummer selectie
Auteurs: Jan Camerlinckx

Wat de vereniging voor jou kan doen

Heel wat imkers proberen al jaren om op eigen stand betere bijen te houden door systematisch voort te kweken uit geselecteerd teeltmateriaal. Ze schaffen zich regelmatig één of enkele moeren aan of halen larfjes bij een overlarver in de buurt en kweken jaarlijks een aantal moeren. De meesten laten die jonge moeren op hun stand paren en bekomen daarmee 'F1-moeren' voor hun productievolken. Sommigen gaan naar een paringstand in binnen of buitenland om die moeren ter paring op te stellen en bekomen een homogene bijenpopulatie op hun stand. Zeldzamer zijn diegenen die hun moeren kunstmatig insemineren.

Allen hebben ze redelijke honingopbrengsten en kunnen ze werken met handelbare bijen. Dat laatste is niet alleen belangrijk in verband met de sociale aanvaarding van bijen in de buurt, maar ook en bovenal omwille van het feit dat raamvaste en zachte bijen het mogelijk maken om zonder problemen de nodige ingrepen aan de bijenvolken uit te voeren. Is het in de dagdagelijkse praktijk niet zo dat veel imkers ieder jaar aanvangen met veel goede voornemens om dit of dat aan hun bijen te gaan doen, maar dat ze, na een paar keer geconfronteerd te zijn geweest met lopende en steeklustige bijen, er de brui aan geven en nog enkel dan nog a~ marsmannetje verkleed, naar hun bijen gaan om de honing te oogsten ...

Spijtig genoeg zijn er nog heel wat imkers die ofwel niet overtuigd zijn van het nut van handelbare bijen, ofwel de stap niet durven zetten om er iets aan te doen. Hier is beslist een taak weggelegd voor de lokale imkersverenigingen. Imkers informeren en scholen over het kweken van moeren, teeltmateriaal ter beschikking stellen en organiseren van gemeenschappelijk transport naar een paringstand, zijn dingen die imkers van hun lokale vereniging zouden mogen verwachten.

Gelukkig zijn er al veel verenigingen waar dit soort activiteiten routine geworden is, maar er zijn er blijkbaar ook andere. Iedereen weet natuurlijk dat er leden zijn die nooit naar vergaderingen, lezingen of cursussen komen en dat die zo goed als onbereikbaar zijn of lijken, maar hebben we genoeg gedaan om ze te informeren, te motiveren? Volstaat het om nu en dan een uitnodiging voor een vergadering rond te sturen? Moeten we die mensen niet eens aanspreken? In de imkerij doen wij veel, heel veel soms, maar vergeten we daarbij niet al te gemakkelijk dat we ook iets moeten doen om onze 'producten' (onze activiteiten) te verkopen.

Misschien moet men op het niveau van de provinciale koepels, waar alle lokale verenigingen toch regelmatig bijeenkomen, eens van gedachten wisselen over dat soort problematiek en samen bekijken hoe die best aangepakt kan worden.

De Selectiewerkgroep van de KonVIB heeft een coördinerende rol in het hele gebeuren. Werking en structuur van de Selectiewerkgroep is derwijze opgezet, dat in principe alle imkers in Vlaanderen te bereiken zijn.

In eerste instantie zijn er de talrijke overlarvers en moertelers, die jaarlijks teeltmateriaal ter beschikking stellen van de imkers. Eigenlijk zouden we er moeten toe komen dat er in iedere afdeling minstens larfjes ter beschikking gesteld worden.

Daarnaast heeft de SW in iedere provincie een verantwoordelijke die informatie verstrekt aan de afdelingen en ze eventueel ook begeleidt. Hij is zowat het doorgeefluik van de SW naar de basis toe. Het zou dus nuttig zijn mocht er in iedere afdeling iemand zijn die zich bezighoudt met alles wat met 'selectie' te maken heeft. Dan is de verbinding met de basis compleet.

Om die structuur te laten functioneren zijn er niet alleen mensen nodig, maar die mensen moeten ook geïnformeerd worden, geschoold of bijgeschoold, als dat nodig is, en samengebracht worden om te leren van elkaar, om te overleggen hoe de zaken aangepakt kunnen worden. De SW realiseert dat door bijeenkomsten en studiedagen te organiseren. We overwegen zelfs om via een soort 'Nieuwsbrief' informatie te verspreiden. Een website op het internet is zeker een must.

Als we straks een sta p verder willen gaan om bijvoorbeeld een 'teeltgroep' op poten te zetten dan zullen we daarvoor medewerkers moeten vinden, ze informeren, ze samenbrengen om de praktische gang van zaken te bespreken en ze te begeleiden.

Er is dus werk aan de winkel. Laten we vooral beseffen dat iedereen de handen uit de mouwen moet steken en dat samenwerken de enige weg is die tot resultaten leidt...