Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 99
Jaar: 2013
Maand: December
Auteurs: Ghislain De roeck

Vlaams-Brabant peilt bijensterfte

De dienst Land- en Tuinbouw van de provincie Vlaams-Brabant onderzocht de bijensterfte in de provincie voor de winter 2012-2013. Imkers konden op anonieme basis deelnemen. De vragen handelden over de verschillende vormen van varroabehandeling doorheen het jaar, de wijze van inwinteren en de sterftecijfers.

Behandeld ja of neen?

We schreven 463 imkers aan waarvan er 164 antwoorden (35%). Samen beschikten die over 1031 volken. We konden vaststellen dat zeven imkers (3%) hun bijen niet behandelden. Of die keuze bewust was, is niet bekend. 84% van de deelnemers gaf aan geregistreerd te zijn bij het Voedselagentschap.

Gebruikte producten

Over heel het jaar gespreid werd oxaalzuur het meest gebruikt (43%). Het bleef onduidelijk of het ging om technisch oxaalzuur, dat geen diergeneesmiddel is, of het wettelijk toegestane middel Api Bioxal. Inbegrepen was Beevital Hive Clean (4%) dat naast oxaalzuur nog een aantal andere zuren bevat.

De middelen op basis van thymol, zoals Thymovar, Api Life Var en Apiguard, genieten de voorkeur bij 36% van de imkers, mierenzuur komt aan 9% hoewel het aan het cascadesysteem onderworpen is. Andere in heel beperkte mate aangewende middelen waren: Apistan, Tactic, Perizin, paraffine en ijzer. De eerste drie zijn net als mierenzuur cascadeplichtig, alhoewel Tactic niet aan te bevelen is.

Zwermen en varroabestrijding

Slechts de helft van de imkers die met zwermen te maken kregen, behandelde tegen varroa. 50% van hen zette oxaalzuur in, 21% thymolproducten, 8% mierenzuur en 6% Beevital Hive Clean. De overige 15% koos voor Apivar, Perizin en ijzer.

Biotechnische bestrijding

Een derde van de deelnemers verklaarde de mijt ook biotechnisch te bestrijden. Bijna driekwart ervan sneed hiertoe darrenbroed uit. Een kwart ging ervan uit dat bestrijden met oxaalzuur, thymol, Beevital Hive Clean en mierenzuur eveneens in deze sfeer thuis hoort, een stelling die uiteraard betwistbaar is omdat hierbij ook chemie om de hoek komt kijken. Verrassend was de vermelding van lavendelen castorolie als biotechnische bestrijdingsmiddelen (2%).

Bestrijding einde zomer

Hier peilden we specifiek naar het ogenblik van bestrijding en de aangewende middelen. De behandelingen gingen van start tussen 1 juli en 15 september met een piek tijdens de eerste helft van augustus (31%). De helft van de deelnemende imkers gebruiken thymolproducten met Thymovar als uitschieter (26%).

Oxaalzuur had 21% aanhangers, mierenzuur 14% en Beevital Hive Clean 6%. Het aanwenden van oxaalzuur is ververontrustend en risicovol omdat enkel het herhaald gebruik ervan op korte termijn effectief is in deze periode. Vanwege o.a. de werkzaamheid van de erkende thymolproducten op dat tijdstip laat de wetgever het gebruik van de stof overigens niet toe.

Winterbestrijding

Een kwart van de deelnemers bestreed de varroa niet tijdens de winter. Ook voor dit aspect was het niet mogelijk te bepalen of dit een bewuste keuze was. 87% van de overige imkers gebruikten oxaalzuur, 7% Beevital Hive Clean, 3% Perizin, 2% Thymovar en 1 % mierenzuur. Moet het gezegd dat Thymovar en mierenzuur ongeschikt zijn voor deze periode van het jaar?

Inwinteren

De meeste imkers gaven suikersiroop vanaf augustus, een activiteit die echter vaak uitloopt tot in september. De meerderheid smolt zijn suiker zelf (63%). Ruim een kwart van de ondervraagden gebruikte invertsiroop terwijl 5% hun bijen overwinterden op honing. Een heel kleine minderheid voedde suikerdeeg (3%).

Sterfte

775 van de 1031 ingewinterde volken haalden de lente (75%). Sterfte kwam voor bij 64% van de deelnemers en was gespreid over november (18%), december (18%), januari (37%) en februari (27%). De imkers schreven de sterfte toe aan de varroamijt, landbouwpraktijken of koude (50%) en te zwakke volken (16%). Een derde verklaarde geen idee te hebben over de oorzaak van de sterfte.

56 1