Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 93
Jaar: 2007
Maand: juli
Auteurs: Gilles Fert, vertaling Ghislain De Roeck

Belang van Darrenteelt

Overwegingen

• Imkers die gespecialiseerd zijn in de koninginnenteelt zouden zich eigenlijk 'telers van koninginnen en darren' moeten noemen. Inderdaad, om kwaliteitsvolle moeren te  kunnen aanbieden, moeten ze in overvloed beschikken over darren van bijzonder goede kwaliteit.

• Koninginnentelers moeten hun darrenteelt zodanig sturen dat ze hun teeltseizoen vroeg kunnen starten en zo lang mogelijk laten duren.

• Slecht gevulde spermatheken leiden tot de vroegtijdige vervanging van de koninginnen, vandaar het belang om de omgeving van een bevruchtings­stand (over) te verzadigen met geselecteerde darren.

Hoeveel darren?

We weten dat de darren genetische eigenschappen zoals o.a. agressiviteit en zwermneiging overdragen. De telers moeten daar dus rekening mee houden wanneer ze de darrenvolken selecteren die hun teeltprogramma zullen ondersteunen.

Telers hebben een herkennings­punt: ze starten de productie van koninginnencellen op het ogenblik dat het darrenbroed minstens vijf dagen gesloten is.

We weten dat er vijftien tot twintig darren nodig zijn om een koningin te bevruchten. Het aantal darrenvolken moet dus ruim in verhouding staan tot het aantal te bevruchten koninginnen.

De teelt

Een eerste belangrijk onderwerp hier is de voedselvoorziening. Een sterk volk kweekt meer darren dan een zwak. Zeven broedkaders zijn voor een dadant-blattkast dan ook een minimum.

Pasgeboren darren zijn niet bekwaam om zich alleen te voeden, de voedsterbijen helpen hen hierbij. En ze doen dat prima op voorwaarde dat er voldoende eiwitten beschikbaar zijn. Stuifmeel is hiervoor de beste bron, maar als er zich een tekort voordoet, komen er vervangeiwit­ten bij te pas. De handelaars in bijenteeltmateriaal bieden die aan, maar we kunnen ze ook zelf samenstellen (sojabloem, gist, ...). Een goed ontwikkeld volk ver­bruikt in deze periode dagelijks gemiddeld 400 g stuifmeel. Lege of met honing gevulde darrencel­[en naast het broed wijzen op een tekort aan stuifmeel.

Hoe voorzien we de geselecteerde volken van darrencellen? In de bijenhandel kunnen we met een beetje geluk wasraat met grote cellen kopen (640 cellen/dmz). Als dat onmogelijk is, geven we aan de uitgekozen volken twee of drie kaders met een strookje was van 3 tot 4 cm breed. Het is ideaal om deze raten te laten uitbouwen tijdens een drachtperiode omdat de bijen dan heel regelmatige cellen optrekken. Nadat de eventuele honing eruit geslingerd is, zijn de raten klaar voor gebruik.

Als ze om de tien dagen in de geselecteerde volken ingevoerd worden, is de kans groot dat de koningin ze met eitjes belegt, zeker als we aanprikkelen met siroop en 47 1_1eiwitten als dat nodig is. Deze darrenraten komen naast het broed en in de nabijheid van de stuifmeelvoorraad. De koninginnen van de gekozen volken zijn best een jaar oud.

We behandelen deze darrenvolken zoals een starter: ze worden permanent gestimuleerd met suikersiroop en versterkt met uitlopend broed als dat nodig is.

Uit een darrenraat kunnen tot tweeduizend darren worden geboren waarmee, theoretisch althans, tot honderd koninginnen kunnen worden bevrucht. In theorie, inderdaad, want een volk dat over een koningin beschikt, is niet vaak bereid om meer dan 1500 darren te verzorgen en behouden. Bovendien zijn er nog al wat vogels dol op darren. Het is dus wel degelijk nodig om een ruime marge te voorzien, zeker op een niet-geïsoleerde bevruchtings­stand.

De darren dragen genetische eigenschappen zoals o.a. agressiviteit en zwermneiging over.

Een normaal volk onderhoudt dus zelden meer dan 1500 darren. Een moerloos volk echter aanvaardt er veel meer. Aan het einde van het seizoen of in tijden van drachtte­kort, wanneer de werksters de darren buiten jagen en het darren-broed vernietigen, is het toch mogelijk om veel darren in de volken te behouden mits ze moerloos te maken en door:

• regelmatig vers darrenbroed en uitlopend werksterbroed, dat deze darren zal verzorgen, in te voeren;

• wekelijks de natuurlijke koninginnencellen die worden opgetrokken in aangeprikkelde 'darrenbanken' te vernietigen. De darren uit deze moerloze volken zijn vaak erg sterk omdat de voedsterbijen ze overvloedig voeden.

Wie vroeg met de darrenteelt start, kan 'geleide' bevruchtingen laten plaatsvinden in een 'vreemd' gebied. Hij kan dan bijvoorbeeld nigradarren voor bevruchting beschikbaar hebben in een carnicaomgeving op het ogenblik dat de darren van dit laatste ras nog niet geslachtsrijp zijn.

Het duurt bijna zes weken vooraleer een dar geslachtsrijp is, te tellen vanaf de dag dat het eitje gelegd wordt. Dat is nog een reden om vroeg in het seizoen met deze specifieke teelt te beginnen. Van de andere kant mogen we stellen dat darren een maand nadat ze zijn uitgelopen niet meer tot paren in staat zijn. De darrenteelt moet permanent gesteund worden door een aangepaste voedseltoediening.

Extra

Zich baserend op de regel dat darren afkomstig van darrenbroedige koninginnen geslachtsbekwaam zijn, hebben telers enkele sterke 'trucs' bedacht.

• Een ervan bestaat eruit een volk 'darrenbroedig' te maken door het een onbevruchte koningin te geven waarvan een vleugel geknipt is. Een koninginnen-rooster aangebracht onderaan de broedbak belet haar bovendien zelfs maar een poging tot bruidsvlucht te ondernemen.

• Zekerder en sneller is de methode waarbij onbevruchte koninginnen gestimuleerd worden om darren voort te brengen. Ze worden geselec­teerd omwille van hun grootte en vitaliteit en gedurende vijftien tot twintig minuten verdoofd met CO2, de vijfde of zesde dag na hun geboorte.

Deze ingreep wordt 24 uur later herhaald. In de meeste gevallen begint de leg van de darren-eitjes tussen de twaalfde en veertiende dag. Deze 'darren-koninginnen' worden d.m.v. een koninginnenrooster vastgezet op raat met grote cellen.

• Na meerdere jaren in het zuidwesten van Frankrijk geleide bevruchtingen te hebben georganiseerd, kan ik stellen dat de darren zich verschillend gedragen al naar gelang het ras waartoe ze  behoren.

Ligusticadarren vliegen bijvoorbeeld vooral aan het einde van de voormiddag uit terwijl darren van  het Kaukasische ras vooral aan het begin van de namiddag uitvliegen. Het is dus mogelijk om onbevruchte koninginnen uit te laten in functie van de beoogde bevruchtingen. Zoals alle natuurlijke  bevruchtingen biedt ook deze werkwijze echter geen absolute zekerheid over het uiteindelijke resultaat.47 2_1

Tenslotte

De aanwezigheid van dode darren op de vliegplank betekent meestal dat het volk eiwittekort heeft of anders te weinig voedsterbijen. De darrenteler moet dan tussen komen: hetzij door eiwitdeeg of uitlopend broed te verstrekken, of beide.

Geopend broed en larven met afgebeten kop wijzen ook op eiwittekort waaraan we dus absoluut moeten verhelpen.

                                                (Vertaling en foto's G. De Roeck).

                                               Een maand nadat hij is uitgelopen,   
                                           is een dar niet meer tot paren in staat.