Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 97
Jaar: 2011
Maand: Maart
Auteurs: Lei Hensels            

Bijensterfte...en dan!

8_1R e g e l ma t i g w o r d e n w e geconfronteerd met berichten over bijensterfte. Allerlei oorzaken worden genoemd. Het zijn er intussen vele. Het eindigt in de meeste gevallen met lege kasten en de vraag is dan: wat doen we ermee? Wat is goed voor de bijen?

De imkers kennende, weten we dat er veel goede bedoelingen zijn, maar vaak zeer grote verschillen van aanpak en resultaat. Imkers stellen vast dat de kasten leeg zijn, de bijen zijn weg en dan gaat bij hen de fut eruit. Vaak laten ze alles op zijn beloop en dan komt het: wasmotten, stuifmeelmijten, schimmels en ziektekiemen maken er een vieze troep en rommel van.


Ontsmetten van bijenmateriaal

De kasten waarvan het volk verdwenen of dood is, behandelen we, na het verwijderen van de dode bijen,8_2 met ijsazijn. We stapelen de bakken met de ramen op elkaar en hierop plaatsen we een houten kader van een drietal centimeter hoog. Boven op de ramen plaatsen we een schaaltje van glas, aardewerk of kunststof, gevuld met ijsazijn, en daar leggen we een lapje stof in. Bij temperaturen boven de 15°C vindt de verdamping plaats.

8_3IJsazijndamp is zwaarder dan lucht, dus de damp zinkt naar beneden, doodt de nosemasporen, en bestrijdt de wasmot en de stuifmeelmijt. Deze behandeling zou elk jaar met het reservemateriaal moeten gebeuren. Het nadeel van ijsazijn is dat het metalen aantast. Nieuwe raten, behandeld met ijsazijn, kunnen nog gebruikt worden nadat ze goed gelucht werden. Oudere raten snijden we uit en smelten we. Lege raampjes, houten kasten en kunststofkasten schrobben we met heet sodawater of met een Halamidoplossing.

Houten kasten kunnen we ook ontsmetten met een gasvlam. Dat zou elk jaar moeten gebeuren om het aantal aanwezige ziektekiemen zo laag mogelijk te houden.Zorg ervoor dat je beschikt over de gebruiksvoorschriften, de veiligheidsvoorschriften en de richtlijnen. Blijf op de hoogte van het toelatingsbeleid van de middelen. Bij het houden van bijen en de productie van honing is men verplicht rekening te houden met de wettelijke voorschriften hieromtrent.

Knelpunten

• Belangrijk is dat we de ziekteverwekkers kennen. Als we weten waarmee we te doen hebben, kunnen we ze beter op de juiste manier bestrijden.

• Om ziekten en plagen in de land- en tuinbouw te bestrijden gebruikt men vaak chemische bestrijdingsmiddelen. Veel gewasbeschermingsmiddelen zijn echter niet gezond voor bijen (maar ook niet voor mensen). Dus als het even kan: het gebruik beperken of er zonder meer mee stoppen. Sommige takken van de industrie gebruiken middelen die ongezond zijn voor bijen. Daar moet meer aandacht aan besteed worden.

• Een knelpunt voor het welzijn van de bijen is de toestand van de bijenweide of dracht. Dat laat in tal van gevallen te wensen over. Het verbeteren van de levensvoorwaarden van de bijen is van enorm belang. Niet de imkers, maar anderen hebben er toe bijgedragen dat de dracht verarmd is. We verwachten van hen dan ook dat ze de toestand verbeteren. De overheid heeft hier zeker ook een positieve bijdrage te leveren. Goede dracht zorgt voor gezonde bijen die beter bestand zijn tegen ziekten.

• Een verantwoorde exploitatie van de bijen gaat gepaard met hoge kosten voor de ziektebestrijding en de ontsmetting van kasten en materialen. Houd hiermee rekening wanneer je bijen verhuurt voor bestuiving. Als we weten dat bijen nuttig zijn, dan dient iedereen ervoor te zorgen dat ze nuttig kunnen zijn. De imker verleent hieraan zijn/haar bijdrage, maar vraagt van anderen om hetzelfde te doen.