Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 100
Jaar: 2014
Maand: Maart
Auteurs: Corneel Dewindt, Roger De Croock

Koninginnen en succesvol imkeren deel 1

Met deze bijdrage van RKHvzw willen we het belang van pleegvolk(jes) nader bespreken om de met zorg geteeldekoninginnen succesvol te laten paren. In het kader van het 25-jarig bestaan van de bevruchtingstand Kreverhille willen weonze vereniging RKH vzw beter in de kijker zetten om meer imkers te laten kennismaken met de service die RKH/Kreverhille kan bieden. Zie voor meer op onze website www.rkhvzw.be.

Wat willen we doen om gedurende ons jubileumjaar 2014 de drempel te verlagen

1. Om te kunnen deelnemen aan het paringsgebeuren op Kreverhille en Waddeneilanden is een attest ‘negatief’ voor Amerikaans vuilbroed’ verplicht. Zo een onderzoek kostte individueel in 2013, 20 euro + 6,40 euro vast2014 8 1 recht. Sinds jaren bieden we de service om de stalen te verzamelen en ze als pakket aan te leveren op het Coda in Ukkel.

Onze leden betalen 20 euro. Voor 2014 willen we deze drempel verlagen om aan deze screening te laten meedoen en om meer imkers de kans te bieden om kennis te maken met de kwaliteit van Kreverhille-paringen. Bij het afleveren van de stalen wordt 20 euro betaald. De imker krijgt een bon ter waarde van 4 opstellingen (10 euro). Hierdoor kost het onderzoek slecht 10 euro

2. En daarmee stoppen we nog niet. Imkers die hun koninginnen op Kreverhille laten paren krijgen gratis een nieuw ERK (waarde 17 euro) per 10 opstellingen. De ERK’s waarin de minivolkjes geherbergd en aangeboden worden op Kreverhille, Waddeneilanden, enz., moeten aan enkele voorwaarden voldoen: (zie ook op onze website).

• Ze kunnen alleen in standaard eenraamskastjes aangeboden worden.

• De glaasjes moeten goed doorzichtbaar (zuiver) zijn.

• De volkjes moeten vrij zijn van darren.

• De volkjes moeten voldoende voedsel bevatten (aangevuld tot aan het dekglaasje).

• De kastjes moeten een volledige identiteit van de imker meedragen en het nummer van de koningin.

• De kastjes moeten vergezeld zijn van het attest ‘vrij van AV’.

Voorbereidingen

We schilderen de kastjes met propolisbeits of andere bijenvriendelijke harshoudende middelen. Wanneer we de voederruimte eerst inkleden met gevet papier vooraleer de voederruimte te vullen, zal daar zelden in gebouwd worden. Het schoonmaken is achteraf ook eenvoudiger. Wij gebruiken de ERK’s zonder raampjes. Het volkje kan hierdoor veel langer in het kastje onderdak vinden. De bijen krijgen zo meer ruimte. Ook het onderhoud is eenvoudiger. Het kastje wordt dan horizontaal bedraad om het raatje zal niet uitbreken tijdens het vervoer.

Kernvolkjes samenstellen

We gebruiken steeds jonge bijen. Het zijn bijen die meestal nog niet vliegklaar zijn en die nog volop de nestfase doormaken. Het jonge, kunstmatig samengesteld hulpvolkje of kernvolkje, is vrijwel ‘ontwapend’. We bedoelen hiermee dat de evenwichtige samenstelling met volwassen werkster ontbreekt en dat deze bijen de voedselstroom, die hun toekomst bepaalt, voor een belangrijk deel zullen moeten missen.

Deze kunstmatige situatie veroorzaakt een grondige wijziging in de bio-evolutie van deze kernbijen en zal zijn gevolgen hebben op het uiteindelijk gedrag, het bioritme en de levensduur van de kleine kolonie. Het jonge bijenlichaam heeft, wanneer het een kwalitatieve voorgeschiedenis achter de rug heeft, een toekomst die we wensen. We moeten beseffen dat een belangrijk deel van het ‘rijp’ worden, van deze jonge bijen, ook nog afhankelijk is van de voedertoestand die dan volop bezig zou moeten zijn; voorverteerd stuifmeel eten.

Bijen die tussen 6 en 12 dagen oud zijn, moeten deze, zo noodzakelijke, voedertoestand meemaken. Van de jonge bijen die we meestal afschudden uit een normale kolonie, zijn er een behoorlijke hoeveelheid die, of deze kritieke fase nog niet hebben doorgemaakt, of nog doormaken. We mogen aannemen dat ongeveer 1/5 van de afschudbijen zich nog niet met stuifmeel hebben voorzien, 2/5 van deze bijen, doorlopen nog volop deze periode en dat 2/5 deze toestand reeds doorlopen hadden.

Wanneer er echter gebruik is gemaakt van bijennesten waarin we regelmatig jong broed wisselden met gesloten broed, (bij het telen van een groot aantal koninginnen in moerloos volk) zal de kwaliteit van de afschudbijen ook veel beter zijn. Bijen uit de honingzolder zijn zeer geschikt. De massa van de afschudbijen zal hoofdzakelijk bestaan uit pap- en bouwbijen. Tip: zelf houd ik er elk jaar een één-romp reservevolk op na. Een zestal dagen vóór het overlarven wordt er boven een moerrooster een nieuwe romp gezet waarin een aantal, van diverse volken, gesloten broedramen gehangen worden.

Tegen de tijd dat de koninginnen uitlopen zijn die broedramen ook uitgelopen, hier zitten dan een overvloed aan jonge bijen die uitermate geschikt zijn om de ERK’s te vullen zonder de productievolken te moeten storen. Een volledig raam met gesloten broed bevat een 4.500 tot 5000 bijen. Per ERK zijn er 1000 tot 1500 bijen nodig. Een klein rekensommetje en we weten hoeveel ramen moeten overgehangen worden om een aantal ERK’s te vullen.

Ophalen van de jonge bijen en zeven van darren

De bijen nodig voor het vullen van ERK’s moeten door een darrenzeef, wanneer de koninginnen naar een bevruchtingstand (Kreverhille, Waddeneilanden… ) moeten. Voor bevruchting op eigen stand is dat niet nodig. Bij het zeven van de darren zullen de vliegbijen terugvliegen en resten er slechts geschikte jonge bijen. Om deze bijen tot rust en eenheid te laten komen mogen ze nog enige tijd koel gezet worden. Deze moerloosheid scherpt de aandacht voor de jonge koningin die we na het vullen van de ERK’s zullen inbrengen.

Zorg er wel voor dat er geen darren bij kunnen. Voor het eigenlijke vullen schudden we de bijen nog enkele malen op om de laatste vliegbijen te laten afvliegen. De jonge massa wordt nu beneveld met water en regelmatig geschud. Opgelet, maak de bijen niet te nat, het is de bedoeling dat ze onbeschadigd deel zullen uitmaken van het kernvolkje. Het nat maken heeft alleen de bedoeling om de bijen te vertragen in hun bewegingen en om de eerste stresstoestand te verdringen.

Het vullen zelf

De ERK’s liggen reeds klaar met een volledig gevulde voederruimte en een voederballetje achteraan in de nestruimte op de bodem van het kastje. Elk kastje krijgt een stevig gevulde pollepel bijen (+ 150 gr). Vergewis je ervan dat de vliegopening gesloten is. Pas wanneer alle kastjes zijn gevuld met de nodige jonge bijen, worden de gemerkte onbevruchte moeren ingevoerd. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van bijen uit verschillende bijenkolonies, zullen we ongeveer 2 uur van moerloosheid moeten in acht nemen na het vullen.

Het is veilig om de jonge koninginnen eerst nat te nevelen vooraleer ze in het kernvolkje los te laten. De herkenbaarheidsignalen zijn door het bevochtigen volledig in de war gebracht. Het nummer van de jonge moer, de indicatie van de vliegplaats op de stand, het nummer van het ERK en je volledige identiteit op een zelfklevend etiket aanbrengen.

En nadien

De bevolkte bevruchtingskastjes worden nu in een donkere koele ruimte opgesteld, voldoende geïsoleerd bij een temperatuur 16 tot 18°C. Het is de bedoeling dat door deze donkere gesloten toestand, de geïmproviseerde bijenvolkjes een EENHEID gaan vormen en zich als kleine zwermpjes gaan gedragen. Gedurende twee volle dagen blijven de bevruchtingskastjes op kelderarrest. Elke avond en elke morgen, wordt water verneveld door de verluchting heen.

De tweede of de derde dag worden ze bij voorkeur ’s avonds, in de schaduw en minimum 2 m van elkaar opgesteld. Vergeet echter niet dat de vliegopening op ‘klein’ staat, de koningin mag het nestje niet verlaten! Er mogen ook geen darren aanvliegen! Bij paring op eigen stand mag al direct op ‘groot’ gezet worden. Deze vliegbeurt is belangrijk in de voorbereiding naar de bevruchtingsstand toe. Goed ingevlogen volkjes hebben minder last van de reisstress. Het is beter een dag langer op de thuisstand te laten evolueren dan een dag te vroeg aan te bieden. 5 tot 7 dagen vliegen op eigen stand is ideaal. De koninginnen zijn immers slechts geslachtsrijp na 5 tot 10 dagen!

Naar de paringstand

Maak de ERK’s ‘s avonds dicht, benevel de ERK’s, vooraleer ze in de reiskooi te plaatsen. De dag of enkele uren vooraf controleren we op: voldoende voeding (zo nodig bijvullen), de aanwezigheid van darren en of de koningin nog levend aanwezig is. Het transport naar Kreverhille kan op verenigingsniveau georganiseerd worden, zo worden de reiskosten gedeeld. De volkjes die op Kreverhille aangeleverd worden door diverse imkers, uit binnen- en buitenland, worden in het ontvangstlokaal geregistreerd en gecontroleerd op darren.

De volkjes worden dan in een unieke ontstresskast gekoeld om de opgelopen stress tijdens het transport weg te nemen, vooraleer op terrein opgesteld worden. Aanvoer en afhaling elke maandag en donderdag van 19 tot 21 uur van 2 juni tot 14 juli. De ERK blijven 18 dagen ter plaatse.

Veel succes en we hopen je te mogen verwelkomen op Kreverhille.

2014 8 2