Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 100
Jaar: 2014
Maand: April
Auteurs: Corneel Dewindt, Roger De Croock

Koninginnen en succesvol imkeren deel 2

Met deze tweede bijdrage van RKHvzw willen we het belang van het telen van vitale koninginnen nader bespreken. In de vorige aflevering (maart pag. 20) hebben we het uitvoerig gehad over de kwaliteit van de kernvolkjes op standaardkastjes ERK en tevens hebben we aangekondigd wat we van plan zijn om tijdens ons jubileumjaar 2014 de toetredingsdrempel te verlagen. Zie ook op onze website: www.rkhvzw.be.

Teelt van vitale koninginnen

De koninginnen die op de kernvolkjes gezet worden, moeten ook van zeer hoge kwaliteit zijn om succesvol te paren. We moeten daar de beste zorgen aan besteden. De doorsnee-imker heeft meestal geen groot aantal koninginnen nodig. Het telen in moerechte volken is voor dat doel de meest geschikte methode. In 1992 ontwikkelde de toenmalige selectiewerkgroep een goede methode om moeren te telen in de honingzolder van moerechte volken. Hiervoor hebben we wel zeer sterke pleegvolken met de geschikte voedsterbijen nodig.

Teeltkoningin

Uiteraard is de herkomst van de teeltkoningin van groot belang. Niet iedere imker beschikt daar over. Geen nood: in Vlaanderen zijn tientallen overlarvers die verzorgde larfjes gratis aanbieden die door het Vlaams Bijenteeltproject gefinancierd worden. Ook leden van RKH/Kreverhille bieden teeltstof aan die een grote affiniteit heeft met de darrenvolken die op Kreverhille opgesteld staan (lijst te vinden op de website: www.rkhvzw.be)

Overlarven

Wie eendagslarfjes bekomt bij een overlarver hoeft enkel de nodige afspraken te maken. In vele verenigingen gebeurt het in verenigingsverband. Wie zelf over een teeltkoningin beschikt moet wel enkele voorzorgen nemen. De beste resultaten worden bekomen met het omzetten van jonge larfjes van enkele uren oud. Voor dat doel kunnen we werken met een jenterraam of met een arrestraam.

Werkwijze (zie ook tabel)12 1

Op dag -5: vijf dagen vóór het overlarven Op dag +11: de koninginnen lopen uit en op dag +12 kunnen de kernvolkjes gevuld worden met jonge bijen. Nadat de koningin ingevoegd is, worden de kernvolkjes voor 2 of 3 dagen op kelderarrest gezet (max. 18°C), uiteraard met gesloten vliegopening. Elke dag, zowel ‘s morgens als ’s avonds, door de verluchting heen, een nevel water meegeven. De volkjes hebben immers nood aan water om het voederdeeg te kunnen benutten.

Op dag +14: de kernvolkjes worden opgesteld. Wanneer ze bestemd zijn voor de paringstand moet de vliegopening op ‘klein’ gezet worden. Blijven ze ter plaatse om op eigen stand bevrucht te worden, dan mag de vliegopening direct op ‘groot’ gezet worden.

Op dag +19: kunnen ze naar de paringstand. De koninginnen zijn dan 8 dagen oud, de beste periode voor de paring (ook voor KI dan geschikt). Op Kreverhille blijven de ERK-kernvolkjes 18 dagen en kunnen dan afgehaald worden.

Aanleveren en ophalen op Kreverhille elke maandag en donderdag van 2 juni tot 14 juli 2014.

12 2

Pleegvolk

Als pleegvolk kan om het even welk sterk volk ingezet worden. Per 12 koninginnen wordt een pleegvolk voorzien (teeltlat met 12 of 13 doppen).12 3

Werkwijze 1:

Uit de honingzolder die op moerrooster staat, 3 honingramen uitnemen (dag +1). Op de vrijgekomen plaats 2 ramen met OPEN BROED uit de broedbak hangen. Erop letten dat de koningin niet in de HZ terecht komt, anders is de teelt zeker een mislukking.

De vrije plaats in de HZ zal later ingevuld worden met het teeltraam. Het open broed is als het ware de magneet die de jonge voedsterbijen aantrekt die dan de moerdopjes zullen verzorgen. Bij slechte dracht is het raadzaam om te prikkelen met waterverdunde honing. Het water is onontbeerlijk voor het aanmaken van voedersappen. Bij matige of goede dracht wordt het water uit de nectar verbruikt. De verdere ingrepen zoals hierboven beschreven.

12 4Werkwijze 2:

Sedert ik met bijen bezig ben gebruik ik de tussenaflegger voor het beteugelen van acute zwermneiging. Hier wordt een open broedraam gebruikt waarop redcellen getrokken worden die na 8 à 9 dagen gebroken worden en waarna de situatie hersteld wordt. Ik kwam op het idee om het open broed te vervangen door een teeltraam. Dat gaf prachtige resultaten op gebied van aanname en kwaliteit van de koninginnen.

Met volken die op broedbeperking staan worden de honingzolder en de broedbak gewoon omgewisseld en gescheiden door een separator (zie schema). Uit de HZ wordt één honingraam weggenomen en op deze vrije plaats komt later het teeltraam. Met broedbeperking zit er in de onderste bak geen broed, maar wel veel stuifmeel wat de aanmaak van de voedersappen in de hand werkt. Ideaal is om na 2 uur de teeltlat in te brengen. De bijen voelen zich dan moerloos en storten zich op de doppen die ze zeer goed verzorgen.

Teelt van veel koninginnen

Voor een grote teelt van bv. 40 koninginnen zijn er 4 pleegvolken nodig, 3 pleegvolken krijgen dan elk een teeltlat met 12 doppen. Het vierde volk krijgt een teeltlat met 50 doppen. De dag nadien (tabel dag +1) wordt het vierde volk (met de teeltlat met 50 doppen) nagezien. 12 aangezogen doppen worden overgezet op een andere teeltlat die dan in het vierde pleegvolk blijft. De drie andere pleegvolken worden nagezien op aanname. De niet aangenomen doppen worden vervangen door verzorgde doppen van de teeltlat met 50 doppen.

Op die manier kan met grote zekerheid het beoogde aantal koninginnen geteeld worden met meestal nog een overschot (4 x 12 = 48). Met de werkwijze die ik na een proefjaar al 5 jaar intensief toepas heb ik zeer goede resultaten bekomen. Hieronder een knip uit de resultaten van 2013, bekomen met 10 productievolken. Ze bewijzen dat de tussenaflegger een ideaal instrument is voor de teelt van vitale koninginnen die een hoog procent bevruchtingen waarborgen.

Ook de kwaliteit van de kernvolkjes op ERK’s zijn van groot belang. Zie daarvoor het deel 1 in het maandblad van maart 2014. wordt het jenter- of arrestraam (AR) in het TEELTVOLK gehangen ter gewenning. Een klompje suikerdeeg of bevochtigen met honingwater zorgt ervoor dat het AR vlug bezet en gekuist wordt door de bijen.

Op dag -4: de koningin wordt via een kleine opening op het AR gezet zonder het bijenvrij te maken. Ze zal daar vlug verdergaan met leggen. Op jenter mag ze al na 10 uur of de dag nadien vrijgelaten worden. Op arrestraam best twee dagen wachten.

Op dag 0 of dag +1: het pleegvolk klaarmaken (zie verder).

Op dag 0: de larfjes van max. 1 dag oud overzetten op een teeltraam (12 of 50 doppen). Het is veiliger een groter aantal over te zetten en de dag +1 enkel de verzorgde12 5 larfjes op de teeltraam te zetten.

Op dag +5: sluiten de doppen en worden best ingekooid om niet ingebouwd te worden. Niet vergeten een weinig voedsel in het arrestkooitje te voorzien. Wie over een broedstoof beschikt kan het teeltraam met gesloten doppen er direct inhangen zonder de doppen in te kooien. Die klus moet wel op dag +10 gebeuren, de nog niet uitgelopen koninginnen zijn dan veel minder kwetsbaar. Bij sommige methodes worden de rijpe doppen op dag +10 in kernvolkje gehangen, de dag nadien lopen de koninginnen uit en ze worden steeds aanvaard.