Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 93
Jaar: 2007
Maand: December
Auteurs: Alois Schotanus

Mysterieuze verdwijnziekte

Raadselachtig CCD

CCD staat voor Colony Collaps Disorder. Het betekent zoveel als: de kwaal van de massale instorting van bijenvolken. Bij ons duiden we dit verschijnsel meestal aan met de term: 'verdwijnziekte'.

Maar de Amerikanen die in de voorbije jaren bijzonder zwaar werden getroffen door dit verschijnsel, vinden dat van een 'ziekte' (= disease) maar sprake kan zijn, wanneer ook een 'ziekteverwekker' kan aangeduid worden en daar was men tot nog toe, niet in geslaagd. Dus geen 'disease', maar wel een 'disorder': een verstoring van de ordelijke, normale gang van zaken.

Ook bij ons

Ook bij ons werden de jaren 2005, 2006 en 2007 gekenmerkt door zware verliezen aan bijenvolken, tijdens de winter en bij de uitwintering. Vaak was het verdwijnverschijnsel al op te merken van de in vroege herfst: men kon bij manier van spreken de volkssterkte zien verminderen terwijl men er op stond te kijken.

Met het gevolg dat we in het voorjaar geconfronteerd werden met compleet ontvolkte bijenstan­den. Merkwaardig genoeg vonden we geen dode bijen op de bodem­plank, was er nog verzegeld voer zat in de raten en hadden we de varroabestrijding doorgevoerd volgens het boekje.

In de getroffen bijenkasten vonden we niets meer, of bijna niets meer; in het beste geval nog een handvol bijen en een kwijnende koningin; in een ander geval nog enkel een vlekje gesloten broed. Kortom: quasi de grote leegte!

Nieuw virus

Op 7 september 2007 kwam het Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift 'Science' (*) met groot nieuws, prompt door het persagentschap Belga overgeno­men en via de dagbladpers en het internet verder verspreid:

Wetenschappers zouden een 'verdachte' ziekteverwekker ontdekt hebben, die aansprakelijk kon gesteld worden voor het geduchte CCD.

In de restanten van de aangetaste kolonies hadden zij een virus ontdekt, dat in gezonde kolonies niet voorkwam. Zij doopten de veronderstelde ziekte verwekker: het 'Israël Acute Paralyse Virus', (afgekort: IAPV) ofte 'het Israël acuut verlammings­virus'.

Economische gevolgen

Indien dit virus de werkelijke CCD­boosdoener zou blijken te zijn, zou dat belangrijke economische gevolgen kunnen hebben, want de vorsers wezen naar Australië als de mogelijke bron van alle kwaad.

Sinds 2005 hebben Amerikaanse beroepsimkers namelijk voor miljoenen dollars pakketbijen uit Australië ingevoerd om te kunnen voldoen aan de enorme vraag naar bijenvolken voor de bestuiving van de amandelbloesem. En precies in deze uit Australië geïmporteerde volken is het IAPV-virus aangetrof­fen.

Het onderzoek zit nog maar in de beginfase en er heerst een groot scepticisme bij vele andere vorsers. 'Deze bewering maakt de verwarring rond het CCD alleen maar groter', zegt o.m. Denis Anderson, de entomoloog van het Australian Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation (CSIRO) (*) in Canberra die weliswaar geen deel uitmaakte van het researchteam maar groot aanzien geniet omdat hij destijds de differentiatie van de verschillende varroatypes opstelde.

Sterke werkgroep

Het abrupte massaal verlies van bijenkolonies is een fenomeen dat zich in de voorbije decennia wel vaker heeft voorgedaan. Maar er werd nooit systematisch en wetenschappelijk onderbouwd naar de oorzaken gezocht.

Dat gebeurde deze keer dus wel. In januari 2007 werd een werkgroep opgericht om de schuldige ziekteverwekker op te sporen. Het team wordt geleid door de entomologen Diana Cox-Foster van de Pennsylvania State University en Jeffery Pettis van het USDARS-laboratorium (*) in Beltsville, Maryland.

Zij verzamelden monsters van de aangetaste kolonies en verzochten om de medewerking van Ian Lipkin, moleculair bioloog van de Columbia University's School of Public Health (*) in hun zoektocht naar de ziekteverwekker. Lipkin onderzocht een gemengd monster van bijenvolken van vier beroepsimkers die door CCD waren getroffen en vergeleek ze met de monsters van de kolonies van twee imkerijen die duidelijk gezond waren gebleven.

Uit het microbiologisch onderzoek met een genen-sequencer bleek in alle monsters een waaier van micro-organismen aanwezig te zijn, die als mogelijke ziektever wekkers konden beschouwd worden. Maar de monsters van de CCD-kolonies waren duidelijk zwaarder belast met twee specifieke virussen. Vervolgens nam het team monsters van de kasten afzonderlijk. Het IAPV dook op in 25 van de 30 zieke kolonies maar in slechts één van 21 onderzochte gezonde kolonies.
'Dit virus is duidelijk een goede marker', concludeerde een onderzoeker van de Columbia-Univ.

De kip of het ei

Maar andere wetenschappers stellen dan weer dat de bijenvolken die geteisterd worden door het CCD, precies de neiging vertonen om allerlei secundaire infecties te accumuleren. De IAPV- infectie zou dus net zo goed een gevolg van het CCD kunnen zijn, i.p.v. de oorzaak. 'Het is een probleem van de kip en het ei', zegt Joachim de Miranda van de Landbrukuniversitet in Uppsala (*), Zweden.

Jerry Bromenshenk of Bee Alert Technology in Missouala (*), Montana, trekt eveneens het verband tussen CCD en IAPV in twijfel. Zijn collega's van het U.S. Army's Edgewood Chemical Biological Center (*) in Maryland vonden meer dan een dozijn bekende en nog niet bekende virussen, alsook het IAPV-virus in bijenkolonies afkomstig van Florida, California én Australië, maar merkwaardig genoeg kon geen enkele van deze kolonies geassocieerd worden met CCD. 'We hebben een pak ziekteverwekkers kunnen identificeren, maar geen samenhangend patroon kunnen vinden', zegt Bromenshenk.

Australië?

Toch blijft Australië de gebeten hond. Want alle imkerijen waar CCD had toegeslagen, hadden ofwel zelf bijen geïmporteerd uit Australië of hadden hun kasten vlak bij volken met Australische bijen opgesteld. Geen van de CCD-vrije imkerijen uit Hawaï en Pennsylvania werkten met Australische bijen.

Om op zeker te spelen, importeerde het onderzoekersteam zelf bijen uit Australië en ontdekte in de meeste van hen het IAPV. Bijenmonsters die ze verzameld hadden in Louisiana en Pennsylvania in 2004 dus voor de import vanuit Australië begon bleken negatief te zijn. Sommige vorsers wijzen er echter op dat dit kleinschalig onderzoek helemaal de mogelijkheid niet uitsluit dat het IAPV reeds langer in de USA aanwezig was, dus voor de invoer vanuit Australië plaatsvond. 'En,' voegt Anderson er droogjes aan toe, 'in Australië zelf schijnt het IAPV niet de minste hinder te veroorzaken!'

IAPV is dodelijk

Ilan Sela, een viruloog aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, was in 2002 de eerste die het IAPV isoleerde in dode bijen afkomstig van kolonies in Israel. Hij beweert dat het IAPV helemaal niet zo onschuldig is als Anderson wil doen uitschijnen.

In een experiment waarvan verslag werd gedaan in het tijdschrift 'Virology' van 5 juni 2007, tonen Sela en zijn collega's aan dat geïnjecteerd IAPV verlamming veroorzaakt, gevolgd door de dood, binnen het bestek van enkele dagen, in 98 % van de geïnjecteerde bijen. Wanneer het IAPV wordt toegediend via het voedsel, leven de bijen gewoon enkele dagen langer, maar sterven niettemin. 'IAPV is dodelijk', zegt Ilan Sela.

Varroa en de imker!!

Blijft natuurlijk nog de hamvraag: waarom is er dan geen CCD in Australië, alhoewel het IAPV daar zo duidelijk aanwezig is? Een mogelijk reden zou kunnen zijn dat Australië in tegenstelling tot Amerika en Europa nog altijd vrij is van varroa.

Van deze mijt is bekend dat ze de verspreider is bij uitstek van ziekteverwekkers allerhande en dat ze het immuunsysteem van de bijen zeer verzwakt. Jeffery Pettis (zie hiervoor) voegt eraan toe dat nog andere factoren de impact van het IAPV versterken.

Met name noemt hij de overmatige stress, veroorzaakt door het voortdurend reizen over grote afstanden van de ene dracht naar de andere, de gebrekkige voeding, het overmatig aftappen van bijen voor de vorming van 'splits' (kunstzwermen), het veel te laat vormen van afleggers, zodat de koningin met onvoldoende eigen nakomelingen de winter moet ingaan, en de ontoereikende verzorging in het algemeen.

Diana Cox-Fosters (zie hiervoor) benadrukt dat het de taak is van de imkers om hun bijen optimaal te verzorgen en onder geen beding materiaal te hergebruiken dat afkomstig is van de ingestorte kolonies.
Inmiddels komt er bemoedigend nieuws vanuit Israel. Ian Sela (zie hiervoor) heeft ontdekt dat sommige bijen aan het virus kunnen weerstaan. 'Dat opent de mogelijkheid', zegt hij, 'om IAPV-resistente bijen te kweken. Althans in theorie.'

(*): toelichting:

CRISO: Federaal Onderzoekscentrum voor Wetenschappen en Industrie van Australië

USDARS: Onderzoekscentra van het Ministerie van Landbouw van de USA Columbia University's School of Public Health: Hogeschool voor Volksgezondheid van de Univ. van Columbia - USA.

Landbrukuniversitet Uppsala: Landbouwuniversiteit van Uppsala - Zweden

Bee Alert Technology: Bijenalarm-centrum in Montana -USA

Zie ook: www.sciencemag.org - op sept 7, 2007