Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 97
Jaar: 2011
Maand: Mei
Auteurs: Norbert Nijs

Bevolken van bevruchtingskastjes

In het kader van de moerteelt laat men de jonge moeren meestal hun paringsvluchten maken vanuit eenraamskastjes. Om deze kastjes te bevolken worden jonge bijen van de ramen gestoten en opgevangen in een kuip waarin ze vervolgens met een plastic theetas opgeschept worden.

Echt scheppen is dat eigenlijk niet. Door de kuip schuin te houden en te wentelen, laat men de bijen gewoon over de bodem van de kuip rollen, recht de theetas in. In elk kastje wordt langs één van de geopende glazen wanden, een volle theetas bijen gegoten waarna het glasplaatje zo snel mogelijk teruggeplaatst wordt.

Dat terugplaatsen is een delicaat werkje omdat bijen niet graag opgesloten worden. Een aantal van hen zullen altijd proberen te ontsnappen, wat op zich niet erg is, ware het niet dat ze riskeren om tussen glas en raamkader geplet te worden, wat wel vervelend is.

15_1

Dat probleem kan echter vermeden worden door gebruik te maken van een open bakje zoals afgebeeld op de foto. Het te bevolken bevruchtingskastje wordt rechtop in het bakje geplaatst. De binnenzijde van het bakje is gelijk aan de lengte van het kastje plus ca. 3 mm. Het bakje heeft geen bodem.

Men kan eventueel als steunvlak voor het kastje, twee latten tegen de onderkant of tegen de binnenkant van het bakje bevestigen. Binnenin het bakje zijn tegen twee zijwanden extra plankjes genageld. Ze brengen de afstand tussen deze wanden in overeenstemming met de lengte van de glasplaatjes, met een speling van 2 mm.

Tevens blokkeren ze het kastje zodat het niet kan verschuiven. Bovenop deze plankjes zijn, met een hoek van ca. 35 graden, nog twee schuine latjes bevestigd zodat het glasplaatje, naar het voorbeeld van een kantelraam, schuin kan gelegd worden waarbij het onderaan tegen het raamkader steunt.

Op die wijze ontstaat vanzelf een soort platte trechter waardoor de bijen in het kastje kunnen gegoten worden. Dat gebeurt met de ene hand, waarna het glas met de andere hand onmiddellijk terug op zijn plaats geduwd wordt, net zoals men een kantelraam dichtgeklapt. Het gaat erg vlot en geeft de bijen weinig of geen kans om te ontsnappen.

Wie zelf zo’n bakje wil vervaardigen, een ideaal werkje voor de winterse dagen, controleert best vooraf of de eigen kastjes wel allemaal dezelfde afmetingen hebben. Ze kunnen onderling iets verschillen. Bij de bouw van het bakje moet men hiermee rekening houden. Normaal wordt tijdens het inbrengen van de bijen ook de moer toegevoegd, maar dat kan ook achteraf in alle rust gebeuren. Daarover volgt meer uitleg in een volgend artikel.