Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 99
Jaar: 2013
Maand: Mei
Auteurs: D. Desmadryl

Help, ik kan niet overlarven

Bijen in de natuur hebben door de eeuwen heen aan natuurlijke selectie gedaan. Kolonies die niet op eigen kracht voldoende voedsel konden inzamelen, werden onverbiddelijk uitgeschakeld. Kolonies die niet 23 1resistent waren tegen ziekten gingen ten onder. De imker houdt nu de bijen in kasten, verzorgt, voedert en beschermt ze, en gaat zo de natuurlijke selectie grotendeels elimineren. Daarom moeten wij zelf selecteren.

We streven ernaar om volken te verkrijgen die een sterke haaldrift hebben, zachtaardig en raamvast zijn, niet te veel zwermneigingen vertonen, een goede broedontwikkeling hebben en niet te gevoelig zijn voor ziekten.

Aan de basis van deze selectie ligt de koninginnenteelt. Koninginnen kunnen we zonder veel problemen telen uit zwerm of redcellen. Met deze methode vertrekken we echter vaak van niet geselecteerd genetisch materiaal en krijgen we bijgevolg zeer wisselende resultaten.

De meeste moertelers gaan nu veel selectiever te werk en passen de techniek van het omlarven toe. Ze nemen een eendagslarfje van een waardevolle raskoningin waarvan de erfelijke eigenschappen gekend zijn, en leggen dat in een kunstcel.

Overlarven dus, en dat lijkt eenvoudig en in een handomdraai gedaan. Tot je eraan begint. Heel veel imkers slagen er maar niet in om dat onwillig klein dingetje uit het celletje op te vissen en het ongeschonden te deponeren in een kunstcel.

Zo gemakkelijk lijkt het dus ook niet: je moet immers beschikken over een paar goede ogen en de techniek van het overlarven in de vingers krijgen. Niet aan mij besteed, zegt het overgrote deel van imkers.

Jenter en nicot

Voor alles is er een oplossing en in de handel vinden we al sinds tientallen jaren het jenter- en het nicotsyteeem. Ongetwijfeld een handig middel voor wie er niet in slaagt om manueel over te larven en zeker ook voor imkers die een groot aantal larfjes nodig hebben. Het principe van jenter en nicot is in wezen hetzelfde, alleen zijn er enkele kleine technische verschillen.

Beide systemen bestaan uit een kooitje waar een 100-tal plastieken dopjes kunnen ingebracht worden. In deze arrestkooi wordt de koningin voor ± 12 uren opgesloten met de bedoeling dat ze deze dopjes zou beleggen. Wanneer 4 dagen later uit deze eitjes larfjes geboren worden, moet je alleen maar de dopjes met de eendagslarfjes in een starter invoeren. Met dergelijk systeem hoeft het jonge larfje niet eens verplaatst te worden. Het blijft rustig in zijn bedje van koninginnenbrij liggen en je weet perfect de leeftijd.

Bij het manueel overlarven gaat de imker voort op zijn kennis en ervaring, maar het blijft altijd een beetje gokken en gissen. Het zou dan wel eens kunnen gebeuren dat er een tweedaags larfje in het kunstdopje belandt.

23 2

Voorbereidende fase

Een plastieken cassette met kunstdopjes is een vreemd ding voor de bijen en de koningin. Je moet dus vooraf het systeem bijenvriendelijk maken: de bijen de gelegenheid geven om alles te bekleden met was, propolis en hun eigen geur, zodat de koningin er gaat in leggen wanneer ze erin opgesloten wordt.

Je doet dit als volgt:

• Maak eerst de cassette klaar: steek aan de achterkant de kunstdopjes op hun plaats en sluit af met het doorzichtig plaatje, aan de voorkant bevestig je het moeroostertje.

• Neem een uitgeslingerd honingraam, snijd er een opening uit zodat de cassette er goed inpast en schroef deze dan vast aan de toplat.

• Hang nu dit teeltraam in de honingzolder van een willekeurig sterk volk.

• De bijen zullen in de raten honing opstapelen en de kunstcelletjes met een waslaagje van 2 tot 3 mm voorzien, wat noodzakelijk is voor het aanvaardingsproces.

• Wanneer na verloop van tijd het raam gevuld is met honing, slinger je er de honing uit.

Van teeltvolk naar starter

Week 1:

Het teeltraam is nu klaar om zijn functie te vervullen. Hang het midden in het broednest van het volk waar de teeltkoningin zich bevindt. Daartoe moet je twee ramen verwijderen. De cassette blijft afgesloten met het moerroostertje, de koningin mag er immers nu nog niet in leggen.

Week 2:

Na 1 week moet de raat rondom de cassette goed belegd zijn en zitten er heel veel jonge bijen op Ga nu als volgt te werk:

• Dag 1: Na 16 uur zoek je de koningin op en je plaatst ze in de cassette achter het moerroostertje.

• Dag 2: In de voormiddag (12 uur later dus) verwijder je het moerroostertje van de cassette,zodat de koningin weer vrij kan rondlopen. De celletjes moeten belegd zijn. Eén van deverwijderde broedramen hang je terug naast het teeltraam (er is nu plaats vrijgekomen omdat het moerroostertje verwijderd is).

• Dag 5: De larven zijn ongeveer één tot een halve dag oud. Neem nu de dopjes met de jonge larfjes en hang die in een starter die je 2 à 6 uren vooraf gemaakt hebt.23 3

• Dag 6: De bijen in de starter hebben de eendagslarfjes overvloedig voorzien van koninginnenbrij en de dopjes opgetrokken. Nu hang je de aangetrokken doppen in een heel sterk pleegvolk.

Aandachtspunten

De koningin mag zeker niet langer dan 24 uren in de cassette opgesloten worden. Als ze na één dag het vertikt om te leggen in de kunstdopjes zal ze dat de dag erop ook niet doen.

Beter is het om het later nog eens te proberen of met een ander volk te werken dat voorzien is van een geselecteerde koningin. Het systeem is ook heel nuttig voor imkers die koninginnenbrij willen oogsten.

De eendagslarfjes gaan dan uiteraard niet naar een starter maar rechtstreeks naar het pleegvolk. En het is dan ook niet belangrijk van welke koningin de larfjes afkomstig zijn.