Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkerbond
Jaargang: 93
Jaar: 2007
Maand: december, themanummer selectie
Auteurs: Jan Camerlinckx

Bronnen en Glossarium

Bronnen

1. Stansfield W., Theorie and problems of genetics, New York, 1969, pag. 2.

2. Keeton W. en McFadden c., Grondslagen van de biologie. Deel 1. Cellen, 1985.

3. Cliquet R. L. en Thienpont K., Biologische variabiliteit bij de mens. Inleiding tot de bio-anthropology, Deel 1, Gent, 2002.

4. Cliquet R. L. en Thienpont K., a.w.

5. Dade H. A., Anatomy and dissection of the honeybee, London 1962.

6. Mackensen 0., Viability and sex determination in the honey bee (Apis mellifera L.), in Genetics 36, 1951, pag. 500-509 en Further studies on a lethal series in the honeybee, in Journalof Heredity 46, 1955, pag. 72-74.

7. Adams J. et al., Estimation of the number of sex alleles and Queen matings from diploid male frequenties in a population of Apis mellifera, in Genetics 86, 1977, pag.583-596.

8. Beye M., The cice of fate: the csd gene and how its allelic composition regulates sexual development in the honeybee Apis mellifera, in Bio Essays 26, 2004, pag. 1131-1139.

9. Winston, M. L., The biology of the honeybee, Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 1987.

10. Cliquet R. L. en Thienpont K., a.w.

11. Dobzhansky Th., Genetics and the origin of species, New York and London, 1951.

12. Fresnaye J., a.w.

13. Fresnaye J., Biométrie de l'abeille, Montfavet, 1981.

14. Bols R., Mattijs J. en Jacobs F., Evaluatie van de rastoestand van de bijen in de provincie Antwerpen (1979), in Maandblad van de Vlaamse Imkersbond, juli 1980, pag. 255-269.

15. Ruttner F., Milner E., Dews J.E., The dark European honeybee, Brighton, 1980.

16. Boigenzahn Chr., Genetische Grundlagen für die Leistungsprüfung, in Bienenvater 1993, nr. , pag. 7-14.

Glossarium

allel

De overeenkomstige genen van de homologe chromosomen worden allelen genoemd. Allelen kunnen een gelijke of verschillende expressie geven aan een kenmerk.

arrestkooi

Kooi waarin een moer (koningin) wordt ondergebracht om ze tijdelijk te beschermen wanneer ze in een vreemde groep bijen wordt geïntroduceerd.

chromosoon

Een chromosoom is een DNA-molecule en omvat daarnaast verschillende proteïnen, waarvan sommige, namelijk de histonen, een rol spelen bij de wijze waarop het DNA in de celkern verpakt zit.

diploïd

Men spreekt van een diploïde cel als elk chromosoom in dubbel voorkomt.

DNA

Het DNA is de materiële drager van genetische informatie. Deze informatie wordt bepaald door de volgorde waarin de basen gerangschikt zijn.

dominant

Als voor een eigenschap twee verschillende allelen aanwezig zijn, dan heet het gen dat tot uitdrukking komt dominant.

drieraamskastje

Kastje met drie ramen van hetzelfde formaat van de ramen die in de productiekasten gebruikt worden. Het wordt gebruikt om afleggers te maken en vooral ook als paringskastje voor jonge koninginnen.

eenraamskastje (ERK)

Kastje met welomschreven afmetingen en constructie dat gebruikt wordt als paringskastje voor jonge koninginnen die op een paringstand opgesteld worden. De glazen zijwanden laten toe te controleren of de kastjes vrij zijn van ongewenste darren.

eiwitsynthese

Het overbrengen van de basenvolgorde van een gen in een bepaalde volgorde van aminozuren van een eiwit (eiwitsynthese), gebeurt door tussenkomst van een ander nucleïnezuur, het RNA (ribonucleïnezuur).

erfelijkheidsgraad

Mathematisch uitgedrukt is de erfelijkheidsgraad de verhouding van de genetische variantie (Vg) tot de fenotypische variantie (Vf): h2 = Vg / Vf

fenotype

De waarneembare eigenschappen van een organisme (uiterlijke vorm, inwendige bouw, fysiologische eigenschappen, gedragseigenschappen).

gameet Een voortplantingscel met maar de helft van de chromosomen van een gewone cel. Bij vereniging van twee gameten vormt zich een bevrucht eitje. Bij dieren heten mannelijke gameten zaadcellen en vrouwelijke gameten noemt men eicellen.
gen

Mendeliaanse éénheid van overerving. Genetisch is het de kleinste ondeelbare éénheid van erfelijkheid; biochemisch is het een stukje DNA dat de code bevat voor een eiwit.

genotype

Het geheel aan genetische informatie van een organisme.

haploid

Men spreekt van een haploïde cel als deze van elk chromosoom slechts één exemplaar bezit.

heterozygoot

Men noemt een organisme heterozygoot als de twee allelen die het voor een bepaalde eigenschap heeft niet identiek zijn.

homozygoot

Men noemt een organisme homozygoot als de twee allelen die het voor een bepaalde eigenschap heeft identiek zijn.

kastkaart

Kaart waarop alle nuttige gegevens met betrekking tot een moer en haar kolonie genoteerd worden.

kunstmatige inseminatie (KI)

Jonge koninginnen kunnen met gebruik van een speciaal daartoe gebouwd toestel en aangepaste technieken kunstmatig geïnsemineerd worden. De resultaten van een dergelijke ingreep zijn gelijklopend met deze van natuurlijke paringen.

letaal

Dodelijk. Niet in staat te overleven.

locus

De plaats van een gen of allel op een chromosoom wordt een locus genoemd.

meiose

Bij de geslachtelijke voortplanting wordt de geometrische groei van het genoom verhinderd door een bijzonder kerndeling die de geslachtscellen ondergaan, meiose genaamd. Daarbij worden de cellen die normaal chromosomenparen bevatten, herleid tot cellen die van elk chromosoom slechts één exemplaar bevatten.

mitose

Bij de vermenigvuldiging van somatische cellen grijpt een gewone celkerndeling plaats. Daarbij worden de chromosomen gesplitst en worden de dochterchromosomen over twee dochterkernen verdeeld.

nucleotide

Enige honderden of duizenden nucleotide-paren vormen een gen, stoffelijke drager van een eigenschap.

overlarver

Imker die beschikt over teeltmoeren waarvan de teeltwaarde gekend is en die jonge larfjes van deze moeren ter beschikking stelt van zijn collega-imkers om er jonge koninginnen uit te kweken.

parthenogenese

In een bijenkolonie ontwikkelen de darren zich uit onbevruchte eitjes. Van het geslachtsgen is dan maar één exemplaar beschikbaar. Daardoor is, net zoals bij diploïde darren, het eiwit dat door het geslachtsgen geproduceerd, wordt inactief en er ontstaan haploïde darren. Dit verschijnsel noemt men parthenogenese of maagdelijke voortplanting

polyandrie

Een moer paart met verschillende darren (6, 8 of meer). Die veelmannerij of polyandrie heeft ook invloed op de genetische structuur van de bijengemeenschap. Het betekent ondermeer dat de werksterpopulatie van een bijenkolonie uit evenveel verschillende subfamilies bestaat als er darren met de moer van de betreffende kolonie gepaard hebben

populatie

Alle individuen van een bepaalde soort die in een bepaald gebied bij elkaar wonen.

ras (varieteit)

Een groep individuen binnen een soort met één of meer typische eigenschappen. Ze ontstaan gewoonlijk door langdurig isolement. Het isolement kan van natuurlijke aard zijn, maar kan ook door menselijk toedoen veroorzaakt worden.

recessief

Van een paar allelen voor een bepaald kenmerk heet het allel dat niet tot uiting komt recessief.

selectie

Organismen zijn niet gelijk en reageren verschillend op hun omgeving. Eén en ander heeft voor gevolg dat bepaalde individuen langer leven en/of meer nakomelingen hebben dan andere ... Met andere woorden: de individuen van een populatie dragen niet in dezelfde mate bij tot een volgende generatie. Deze met eigenschappen die beter aangepast zijn aan de heersende omstandigheden, krijgen grotere kansen om te overleven, om nakomelingen te hebben. In de mate dat die eigenschappen ook erfelijk gebonden zijn, zal dat zijn invloed hebben op de overdracht van genen en op de genetische structuur van de volgende generatie. De populatie evolueert door selectie.

somatisch

Gewone lichaamscellen, ter onderscheid van voortplantingscellen.

soort

Een soort is een groep individuen die allemaal met elkaar kunnen paren en daarbij vruchtbare nakomelingen voortbrengen.